Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Koos Reugebrink 1930-2008

Home

Wouter Bax

Collegezalen en kerkgemeenten vielen als een blok voor de betogen van professor Jacobus (Koos) Reugebrink. Maar als medegrondlegger van de btw moest hij even gecamoufleerd over straat.

Het was acteren, zo gaf hij zelf volmondig toe als hem werd gevraagd naar zijn redenaarstalent. Hij kreeg de gave van het woord aangereikt van niemand minder dan Ko van Dijk, onder wiens leiding hij in vele toneelstukken speelde en wiens luide, gedragen, theatrale stijl hij overnam.

„Mensen denken al gauw: ’Hij speelt toneel, dus is het niet echt’. Dat is apekool.” Hij wilde dat zijn studenten écht wijzer werden van zijn colleges Belastingrecht, en niet alleen als het ging om de formele wetteksten. Juist niet, zelfs. Recht, zei Koos Reugebrink in het Leidse universiteitsblad Mare, is ’geformaliseerde ethiek’: „Het gaat mij er niet zozeer om wat er precies in de wet staat, en of je dat kopje koffie af kunt trekken, maar waaróm het er in staat. En: zijn het bepalingen waar ik achter kan staan?”

Affiniteit met belastingen had hij van huis uit meegekregen, al lag het aanvankelijk niet voor de hand dat hij er hoogleraar mee zou worden. Zijn vader was ambtenaar bij de Belastingen en was er verantwoordelijk voor de incasso’s. Maar hij behoorde tot de lagere echelons, en werd dus geregeld met gezin en al – vier jongens en een meisje – overgeplaatst als dat de Belastingdienst zo uitkwam.

Met zijn diploma van de Apeldoornse hbs – waar hij op 7 oktober 1947 een 23 levens eisend vliegtuigongeval meemaakte; hij praatte daar niet graag over – kon de jonge Koos geen rechten studeren, en daarom ging hij in het voetspoor van zijn vader naar de Belastingacademie. Fiscaal recht lijkt saai, maar hij betoogde dat het hele leven ermee doorspekt is. Graag nam hij zijn studenten vanuit de faculteit aan de Leidse Hugo de Grootstraat mee naar buiten, naar een terras of café, waar ze het belastingrecht onder het genot van een goed glas toepasten op het dagelijks leven. Bijvoorbeeld: is er sprake van ’consumptie’ als een student een zojuist gekochte fles cognac op straat kapot laat vallen?

De sigaren tekenden zijn verschijning. Hij rookte elke dag minstens vijf grote havanna’s, om later over te schakelen op nog grotere Romeo y Julietta , het merk dat ook Winston Churchill rookte. Bij de sigarenboer was hij zo’n goede klant dat hij zijn dagbladen er gratis bij kreeg. Die las hij van begin tot eind, Trouw altijd het eerst, en het liefst ook nog met een glas wijn erbij.

Hij gebruikte zijn eruditie om zijn colleges mee op te luisteren en verloor zijn hart aan de theologie. Drie, vier jaar studeerde hij dat, en in 1973 kreeg hij een preekconsent, een ’vergunning’ om te mogen preken. Met zijn liefde voor het spreken was dat een kolfje naar zijn hand. Hij trok er zijn toga van de universiteit voor aan en besteeg daarmee het spreekgestoelte voor een gloedvol, maar vaak ook kritisch betoog.

Hij bad niet voor het eten en dankte ook niet, vertelde hij in een interview ter gelegenheid van zijn afscheid van de universiteit, maar hij was wel ’gegrepen’ door de persoon van Jezus Christus. En niet alleen door Jezus’ bemoeienis met de tollenaars zag hij verbanden met het fiscaal recht. Opnieuw stelde hij hier de ethiek voorop: draait het om het strikt toepassen van regeltjes, of moet je steeds weer kijken wat recht en onrecht is? „Het werkt bijna bevrijdend als je er achter komt dat er onderstromen bestaan van gedachten en normen die niet neerslaan in de woorden, maar in de ’geest’ van de wet.”

Weten hoe wetgeving tot stand komt, was dus volgens hem van fundamenteel belang, want daaruit valt af te leiden wat er met de regels werd beoogd. Zelf zou Koos Reugebrink aan de wieg staan van een van de grote belastingvormen die Nederland rijk is: de omzetbelasting, ofwel de btw. Hij was in het begin van de jaren zestig de jongste bediende op het ministerie van financiën, maar had voor het concern Akzo eens moeten uitzoeken hoe het zat met de Franse taxe sur la valeur ajouté. Hij werd er eenoog mee in het land der blinden en toen de druk op Nederland steeg om omzetbelasting in te voeren – naast de Fransen hadden ook de Duitsers inmiddels Mehrwertsteuer – werd hij tot specialist gedoopt en opgedragen om de belasting toegevoegde waarde te ontwerpen.

