Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kolonisatie van Taiwan door Nederland is vergeten geschiedenis

Home

HARO HIELKEMA

Vlak voor de kerst van 1985 arriveerde Cheng Shaogang in Nederland. China had hem gestuurd om hier Nederlands te leren: het land wilde zich wat openstellen naar de wereld en daarvoor waren jonge mensen nodig met kennis van vreemde talen. Het was niet Chengs eigen idee, maar zijn prestaties op de middelbare school (“mijn Engels was vrij aardig”) bepaalden zijn studierichting. Hij bezocht eerst het Instituut voor vreemde talen in Peking, waar hij tweeëneenhalf jaar Duits studeerde en vertrok daarna naar Nederland.

Tien jaar later spreekt Cheng (31) prachtig Nederlands - met een hele lichte Leidse r - en is hij net gepromoveerd op een lijvige studie over de Verenigde Oostindische Compagnie en Formosa, het huidige eiland Taiwan voor de zuidkust van China, dat van 1624 tot 1662 een handelskolonie van de VOC was. Hij heeft daarvoor monnikenwerk verricht door uit het Algemeen rijksarchief de correspondentie over de Nederlandse bezetting van Formosa op te sporen en de zeventiende-eeuwse jaarverslagen (de 'generale missiven') van de VOC in het Chinees te vertalen en van een toelichting te voorzien. Twee dikke delen over die 'vergeten geschiedenis' vormen het resultaat van wilskracht en doorzettingsvermogen, waarvoor hij zijn familie als bron opvoert: zijn moeder deed alles om hem te laten studeren, zijn zus offerde haar opleiding voor hem op en zijn broer legde van zijn karige inkomen geld voor hem opzij zodat hij vanuit het Noordchinese Shandong in Peking kon gaan studeren.

Die studie Nederlands ging aanvankelijk niet helemaal van harte. “Ik heb er lang over gepraat met docenten en vrienden. Nederland is een klein land en Nederlands een kleine taal. Je neemt met zo'n studie een beslissing voor je leven. Maar àls je aan zo'n taal begint, moet je dat ook ter plaatse doen.” In de bibliotheek in Peking was geen boek over Nederland te vinden. In een verhandeling over Europa las hij iets over klompen en molens en over het droogleggen van polders, maar een beeld van wat hem te wachten stond had hij niet. “Ik wist waar Nederland lag en dat de levensstandaard vergelijkbaar was met die in Duitsland.”

Cheng werd in Nederland opgevangen door oudere landgenoten die hier in het kader van een uitwisselingsprogramma verbleven, maar ging al snel zijn eigen weg in Leiden. Hij volgde enkele cursussen, voordat hij zich na een half jaar aanmeldde voor de vakgroep Nederlandkunde. “Op basis van het Duits dat ik kende, was het Nederlands vrij eenvoudig te leren. Mijn examen verliep tot mijn verbazing erg positief, op een paar grammaticale fouten na - dat kwam door het Duits. Een taal leren is niet zo moeilijk. Het is gewoon nazeggen. Zo doen kleine kinderen het ook, alles woord voor woord nazeggen.”

Hij kocht een fiets, trok in z'n eentje door Zuid-Nederland en beklom het drielandenpunt bij Vaals. “Ik wilde testen of mijn kennis van het Nederlands genoeg was. Maar het was een beetje steil in Limburg, ik vond dat afdalen nogal gevaarlijk. Ik zag opeens zo'n kruispunt beneden me: ik kon nog maar net op tijd remmen.” Ook met de verkeersregels had hij moeite: “Ik reed opeens op een snelweg. En iedereen begon te toeteren.”

Na twee jaar algemene studie van taal, cultuur en geschiedenis koos hij het laatste voor zijn specialisatie. Hij schreef een scriptie over het Chinees-Nederlandse conflict om Formosa, verdiepte zich in het werk van Slauerhoff (die als scheepsarts bij de Nederlandse Handelmaatschappij veel in het Verre Oosten kwam en Chinese gedichten bewerkte) en werd meer en meer geboeid door de Nederlandse relatie met Formosa.

“Je leerde op school de verhalen van Zheng Chenggong, de Ming-loyalist en veldheer die in 1652 de opstand van Chinezen op Formosa leidde en de Nederlanders van het eiland afjoeg. Coxinga - dat was zijn bijnaam - gold als symbool van de strijd tegen de Europese expansie. Hij was een volksheld, wiens naam zelfs in de jaren zestig en zeventig werd gebruikt in het verzet tegen het Westerse imperialisme. Je wist alleen niet dat hij zelf van het vasteland was verjaagd door de Qing-troepen en naar Formosa was uitgeweken.”

