Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Konikpaard is een boerenknol

Home

KOOS DIJKSTERHUIS

Interview | de rol van grazers in onze natuur leidt tot soms heftige discussies. volgens bioloog Cis van Vuure volgen paarden en runderen het landschap. Ze maken het niet. En het konikpaard blijkt helemaal niet zo wild te zijn.

Konikpaarden worden sinds de jaren tachtig in de natuur uitgezet, omdat de West-Europese oernatuur volgens biologen had bestaan uit een half-open landschap met kuddes wilde paarden. Koniks zouden dankzij fokprogramma's het dichtst bij het oorspronkelijke wilde paard staan.

Allebei onzin, blijkt uit dertien jaar onderzoek van bioloog Cis van Vuure, die daar 6 februari op promoveert aan de Vrije Universiteit. "Van die koniks viel me op dat ze geen schutkleur hebben", zegt Van Vuure. "Ik vroeg me af hoe het wilde paard eruit zou hebben gezien en verdiepte me in oude bronnen. Zo kwam ik erachter dat de konik niet meer aan wilde paarden verwant is dan welke boerenknol ook. En dat West-Europa geen open parklandschap had, maar bedekt was met bos."

Biologen dachten dat grote grazers het landschap 'maakten'. Zij meenden dat Nederland net zo'n grasvlakte was met grazers als de Afrikaanse savanne, de Aziatische steppe en de Amerikaanse prairie. "Tijdens de ijstijd was Nederland inderdaad een grasvlakte", vertelt Van Vuure, "met mammoeten, wolharige neushoorns, reuzenherten, wisenten, elanden en veel wilde paarden. Er zijn zolders vol fossiele paardenbotten." Maar toen het na de ijstijd warmer werd, raakte West-Europa bedekt met bos. Dat blijkt uit opgravingen, zegt Van Vuure. "Er werden nauwelijks fossiele paardenbotten gevonden." Wilde paarden werden in West-Europa zeldzaam, maar bleven algemeen op de Aziatische steppen. Daar was het te droog voor bos, net als op de prairie en op de savanne."

Uiteindelijk bepaalt het klimaat of er bos komt, zegt de onderzoeker. "Paarden en runderen houden het bos niet open. Ze volgen het landschap, ze maken het niet. Als het te droog is, blijft het gras. En daarop leven uiteraard graseters."

Waarom natuurbeheerders volhouden dat het oerlandschap half-open gehouden werd door koeien en paarden, komt volgens Van Vuure omdat ze zo verknocht zijn aan dat afwisselende landschap. "Het is ook prachtig", erkent hij, "met bos, struiken en grasland."

Wild of niet, koniks redden zich prima in de natuur. Dat beaamt Van Vuure, al is hij benieuwd hoe ze op jagers of wolven zouden reageren. "Duizenden jaren leefden mensen als jager-verzamelaars en jaagden ze net als wolven op wild. Dat wild had een schutkleur en was snel ter been. Koninks staan qua lichaamsbouw echter zover van wilde paarden af, dat ze niet eens in wilde galop kunnen. Dat komt door hun geringe schofthoogte en de stand van hun schouderblad. Ze zouden een makkelijke prooi zijn."

Uit eeuwenoude beschrijvingen maakte Van Vuure op dat het wilde paard donkergrijs/bruin was, met korte borstelmanen en een rugstreep. Koniks missen die streep, hebben lange manen en een lichte vacht. Het tot vijftig jaar geleden in het wild levende przewalskipaard heeft de wilde kenmerken wel. Er zijn nooit aanwijzingen gevonden dat de konik nauw verwant is aan het przewalskipaard of aan het Europese wilde paard. Uit DNA-onderzoek bleek wel dat de konik sterk verwant is aan enkele andere huispaardrassen.

Het misverstand dat koniks lijken op wilde paarden, is volgens Van Vuure in de wereld geholpen doordat natuurbeheerders die konikpaarden hoe dan ook wilden. "Het was een overtuiging waarbij een mooi verhaal verteld werd", zegt hij. "Men beriep zich op artikelen die overgeschreven waren van oude publicaties die ook weer overgeschreven waren, met fouten en al. Dat is terug te voeren op een boek dat ene J. Brincken in 1826 bij elkaar fantaseerde over een oerbos in Polen."

Eén voorbeeld: Brincken las in een artikel uit 1801 dat er in Litouwen wilde paarden waren. Hij nam aan dat ze dan ook in dat Poolse bos zouden leven. Van Vuure: "Dat is al kras, en in dat boek uit 1801 wordt een bron uit de zestiende eeuw geciteerd. Dat had Brincken niet door, misschien vanwege een drukfout, een vergeten nul. Ik heb die bronnen opgesnord in bibliotheken en archieven. In dit geval staat er '30 jaar geleden', in plaats van 300 jaar. In het wild zijn wilde paarden gezien tot in de zestiende eeuw. Een twintigste-eeuwse fokker nam dat misverstand over en beweerde bovendien dat de laatste wilde paarden rond 1800 bij Poolse boeren waren beland, die ze nauwelijks hadden gedomesticeerd. Vanwege die fabel zijn koniks gefokt uit Poolse boerenpaarden."

Er zijn vaker pogingen gedaan om uitgestorven dieren terug te fokken. Er is nu in Nederland bijvoorbeeld een plan voor het terugfokken van de oeros. In twintig jaar moet dat dier teruggetoverd zijn. Volgens Cis van Vuure was dat terugfokken vaak een kwestie van prestige: "Je schept een dier, waaraan je naam wordt verbonden. Helaas willen die fokkers gauw resultaat, ze nemen niet altijd de tijd voor gedegen onderzoek."

Komende woensdag staat hier, op de pagina Duurzaamheid en Natuur een tweede verhaal over grote grazers: de zoektocht naar de ultieme oeros.

Uit DNA-onderzoek blijkt dat de Konik verwant is aan huispaard-rassen.

Deel dit artikel