Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kopers en huurders slachtoffer van bouwen in rivierbed

Home

HUIB GOUDRIAAN

GORINCHEM - Na de wateroverlast van Kerstmis 1993 had de minister van binnenlandse zaken, wijlen Ien Dales, de Limburgse burgemeesters knorrig gewaarschuwd: “Mijne heren, u hebt illegaal gebouwd!” Maar toen de Maas enkele weken geleden nogmaals haar ware breedte liet zien, kon een eenvoudige tv-kijker vaststellen, dat het bouwen in het winterbed onverminderd was doorgegaan.

In de Gelderse en Zuidhollandse uiterwaarden is ook een en ander 'gepland', dat lijkt te spotten met opvattingen van hydrologen over een goede afvoer van Rijn en Waal, Lek en Merwede. Over bouwen en wonen in het winterbed van de Maas is in het tweede rapport Boertien (12 december vorig jaar) reeds alle mist weggeblazen: 'Er wordt in de landelijke plannen voor ruimtelijke ordening en waterhuishouding geen aandacht besteed aan hoogwaterrisico in relatie tot de ruimtelijke inrichting en het bouwen'.

De consequenties worden nu, na de watersnood, uiteindelijk getrokken, en minister De Boer (VROM) laat - aldus een woordvoerder van het departement gisteren - 'hierover verkennende besprekingen voeren met de provincie Limburg, met als doel dat er geen nieuwe bouwplannen komen voor het rivierbed'.

Weliswaar bestaat er een Rivierenwet, waarvan artikel 5 zegt dat het verboden is (tenzij de minister van verkeer en waterstaat vergunning geeft) onder meer 'een bouwwerk of getimmerte te maken of veranderen' in het winterbed.

Geen verbod

Maar volgens Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, is deze wet alleen een instrument voor goede waterafvoer, niet gericht op ruimtelijke ordening en zéker geen verbod voor bouwen in rivierbed of uiterwaarden. Hetzelfde geldt voor het Koninklijk Besluit van 24 februari 1916, dat invulling gaf aan de Rivierenwet.

Lang vóórdat hierover een publieke discussie kon woeden, nog in de vóór-Boertien-jaren, had Willem de Bruyn, voorzitter van de stichting Uiterwaardenpark, zich opgewonden over de vrijgevigheid met bouwvergunningen in de Maasvallei.

De Bruyn zegt nu: “De overheden in Limburg hebben zichzelf niet alleen een brevet van onvermogen gegeven door bouwen toe te laten in het winterbed van de Maas. Ze zijn met deze besluitvorming ook een uiterst glibberig pad ingeslagen. Waarom, vraag ik me af, wordt er tot op heden - koste wat kost - gewoon doorgebouwd in risico-gebieden? Is de overheid bevreesd voor de schadeclaims van projectontwikkelaars in geval er een bouwverbod voor het winterbed wordt ingesteld?”

“Ook Boertien-2 geeft aan dat hierbij 'andere belangen' een rol spelen. Ik vind het noodzakelijk dat de overheid een onderzoek instelt naar deze vestzak-broekzak-planologie, die in het Limburgse politiek-industriële bolwerk heeft geleid tot een afgeleide van macht, waarbij steekpenningen en smeergelden een rol spelen.”

De 48-jarige kunstschilder en docent tekenen in Gorinchem, die door zijn werk oog kreeg voor aan hun functie onttrokken en mishandelde uiterwaarden, heeft minister De Boer (VROM) een brief geschreven als voorzitter van de stichting Uiterwaardenpark; een brief op poten, met een verzoek tot onmiddellijke bouwstop in de risico-gebieden.

Slachtoffer

Hij meent dat met de nog verse ervaringen in het hoofd van begin deze maand, aan provincies en gemeenten een halt moet worden toegeroepen aan bouwplannen voor gebieden waar hoogwater een normale zaak wordt. Vooral omdat toekomstige kopers en huurders slachtoffer zijn van de graagte waarmee projectontwikkelaars en gemeenten toeslaan in het winterbed van de Maas in Limburg, en in de uiterwaarden van de andere rivieren.