De kolonisatie van het eiland door Nederland is in China volgens Cheng “een vergeten geschiedenis.” Er is een groot gebrek aan feitenkennis. Chinese bronnen zijn er vrijwel niet, behalve over Coxinga's expeditie. Oostaziatische historici baseren zich voornamelijk op in het Japans en Engels vertaalde informatie uit het VOC-archief. Maar de enige gedetailleerde bronnen waren voor hen een gesloten boek: de generale missiven van de gouverneur-generaal en raden aan de heren zeventien der Verenigde Oostindische Compagnie, gemakshalve aan te duiden als de jaarverslagen die het VOC-hoofdkwartier in Batavia naar Nederland stuurde met daarin rapportages over wel en wee van de Aziatische bezittingen.

Al die stukken, bijna compleet bewaard in het Algemeen rijksarchief, liet Cheng door zijn handen gaan. Hij lichtte er de passages over Formosa uit: soms 20 folio's per jaar (1635), soms meer dan 550 (1662). Het ontcijferen van de handschriften was een lastig karwei, het begrijpen van de zeventiende-eeuwse teksten soms nog moeilijker. “De spelling kende toen nog geen duidelijke regels, het gebruik van hoofdletters en leestekens was betrekkelijk willekeurig, het was stadhuistaal ontleend aan het Latijn en het Frans, sommige woorden hadden toen een andere betekenis dan nu en de zinnen waren vaak buitensporig lang en ingewikkeld. Het was soms een doolhof.”

Toch kreeg Cheng het ontcijferen en begrijpen snel onder de knie. Met een ijzeren discipline worstelde hij zich door de generale missiven, schreef alle teksten over Formosa met de hand over en werkte die 's avonds thuis uit. Regel voor regel, woord voor woord. “Ik heb bewust geen portable gebruikt. Ik vind het leuk om te schrijven, je leert zo je eigen handschrift en geeft daar vorm aan. Bovendien kun je onder het schrijven tekens die je niet begrijpt, namaken en later uitzoeken. Bij je computer zou je een vraagteken moeten zetten. Ik kan nu alles terugvinden, ik heb al mijn handschriften bewaard.”

Grote en kleine zaken kwamen in de missiven aan de orde: handelsresultaten, dagregisters van kasteel Zeelandia (het fort op het eiland), economische maatregelen, gegevens over visvangst, zijdeteelt en de suikerrietplantages, de oorlogssituatie in China, maar ook huishoudelijke klachten (bijvoorbeeld over de slechte kwaliteit van de Spaanse wijn en het tekort aan medicamenten). Over de pogingen om de bevolking tot het christendom te bekeren, werd gerept (wie christen werd, hoefde maar de helft van de maandelijkse belastingen, het 'hoofdgeld', te betalen) en over aardbevingen, epidemieën en andere natuurrampen. Er werd vaak heel nauwkeurig bericht: Formosa was immers niet voor niets de 'coorenschuyr' van de Compagnie, een van de belangrijkste koloniën in Azië.

Minderheid

De bezetting van Formosa door de Nederlanders heeft maar 38 jaar geduurd, maar de invloed is volgens Cheng nog steeds merkbaar in de Taiwanese samenleving. De VOC-tijd bracht de plantages op het eiland en zorgde voor de vestiging van Chinezen (van de oorspronkelijke bevolking is slechts een minderheid over). Er zijn nog forten en namen (zoals 'Compagniesvelden') en andere sporen zichtbaar. De vertaling van de generale missiven en de toelichting van Cheng kunnen als basis dienen voor nader onderzoek naar de geschiedenis van Taiwan. Hij heeft de bron ontsloten. Voor de Chinese vertaling heeft hij inmiddels in Taiwan een uitgever gevonden, voor de letterlijke tekst uit het VOC-archief hoopt hij nog op belangstelling in Nederland.

En verder? Hij zou de rol van de gouverneurs op Formosa wel nader willen onderzoeken of een woordenboek willen maken met verklaringen van woorden die aan Aziatische talen zijn ontleend. Hij zou ook wel terug willen naar China, zijn (Nederlandse) vriendin heeft ooit in Peking gestudeerd. “Ik ben me nog aan het oriënteren. Dingen lopen niet altijd zoals je gepland hebt. Ik had in 1985 ook nooit gedacht dat ik hier tien jaar later nog zou zitten met een proefschrift voor m'n neus.”

Deel dit artikel