Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kruitvat onder de Tempelberg

Home

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De ruzie over het omstreden Tempelplein, voor de Palestijnen de 'Haram a-Sjarief', heeft zich nu ook naar onder de grond uitgebreid. Honderden Palestijnen reageerden gisteren met het gooien van stenen op het gereedkomen van een tunnel die het Israëlische ministerie van geloofszaken heeft aangelegd nabij de Klaagmuur en het Tempelplein.

De bijna 500 meter lange tunnel geeft toegang tot een labyrint van oude onderaardse ruimtes zoals het watersysteem van de Hasmoneeërs dat in de tweede eeuw voor Christus is uitgehakt en een straat uit de tijd van Herodes. Tot nu toe waren deze ondergrondse gewelven slechts toegankelijk vanuit het plein voor de Klaagmuur. Om meer toeristen toe te kunnen laten werd al 12 jaar geleden besloten een tunnel als tweede toegang aan te leggen. Pas de afgelopen tijd is er haast achter gezet, vooral met het oog op het jaar 2000, als het land naar verwachting zal worden overspoeld door de toeristen. De nieuwe ingang ligt bij de Via Dolorosa en volgens Israël kunnen nu 400 000 toeristen jaarlijks 'onder de grond', terwijl dat aantal tot nu toe slechts 70 000 bedroeg. De Israëlische premier Benjamin Netanjahoe zou persoonlijk opdracht hebben gegeven de werkzaamheden te voltooien. De burgemeester van Jeruzalem, Ehoed Olmert, een partijgenoot van Netanjahoe, keek eergisteren toe hoe arbeiders bewaakt door agenten de laatste stukken rots weghakten. Maar bij het horen van het nieuws, om middernacht, kwamen woedende Palestijnen bijeen bij de Al-Aqsamoskee bijeen. Zij gooiden stenen naar de Israëlische politie, die de deuren van het moskeecomplex afsloot om de Palestijnen te beletten zich naar de tunnel te begeven.

Een boze Jasser Arafat noemde de tunnel een “grote misdaad tegen onze religie en heilige plaatsen” die geheel indruist tegen het vredesproces. Islamitische geestelijken bevalen voor vandaag uit protest een gedeeltelijke winkelsluiting.

Sjeik Jamal Rifai noemde de tunnel-aanleg “diefstal” omdat “zij die vernietigen wat beneden het moskeecomplex ligt uiteindelijk zullen vernietigen wat boven ligt”.

Daarmee gaf deze islamitische geestelijke in feite weer waar het eigenlijk om gaat, want bovengronds woedt al jaren een strijd om de controle over het gebied. Die strijd dreigt nu in alle hevigheid op te laaien, omdat volgens de akkoorden tussen Israël en de Palestijnen de toekomst van Jeruzalem, en die van de de heilige plaatsen, de komende drie jaar moet worden bepaald. Elk bouwsel, tunnel of zelfs het verplaatsen van een steen kan de gemoederen heftig verhitten.

De plek waar het om gaat in hartje Jeruzalem heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot de tiende eeuw voor Christus, toen David de dorsvloer kocht waar Salomon de eerste Tempel zou neerzetten. Die tempel werd in 586 v. Chr. verwoest door de Babyloniërs. Bij terugkeer uit de Babylonische ballingschap kregen de joden toestemming hun tempel te herbouwen, maar pas vijf eeuwen later maakt Herodes er een prachtig complex van. Niet voor lang, want in het jaar zeventig zijn het de Romeinen die de Tempel weer vernietigen. De westelijke muur is het laatste overblijfsel van dat complex, en vandaar ook de enorme betekenis die de religieuze - èn vele niet-religieuze - joden er aan hechten. Even was er nog kans op een derde Tempel. Julianus, de laatste heidense Romeinse keizer gaf opdracht tot de bouw om de opkomst van het christendom tegen te gaan. Maar Julianus werd gedood en zijn opdracht nietig verklaard.

Als in de zevende eeuw de moslims Jeruzalem veroveren beginnen ze op het Tempelplein met de bouw van de Rotskoepel en de Aqsa-moskee. De eerste ontleent haar belang aan de rots vanwaar Mohammed te paard ten hemel vloog. De Aqsa-moskee komt na Mekka en Medina als de heiligste plaats in de islam. Het plein kent ook nog een christelijke episode, want de Kruisvaarders veranderden in 1099 de moskeeën in kerken, tot Saladin in 1187 de zaak weer terugdraaide.

Met de stichting van de staat Israël in 1948 viel het oostelijk deel van Jeruzalem, en daarmee het plein, in Jordaanse handen. Op de trappen van die moskee is Hoessein, de huidige vorst van Jordanië, getuige van de moord op zijn grootvader Abdallah. Dat persoonlijke drama plus het feit dat de Jordaanse koning beweert een directe afstammeling te zijn van de profeet Mohammed, verklaren de diepe band van Hoessein met de 'Haram a-Sjarif'.

Toen Israël in 1967 dan toch weer oostelijk Jeruzalem veroverde, sloot de pragmatische minister van defensie Mosje Dajan een akkoord met Hoessein dat het beheer over de Tempelberg in handen van de Jordaniërs liet. De reden was simpel dat Israël besefte dat het met een daadwerkelijk bezetten van de Tempelberg de gehele Arabische wereld tegen zich in het harnas zou jagen. De 'religieuze' rechtvaardiging was ook snel gevonden: de Tempel was heilig en mocht niet door joden worden betreden.

De Jordaanse koning had het er niet makkelijk mee. Hij moest onlangs wat onroerend goed verkopen om het gehavende dak van de koepel te herstellen, en daarmee te tonen dat hij nog altijd de beschermheer is van de heiligdommen. Het Saoedische koningshuis, dat al de beschermheer is van de twee heilige plaatsen Mekka en Medina, had tartend aangekondigd dat het dit wel wilde bekostigen.

Ook vanuit een andere hoek ligt de de koning onder vuur. Na het overlijden van de moefti, de hoogste religieuze autoriteit die de scepter zwaait over de heiligdommen, benoemde niet alleen Hoessein een nieuwe moefti. De Palestijnse leider Jasser Arafat stelde zijn eigen moefti aan en gaf een van zijn veiligheidsdiensten opdracht het kantoortje van de Jordaanse moefti 'te bewaken', wat er op neerkomt dat niemand zich meer bij de man durft te melden.

Maar ook van joodse kant gaan er hoe langer meer stemmen op dat de status quo achterhaald is. Ageerde tot nu toe slechts een klein groepje fanaten voor een herbouwen van de Tempel, steeds meer religieuze jongeren vinden dat Israël zijn aanspraak op de Tempelberg moet verwezenlijken en dat de Arabieren daar niets te zoeken hebben. De Tempelberg als explosief kruitvat is dan ook dezer dagen allesbehalve een cliché. Elke steen, hoe diep onder de grond ook, is daarbij van betekenis.

Deel dit artikel