Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Krijtland is Heimans' monument

Home

HANS MARIJNISSEN

Gezamenlijk stonden zij aan de wieg van deNederlandse natuurbescherming. Maar Eli Heimans bleef in de schaduw van Jac. P. Thijsse. Ten onrechte, blijkt nu bij zijn honderdste sterfjaar.

Wie tegenover hotel Brull in het Limburgse Mechelen door het draaihekje gaat, de bebouwde kom verlaat en de eerste natte voeten opdoet in het dal van de meanderende Geul, is direct honderd jaar terug in de tijd. Vakwerkhuizen kijken uit op de hellingen, bossen van maretak wuiven in de kruinen, en een kraai voert takken aan bij zijn nest, hoog in een eenzame eik.

Dit was het land van Eli Heimans (1861-1914), en dat is het nog steeds. Je ziet hem zo lopen, met zijn kleine ovale brilletje, een grote haarlok achterover gekamd, aflopende snor, en vast een verrekijker om zijn altijd witte boord. Zou hij in dit drassige land ook laarzen hebben gehad?

Eli Heimans was net als Jac. P. Thijsse onderwijzer in Amsterdam, en samen legden zij de basis voor de moderne natuurbeweging. Ze moderniseerden en populariseerden de kennis over de natuur, droegen deze met 'schoolwandelingen' over op hun leerlingen, en zetten zich ook in voor het behoud van het Nederlandse eerste 'natuurmonument': het Naardermeer. Dat was, als het aan de gemeente Amsterdam had gelegen, een vuilstort geworden. Ze waren daarna betrokken bij de oprichting van wat nu Natuurmonumenten heet. Beiden waren ze in grote mate verantwoordelijk voor wat later is benoemd als 'het biologisch reveil', de opbloei van de belangstelling voor de Nederlandse natuur rond 1900.

Heimans en Thijsse hebben samen veel populaire publicaties op hun naam staan, en hoewel Heimans door het voordeel van het alfabet als eerste op de voorkant stond, is juist Thijsse bekend geworden. Dat komt ongetwijfeld doordat Heimans vroeg aan een hartverlamming is gestorven, tijdens een geologische excursie in het Duitse Gerolstein. Hij werd 53 jaar. Jac P. Thijsse overleefde hem dertig jaar, kon zijn loopbaan uitbouwen en verwierf juist in die periode faam met zijn bekende Verkade-albums.

Maar er is nog een verklaring voor het plekje in de schaduw dat Heimans kreeg toebedeeld. Hij was joods. Begin vorige eeuw hadden veel Amsterdammers anti-joodse gevoelens vanwege de sterke groei van het aantal joden. Door die 'anti-sfeer' werd Heimans géén hoofdonderwijzer, Thijsse wel. En Thijsse kwam in het bestuur van het kersverse Natuurmonumenten. Heimans werd niet verkozen, en dat was merkwaardig, gezien zijn belangrijke rol bij de redding van het Naardermeer. De uitsluiting vanwege jood-zijn hebben biografen nooit kunnen aantonen, maar Heimans zelf veronderstelde dat dat de reden was.

Bij de herdenking van Heimans honderdste sterfjaar heeft Marga Coesèl, de biologe en onderzoekster die eerder de biografie over het leven van Heimans zoon Jacob publiceerde, een nieuw boekje geschreven met de veelzeggende titel 'Eli Heimans, uit de schaduw van Jac. P. Thijsse'. Het is een populaire minibiografie die de natuurbeschermer bekend moet maken bij een groter publiek. Tegelijkertijd is er een app verschenen die een wandeling beschrijft door Heimans favoriete stukje Nederland: het Limburgse Krijtland. Het gebied rond Epen moest van Heimans eens 'het Nationale Park van Nederland' worden.

Snelst stromende rivier
De tientallen bronnen in het heuvelland laten hun water door de vallei kronkelen en die stroompjes komen uiteindelijk in de Geul uit, met een verval van 250 meter de snelst stromende rivier van Nederland. Dat is goed te zien aan de stijlranden die in trek zijn bij ijsvogels. Soms heeft de Geul zich wel twee meter ingesneden. Toch treedt de regenrivier bij een grote aanvoer van water buiten zijn oevers en laat slib op de graslanden achter. Veel modder is verontreinigd door de vroegere zinkmijnen stroomopwaarts, en dat leidt weer tot een bijzondere vegetatie: zinkviooltjes en blauwgroen zinkschapengras. Maar laat het eerst eens echt voorjaar worden.

Heimans, zoon van een koopman uit Zwolle, kreeg de eerste kennis over de natuur bijgebracht door Kruiden-Marie, een vrouw uit de omgeving van Heino die niet alleen botanische kennis had, maar ook alles wist van insecten en kleine zoogdieren. Zij gaf hem het duwtje richting natuurstudie. Eli ging in Zwolle naar de kweekschool, maar kwam uiteindelijk in Amsterdam voor de klas te staan. Daar maakte hij in zijn lessen volop gebruik van de kennis die hij als 'veldbioloog' had opgedaan.