Met het oog op de toekomstige invoering van de btw werd hij in 1965 tot lector benoemd op de Universiteit Leiden, waar hij de rechtenstudenten hielp aan een geduchte voorsprong in deze materie. Maar het onderwerp zou hem ook aan zijn grootste publiek ooit helpen, namelijk het Nederlandse volk dat zich tussen oktober 1968 en april 1969 massaal rond de buis schaarde om de btw in acht Teleacuitzendingen door Reugebrink uitgelegd te krijgen.

„Van zeven uur tot kwart over zeven had je Barend de Beer (Dag lieve kindertjes, slaap maar lekker! wb) en van kwart over zeven tot half acht kwam Reugebrink”, memoreerde hij graag. Maar zijn bekendheid had een keerzijde. „Toen heb ik gemerkt dat belasting verkopen net zoiets is als maandverband verkopen: de mensen hebben het nodig, maar ze hebben de pest aan reclame ervoor.” Op straat sprak iemand hem aan: „Bent u die zak van de belastingen?” Gelukkig waren de uitzendingen van tevoren opgenomen. Reugebrink liet enkele weken zijn snor en baard staan; toen was het over.

De btw is inmiddels niet meer weg te denken uit het belastingstelsel, maar ’Mister BTW’ zag wel met lede ogen hoe Europese rechtspraak de aard van de btw steeds verder van haar beginselen deed afwijken. Waarom, zo vroeg hij zich af met de hem zo kenmerkende link naar het dagelijkse leven, is een orgeldraaier geen btw verschuldigd over wat er in zijn muntenbakje valt en de winkelier die een cd met orgelmuziek verkoopt wél, alleen omdat de orgeldraaier vooraf géén prijs heeft bedongen en de winkelier wel? Volgens Reugebrink strookte dat niet met de neutraliteit die een belastingregel dient te kenmerken.

Het maakte zijn liefde voor het recht er niet minder om. Van 1982 tot 1990 was hij naast hoogleraar directeur van het Opleidingsinstituut Financiën, waar hij belastinginspecteurs in spe klaarstoomde voor het vak.

Ondertussen beslechtte hij ook geregeld fiscale geschillen als rechter in de Belastingkamer in Amsterdam. Hij genoot ervan, zoals hij in 1995 getuigde in zijn afscheidsrede met de titel ’De zomer was groots’, naar het gedicht Herbsttag van zijn geliefde dichter Rainer Maria Rilke. Hij sprak ’m uit met montere stem, maar met spijt in het hart. „Als je 65 wordt, ben je verplicht seniel”, zei hij over de onmogelijkheid voor de universiteit om hem in dienst te houden.

Gelukkig zouden vele van zijn studenten en collega’s nog veel contact met hem onderhouden. Bovendien had hij vele passies, waarvan het preken en de poëzie niet de minste waren. Was hij in zijn woonplaats Leiderdorp met preken begonnen, na verloop van tijd was hij een veelgevraagde voorganger in het hele ressort van de Particuliere Synode van Zuid-Holland West. De teksten die hij koos – „het Oude Testament is wereldliteratuur” – diepte hij uit als waren het wetteksten en hij preekte met veel plezier.

Voortaan was de jaren zeventig villa in Leiderdorp zijn basis. De typmachine in zijn werkkamer en de planken vol met boeken over recht en theologie getuigen er nog van zijn werklust en nieuwsgierigheid. De sigaren die hij rookte op zijn vaste hoekje van het bankstel, hebben een karakteristieke geur achtergelaten. Wat het belastingrecht betreft zat hij nu op de tribune en keek toe, zei hij. Maar hij zou altijd trots blijven op wat hij had bereikt en wenste met ’professor’ te worden aangesproken.

In de afgelopen jaren trok hij zich steeds iets verder terug. Het overlijden van zijn vrouw Chris was een klap voor hem, en zijn gezondheid ging achteruit. Toch zou hij – die een hekel had aan ziekenhuizen en leed aan het verlies van decorum dat hij als patiënt moest ondergaan – tot op het laatst een heer van stand blijven. „Ik ga even sigaren halen”, zei hij, gelegen op een ziekenhuisbed, tegen zijn zoon en dochter. Korte tijd later gaf hij zich over.

Tegen de verwachting van zijn kinderen in, koos Koos Reugebrink ervoor om in stilte te worden begraven. Maar kort na de uitvaart organiseerden ze een feest voor iedereen die dierbare herinneringen aan hem koesterde. Nog één keer was het huis stampvol.

Lees verder na de advertentie
Koos Reugebrink (Trouw)

Deel dit artikel