Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kritisch theoloog begaf zich op de rand van de traditie

Home

Van onze redactie religie & filosofie

Zijn naam was een anagram: Ernst Stern, theoloog en ethicus. Links en – uit het oogpunt van de kerk waartoe hij behoorde – onorthodox. Zeker is dat Stern zich langs de rand – en volgens critici: erover – van de protestantse traditie begaf.

Eerst was Stern, getrouwd met een dochter van de zwaar-gereformeerde jurist en filosoof Herman Dooyeweerd, dominee te Sas van Gent. In 1969 werd hij secretaris van de Hervormde Jeugdraad Amsterdam. Dat bleef hij tot 1986. Toen, aldus vriend en geestverwant Herman Wiersinga, werd hij ontheven van zijn ambt, als ’ongewenst predikant’. Buitenkerkelijk was Stern trouwens niet: al in 1978 was hij als voorganger actief in De Duif, een rooms katholieke basisgemeente waar hij ’door iedereen wordt aanvaard’. Stern paste er, als exponent van de Nieuwe Theologie – links, maatschappijkritisch – uit de jaren zestig en zeventig, getuige zijn dissertatie ’Macht door gehoorzaamheid’ (1973). Met zijn kritiek op een God die een mensoffer (namelijk van Jezus) vraagt, werd Stern inspirator van onder anderen Wiersinga die de klassieke verzoeningsleer van de kerk versmaadde.

Stern, een zestiger inmiddels, werd actief voor de Liga voor de Rechten van de Mens. Hij schreef een tweedelig werk over mensenrechten, ’Wat zal men doen? Een filosofie van de rechten van de mens’ (2002); de titel was ontleend aan een gedicht van Annie M. G. Schmidt, ’Wat zal men doen, nu Spengler toch gelijk heeft/ en trots aller profeten luid vermaan/ dit Avondland met grote nadruk blijk geeft/ te zullen ondergaan?’ Sterns antwoord was: de menselijke waardigheid, de vrijheid. Dat was Sterns variant op het koninkrijk Gods: mensenrechten zijn vaak ver weg, maar vormen een hoopvol visioen.

Eduard Stern wordt vandaag in Amsterdam begraven.

Deel dit artikel