Zijn leerlingen wisten helemaal niets van natuur, en met wandelingen naar het park en de stadsranden van Amsterdam bracht hij ze via 'ervaringen' die kennis bij. Die ontdekkingsreizen door de stad waren in feite de voorloper van de Oerrr-campagne die het huidige Natuurmonumenten zijn jonge leden aanbiedt.

In 1893 publiceerde Heimans zijn nieuwe lesmethode in het boekje 'De levende natuur', een handleiding voor leerkrachten. Daarin liet hij het op Linnaeus gebaseerde stelsel van het plantenrijk, het dierenrijk en het delfstoffenrijk voor wat het was, en leerden schoolkinderen dat planten en dieren geen individuen zijn, maar levende wezens die met elkaar levensgemeenschappen vormen. Dat was ook het moment waarop hij Thijsse ontmoette, die hem complimenteerde met zijn werk.

Via de Volmolen, een van de vijftien watermolens in het Geuldal, gaat het door een heggenlandschap zuidwaarts. Terwijl de eerste meidoorn in fel groen ontluikt (lente), laat de wind de verdorde blaadjes van de haakbeuk knisperen (winter). Dit is een tocht tussen twee jaargetijden in. Heimans zal over deze oude paden tussen de dorpen rondgezworven hebben, met een trommel voor interessante vondsten. Hij logeerde dan in hotel Ons Krijtland in Epen, dat in het centrum van dit paradijs ligt. Eigenlijk is hier alles hetzelfde gebleven. Op de zuilen met gesponsorde gedichten na dan, en de felle bordjes van de verschillende natuurorganisaties die allemaal een stukje Geuldal beheren. In Heimans' tijd was het één geheel.

Voordat Heimans samen met Thijsse ging publiceren, had hij al wat boeken uitgebracht, voornamelijk avontuurlijke jeugdboeken. 'Willem Roda' had het meeste succes, over een jongen die in de gevangenis belandt en uiteindelijk in Australië terecht komt. In al zijn boeken komen zijn ervaringen in de natuur voor. Met Thijsse begint hij aan 'uitspanningslectuur voor jongelui', de reeks waarin 'In sloot en Plas' is opgenomen, en 'Hei en Dennen'. Ze besluiten ook een nieuw tijdschrift te beginnen dat ook 'De levende natuur' heet en dat niet nodeloos ingewikkeld was, maar juist eenvoudig en aantrekkelijk geschreven. De 'Geïllustreerde Flora van Nederland' kwam uit hun handen, en het 'Wandelboekje', vol informatie over planten en dieren die de struiners van begin twintigste eeuw op hun pad konden zien. Het cahiertje had afgeronde hoekjes, om het makkelijk in de zak van het colbert te laten glijden.

Dassenglijbaan
Het pad klimt ophoog naar het Bovenste Bosch en daalt dan weer licht richting het Onderste Bosch, de locaties waarover Heimans in 1911 'Uit ons krijtland' publiceerde. Twee buizerds cirkelen schreeuwend rond. In de verte zijn op de akkers graften te zien: steile hellinkjes met erboven een heg. Tussen de struiken liggen glijbaantjes van zand, waarover in de schemer dassen zich naar beneden laten vallen.

Heimans was niet alleen gecharmeerd van dit stukje Limburg vanwege het prachtige mergellandschap, hier komen ook aardlagen als Carboon en Krijt aan de oppervlakte. In het jaar van de publicatie van zijn lofzang, deed hij bij Epen een opmerkelijk vondst. Hij ontdekte een zogenaamde 'brachiopode', een fossiel dat het eerste bewijs was dat dit stukje Limburg vroeger een zee was geweest.

Het Bovenste Bosch is in 1961 in handen gekomen van Natuurmonumenten en heet sindsdien 'Heimans-reservaat Het Bovenste Bosch'. Dat is ook meteen de enige verwijzing naar de natuurbeschermer aan wie deze streek zoveel te danken heeft. Er is geen beeldje te vinden, geen sokkeltje of herinneringsplaat. Maar wel een prachtig rijk krijtland, dat in zijn geheel gezien kan worden als Heimans' monument.

De app met de speciale Heimans-wandeling is gratis te downloaden via www.natuurinnederland.nl. Het rondje Epen is ongeveer 16 kilometer lang, goed voor vier uur lopen over 95 procent zandwegen. Onderweg is er horeca.

De avond valt in het Geuldal, het stukje Limburg dat van Heimans 'het Nationale Park van Nederland' moest worden.

Verder lezen
1 'Eli Heimans, Uit de schaduw van Jac. P. Thijsse', door Marga Cousèl. Uitg. Heimans en Thijsse Stichting. Prijs 15 euro.

2 'De Natuur als Bondgenoot, de wereld van Heimans en Thijsse in perspectief', door Marga Cousèl en Joop Schaminée ea. KNNV Uitgeverij. Tweedehands verkrijgbaar.

3 'Zinkviooltjes en zoetwaterwieren', biografie van Eli Heimans' zoon Jacob. Door Marga Cousèl. Uitg. Verloren. Met veel aandacht voor de vader. Tweedehands verkrijgbaar.

4 F. I. Brouwer. 'Leven en werken van E. Heimans'. Proefschrift Universiteit van Amsterdam / Groningen, Wolters, 1958. Alleen in bibliotheken in te zien.

Deel dit artikel