Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Korfballers zoals verwacht machtig op EK

Home

FRED TROOST

ESTORIL - Zoals verwacht is Nederland de strijd om het Europees Kampioenschap zaalkorfbal in Portugal goed begonnen. De ploeg van Jan Hof schoof zonder moeite Tsjechië aan de kant: 27-7. Het valt niet te verwachten dat Duitsland vanavond en Slowakije morgen Nederland de voet nog dwars kunnen zetten om zondag de finale te spelen.

Het is voor het eerst dat de Internationale Korfbalfederatie (IKF) een Europees Kampioenschap indoorkorfbal organiseert. Tot nu toe is er alleen een EK in de buitenlucht gehouden. Dat was in 1992 in Londen, waar Nederland na overwinningen op Hongarije, Duitsland en België de beker in ontvangst mocht nemen. Voor eeuwig, zo lijkt het, want een vervolg is er nooit meer gekomen. Behalve de Nederlanders en Belgen zijn er namelijk geen korfballers geïnteresseerd in de buitenvariant.

Korfbal laat zich in landen als Portugal, Tsjechië, Polen en Slowakije als zaalsport beter verkopen. Ook Duitsland en Engeland hebben inmiddels aan het indoorspel de voorkeur gegeven.

Dus was het logisch dat de IKF besloot het EK nieuw leven in te blazen, maar dan wel binnen de muren van een sporthal. Dat trekt meer publiek, meer aandacht van plaatselijke overheden en heeft dus ook meer propagandistische waarde. De IKF vindt dat nodig, want de sport mag zich dan redelijk voorspoedig over een groot aantal Europese landen hebben uitgebreid (zo voorspoedig dat vorig jaar een voorronde voor de acht deelnemersplaatsen van het EK moest worden gehouden), korfbal blijft in die nieuwe landen toch een tamelijk marginale activiteit. Erkenning van sportkoepels, ministeries van onderwijs, plaatselijke of regionale overheden en introductie op sportacademies is een doel om vaste bodem te verwerven en vervolgens soms een sleutel tot succes.

Uitstraling

In Portugal lijkt dat redelijk gelukt. De introductie ging via de opleiding voor sportleraar (zeg maar de Lissabonse CIOS), waarna het over het land uitgestrooide zaad met de nodige moeite her en der is gaan ontkiemen. Inmiddels is het land een van de betere korfbalontwikkelingslanden. Bij het WK van 1995 werd Portugal zelfs derde, uiteraard na de nog altijd toonaangevende landen Nederland en België. Voor de organisatie van het EK deed de Portugese niet zonder succes een beroep op sponsors met landelijke uitstraling, zoals RTP, een van de nationale tv-zenders.

Ook in Estoril, even ten westen van Lissabon, kan het niemand ontgaan dat er in de stad een Europees sportevenement aan de gang is. Billboards, aankondigingen in hotels en - voor de sporthal - het groot uitgevoerde EK-logo maken de passant erop attent dat hier het EK korfbal wordt gehouden. Het verlokt hem er overigens niet toe om ook te gaan kijken naar het gebodene, want de sporthal was op de openingsavond met zo'n vierhonderd toeschouwers redelijk, maar niet overdadig gevuld. Van een Ahoy'- of Arena-effect kan bepaald niet gesproken worden. Daarvoor is korfbal in Portugal nog een te onbekende sport. Weliswaar zitten in het comité van aanbeveling de Portugese president, de eerste minister en de minister van sportzaken (de Erica Terpstra van Portugal die vandaag het duel van zijn landgenoten tegen België komt bijwonen), maar de Portugese sportkranten hadden gisteren het EK korfbal nog niet ontdekt.

Korfbal is ook een sport waarin de verhoudingen al jaren vaststaan, en zoals het er nu uitziet, ook de komende jaren niet zullen wijzigen. Dat betekent: Nederland met voorsprong het sterkste, België volgt, dan komt er een hele tijd niets, en daarna vechten min of meer gelijkwaardige kleintjes om de derde positie en de plaatsen die daarachter komen. Kenners binnen het korfbalcircuit nemen juichend kennis van verrassende resultaten en die liggen dan in de sfeer van Slowakije dat Duitsland aardig bijhoudt of Tsjechië dat het Nederland een tijdje moeilijk maakt, maar een echte verrassing, bijvoorbeeld een overwinning van Polen op België, zit er niet in.

Ook gisteren waren dat soort optimistische geluiden te horen. Polen wist tot de rust België heel aardig bij te houden (14-12), maar toen de zuiderburen na de thee gas gaven, was het met de Poolse aspiraties snel gedaan. Winst van de Polen zou pas echte sensatie geweest zijn, maar de Belgen bewezen dat de kloof tussen de oer-korfballanden en de relatieve nieuwkomers nog altijd van Grand Canyon-achtige afmeting is: 36-14.

Niemand had voorts verwacht dat Slowakije tegen Duitsland voor een verrassing zou zorgen en dat gebeurde dus ook niet (17-12), al leidden de Slowaken tot in de tweede helft wel. Nee, de uitslagen waren bepaald niet van dien aard dat de persen gestopt en de koppen veranderd moeten worden.

Debuut

Nederland botste op Tsjechië, een opkomend land dat de kwaliteit wordt toegeschreven op termijn een bedreiging voor de gevestigde orde te kunnen worden. Zover is het nog lang niet. Dat getuigt niet alleen de uitslag (27-7), dat bewees ook de manier waarop Nederland de Tsjechen terzijde schoof. Het ging in het begin wat aarzelend en het duurde ruim negen minuten voor Voshart, die met acht treffers topscorer zou worden, Nederlands eerste door de korf schoot. De ploeg stond toen al vijf minuten met 1-0 achter. Hoewel de Tsjechen bewezen best te weten hoe je korfbal speelt, bleek daarna toch al snel het kwaliteitsverschil te groot. Bij rust was het al 14-5 en het duurde in de tweede helft 23 minuten voor Tsjechië uit een strafworp weer scoorde. Voor het Nederlands achttal, waarin na rust Barbara Bakker en Kees Slingerland hun Oranjedebuut maakten, werd het zodoende een eenvoudige overwinning.

Deel dit artikel