De Bruyn vindt het ergerlijk dat er al geen lessen werden getrokken uit de wateroverlast van Kerstmis 1993. Boertien 2 oordeelt toch messcherp: “Het is belangrijk er voor te zorgen dat er door nieuwbouw van woningen en bedrijven geen 'nieuwe' schadegevallen ontstaan. De les uit het verleden is immers dat de mens voortdurend zijn grenzen wil verleggen naar de rivier.”

Waren gemeenten, die de vergunningen verstrekken, niet voldoende geïnformeerd over de risico's? Rijkswaterstaat stelde toch kaarten ter beschikking met prognoses over te verwachten wateroverlast langs de Maas, kaarten die de gemeenten kennen? De Bruyn: “Dat is juist, maar de gemeenten verwerken die informatie nauwelijks in hun bestemmingsplannen; er staat alleen een vage stippellijn; geen tekst met de woorden 'dit is inundatiegebied'. Er bestaan streekplannen waarbij de hoogwater-grenzen niet worden genoemd, terwijl de rivier dwars door die gebieden loopt. Kopers worden via de wethouders van bouw- en woningtoezicht niet geïnformeerd, huurders evenmin.”

“De gemeenten kùnnen op de hoogte zijn. Maar ze omzeilen adviezen van Rijkswaterstaat met artikel 19 van de ruimtelijke ordeningsprocedures. Minister Dales doelde hierop, toen ze bij een bezoek in Limburg vanwege de wateroverlast van kerst 1993 sprak over illegaal bouwen.”

Deze bouwactiviteiten tasten het waterbergend vermogen van de rivier aan. Bovendien - al trekt het minder de aandacht, en dat steekt Willem de Bruyn - worden betrokken burgers in Limburg, Gelderland en Zuid-Holland niet op de risico's gewezen door de verantwoordelijke instanties.

“De mensen kunnen grote schade oplopen door zich te vestigen in winterbed of uiterwaarden. In Gelderland spelen in Tiel en Zaltbommel projectontwikkelaars de eerste viool bij de ontwikkeling van 'stadsfronten', die in het winterbed van de rivier komen. Zaltbommel heeft een bestemmingsplan Zaltbommel-West met woningen en winkels ontworpen in een uiterwaard van de Waal. In Zuid-Holland heeft Leerdam een woonwijk gebouwd in de uiterwaard van de Linge. Hier staan premiewoningen en diverse typen vrije sectorwoningen. De bewoners liepen er in 1993 natte voeten op, en moesten nu worden geëvacueerd. Hoe is het mogelijk dat provinciale en gemeentelijke overheden vergunningen afgeven voor dit soort plannen?”

“Wat Leerdam betreft is het raadselachtig dat het Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden geen waarschuwing heeft laten horen voordat er werd gebouwd. En in Limburg, dat is helemaal de limit, daar zag je gouverneur Houben op tv praten over schadevergoedingen met op de achtergrond een in aanbouw zijnde Maastrichtse woonwijk, die was omringd door zandzakken. Daar komen de toekomstige gedupeerden te wonen van het volgende hoogwater. Waar halen de Limburgse overheden het recht vandaan, voor de door hun zelf gecreërde planologische blunders een schadevergoeding te vragen aan het rijk?”

Premier Kok heeft aangekondigd dat 'uitsluitend schade die onvoorzien was, kan worden vergoed'. De Bruyn meent dat nà de wateroverlast van 1993, toen minister Dales bouwen in het winterbed 'illegaal' noemde, nieuwbouw op de riskante plaatsen al voorzien mag heten.

“Dit betekent dat schade in de nabije toekomst aan bebouwing die bij het hoogwater van 1995 in aanbouw was, zeker te voorzien was en nooit kan worden vergoed. Niettemin, de goedkope grond heeft projectontwikkelaars en gemeenten in Limburg ertoe gebracht de wet te ontduiken. Kopers worden hiervan het slachtoffer. Het wordt tijd dat gedupeerden een proces beginnen tegen provincie of gemeente.”

Deel dit artikel