Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kronkelen langs een Achterhoekse beek

Home

Henriette Bonarius

De middag mag dan zo kil en grijs zijn dat het het landschap bijna al zijn kleur ontneemt, de alerte wandelaar zal het niet ontgaan hoe vriendelijk en lieflijk de Achterhoek erbij ligt. Verlaten, dat ook. 'De oostelijke Achterhoek is een rustig landbouwgebied. Op grote delen zult u nauwelijks mensen tegenkomen. Dit betekent onder meer dat u onderweg weinig horecagelegenheden zult passeren, vooral in de noordelijke en oostelijke hoek van de route', waarschuwt de wandelgids van het Scholtenpad, het streekpad in de regio.

We beginnen de wandeling in Winterswijk. Knap oostelijk dus. Vanuit het NS-station lopen we naar het zuidoosten. Eerst de spoorbaan langs - Stationsstraat, Kleine Parallelweg, meebuigen naar links, Kreilstraat tot op de hoek van de Wooldseweg, rechtsaf, terug richting spoor. Vlak voor de spoorbomen linksaf het pad langs de spoorbaan nemen. Bij Scouting Winterswijk rechtsaf en meteen weer links, bordje Strandbad volgen, onder de weg door. We lopen op het fietspad dat vroeger de spoorweg naar Bocholt was. Over deze spoorlijn, die nu niet meer in gebruik is, vielen de Duitsers met een pantsertrein onder andere op deze plek Nederland binnen. Oude Bocheltse Baan heet het pad nu. Rechts passeren we een gsm-mast en een zwembad met speeltuin, links een visvijver. En dan zijn we buiten. Hier begint het kronkelen, langs de Boven-Slinge, de grootste van de zeventien beken die Winterswijk rijk is en kronkelt dat het een lieve lust is. Dat is niet altijd zo geweest. In de loop van de eeuwen hebben mensenhanden de beek steeds verlegd. Hier werden de bochten verplaatst om het water beter langs de destijds drie watermolens te laten lopen. Elders is zij gekanaliseerd. Rechtgetrokken dus. Waardoor het water sneller werd afgevoerd. Dat was niet gunstig, én voor de waterstand: de omgeving dreigde te verdrogen, én voor de flora en fauna. Snelstromend water heeft de neiging alles met zich mee te trekken, oevers kalven af, bomen en struiken aan de oever hebben moeite zich staande te houden. Als het water langzamer stroomt, hebben allerlei waterdieren en insecten de gelegenheid zich er te vestigen, en die trekken weer andere dieren aan, waaronder veel vogels. Zo wordt het hele gebied veel rijker. Vandaar dat het streven nu is de beek haar kronkels weer terug te geven. Natuurontwikkeling heet dat. In het land lukt dat aardig, in stadjes als Bredevoort en Aalten levert het meer problemen op. Een stukje grond afstaan aan het water is nou eenmaal makkelijker dan er een huis voor afbreken. Dus daar stroomt zij nog rechtuit in volle vaart doorheen. Maar dat hebben we van horen zeggen; de plaatsjes liggen niet op onze route.

We kronkelen met de routebeschrijving in de hand langs de Slinge en steken hem af en toe over. Betreden landgoed Schot Schepers, een vogelreservaat volgens het bord bij de ingang. Na Berenschot's bakkerij lopen we rechtsaf naar Berenschot's Watermolen. Let op: dit is een restaurant, het enige dat we onderweg tegenkomen.

Hierna komen we in Bekendelle, volgens de kenners het mooiste beekbos van Winterswijk. Hier maakt de Slinge zijn schilderachtigste bochten. De noordelijke oever is tamelijk hoog en steil, de zuidelijke is veel lager, daar zie je hoe het water zijn spel kan spelen, af en toe stroomt het over, het bos in. Het is hier vochtig, er zijn zelfs een paar vennetjes. IJsvogels zouden zich hier ophouden, wie weet zien we er een voorbijschichten, prachtig blauw op deze grijze dag. Maar nee. Wel zien we een bonte specht die een stevige roffel geeft, hoog in een den.

,,Ze zijn er wel, hoor, ijsvogels'', vertelt een week later Bernhard Harfsterkamp aan de telefoon. Harfsterkamp is een van de plaatselijke veldbiologen, afgelopen zaterdag heeft hij er een zien vliegen. ,,Ze kunnen slecht tegen strenge winters'', vertelt hij. ,,Maar ze zijn nooit helemaal verdwenen. In magere jaren zijn er een, twee paartjes; het maximum is meer dan tien.'' Ook de grote gele kwikstaart komt hier voor. En de bosbeekjuffer, een zeldzame libel. ,,En vergeet de flora niet: ik zag dit weekend ook de eerste bosgeelster in bloei staan, een zeldzaam stervormig bloempje, een lelieachtige. Dat zal binnenkort wel volop bloeien.''

Het gebied rond Winterswijk is een WCL ofte wel Waardevol CultuurLandschap, omdat de cultuurgrond en het natuurgebied in dit landschap nog zo in harmonie zijn. Er zijn elf WCL's in Nederland. Ze zijn door het rijk aangewezen en de overheid stelt geld ter beschikking om datgene wat de streek bijzonder maakt te behouden. De kleinschalige landbouwbedrijven, bijvoorbeeld, en de natuur. In 1994 is Winterswijk en omgeving (zo'n 20.000 hectare) uitgeroepen tot WCL. Sindsdien zitten boeren, natuurbeschermers en bestuurders gebroederlijk rond de tafel, vertelt Harfsterkamp, en bedenken samen hoe ze hun gebied zo goed mogelijk in stand kunnen houden. En als boerenland weer natuur moet worden? De overheid betaalt.

Bekendelle is het bosrijkste stukje van de route. Kort nadat we het doorgelopen hebben en weer tussen de velden zijn beland, wijken wij van de route af. Op een viersprong met het bordje Kastelenroute gaan wij linksaf, en de gids stuurt de wandelaars naar rechts. We snijden zo een lus af, kruisen de Nieuwe Wooldse weg en komen op de Oude Bocholtseweg weer keurig op de route terug.

Typisch voor de streek zijn ook de scholtenboerderijen. We passeren er enkele: grote, statige hoeven. Hun historie gaat terug tot de Middeleeuwen. Toen waren de boeren ondergeschikt aan de graven, van Lohn of aan het Stift te Vreden, die het land bezaten. De graven hadden hun bezittingen verdeeld in hoven, kleine economische centra, met aan het hoofd een scholte als vertegenwoordiger van de grondeigenaar. Die scholten hadden de plicht zorgvuldig de bossen en velden te beheren en moesten er daarnaast voor zorgen dat de ondergeschikten hun verplichtingen nakwamen. Toen de macht van de adel taande, nam die van de scholten toe. In de Franse tijd raakte de adel zijn privileges kwijt en werden de scholten allengs de nieuwe grondeigenaren. In de 17de en 18de eeuw was hun macht het grootst. Hun invloed op het landschap is nog tot vandaag zichtbaar. De plicht tot zorgvuldig beheer van bossen en velden zetten zij als traditie voort. Dat de bossen rond Winterswijk zo rijk en gevarieerd zijn, is een erfenis van de scholten.

Deel dit artikel