Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Koerdisch nieuwjaar loopt uit op protest tegen onderdrukking

Home

TINEGRE WILLEMSEN

VAN - “De politie was bang dat hij in zijn cel zou sterven. Mijn jongen moest als een baby naar huis kruipen. Hij kon niet meer staan door zijn verwondingen”, zegt Setkans moeder. Setkan ligt roerloos op een bed in de huiskamer, door zijn twee zussen toegestopt onder een grote roze deken. Zijn moeder verhaalt over de dieptepunten uit de familiegeschiedenis.

“Vijf familieleden die bij de PKK (Koerdische guerrilla-organisatie) zaten zijn gedood. Mijn zoon Ibrahim is in 1987, toen hij was afgestudeerd, bij de PKK gegaan. Vijf jaar geleden schoot het leger hem dood in de bergen bij Kars. Zijn lichaam lieten ze achter op onze stoep. Daarna begonnen de problemen voor mijn man en mijn drie andere zoons. De üzel Tims (speciale politie teams) kwamen dagelijks langs. Ze sloegen mij, mijn man en mijn zoons en wilden weten waarom Ibrahim in de bergen was. Mijn man kon het niet meer aan. Hij trok met een 14-jarige zoon de bergen in om te vechten. Ik heb ze niet meer gezien.”

“Mijn andere zoon die ook bij de PKK zat, heeft drie jaar in de gevangenis gezeten en is daar met elektrische schokken gefolterd. Hij is sinds zes maanden vrij maar elke dag komen de üzel Tims nog langs om hem te verhoren en krijgt hij klappen.”

“Toen we twee dagen geleden 's avonds bij het ziekenhuis waren en met de Europeanen daar wilden praten over wat er met Setkan was gebeurd, zei de politie dat als we Europeanen zo leuk vonden, we beter naar hen konden verhuizen. Ze dreigden mijn vrijgekomen zoon opnieuw te arresteren als de buitenlanders niet meteen weg zouden gaan.”

Haar zoon werd die avond bij de groep van zeven Duitsers en Nederlanders weggetrokken en in de lobby van het ziekenhuis geduwd. Vanachter de ruiten zagen ze dat vijf agenten hem omringden en hem iets toeschreeuwden. Toen hij zijn identiteitspapieren moest afgeven, stormde zijn moeder de lobby in en klampte ze zich smekend vast aan een politieman. “Laat mijn zoon los, laat hem gaan, neem mij”, riep ze, waarop de politieman schreeuwde: “Laat ons met rust, jullie verstoren onze doden”. Voordat ze de vrouw de deur uitwerkten riep ze: “Aan onze kant zijn ook doden gevallen”.

Setkan staart voor zich uit als zijn moeder hem van wat kleren ontdoet om zijn wonden te tonen. Handen en benen zijn opgezwollen en vertonen blauwe en gele plekken. In zijn gezicht zitten ronde wondjes en zijn rug vertoont striemen. Hij kan niet lopen, en omdat zijn tanden zijn gebroken kan hij niet goed eten.

Niet alleen Setkan betaalde een hoge prijs voor zijn protest. Volgens een rechter zijn er op die dag en de dagen daarvoor 150 mensen gearresteerd. Volgens een plaatselijke leider van de toegestane Koerdische oppositiepartij Hadep moet dat getal hoger zijn. “Onze eigen lijst telt minimaal driehonderd mannen, vrouwen en kinderen.”

Er waren tijdens de Newroz-viering ook betogingen in andere steden in Turks Koerdistan. Zo'n 200 000 mensen gingen de straat op. Overal, ook in Van, geldt sinds 1987 de staat van beleg. Het hoogste gezag is in handen van militairen, burgerlijke wetten zijn opgeschort en de burgerlijke vrijheden zijn beperkt. In Van (135 000 inwoners), liepen 30 000 mannen, vrouwen en kinderen mee in de drie verschillende demonstraties.

“Het is onvoorstelbaar, maar een van de tanks die door de straten reed, heeft zelfs een kind geraakt en is doorgereden. En het is hier niet zoals in Europa. Als je gevangen bent, dan word je ook gemarteld. Ik zelf ben gefolterd met ijsdouches, anderen krijgen elektrische schokken. De politie verkracht vrouwen en mannen in hun cel”, zegt een andere Hadep-leider.

Voor Koerden in Turkije, Irak, Iran en Syrie symboliseert Newroz, dat 'Nieuwe Dag' betekent, het verzet tegen onderdrukking en de daarop volgende bevrijding. De feestvierders steken fakkels aan en dansen rondom vuren en springen erover heen. De Turkse staat organiseert sinds 1995 officiële Newroz-vieringen die de komst van de lente in de hele Turkse wereld, van Centraal-Azië tot de Balkan, symboliseren. In het Turks heet Newroz 'Nevruz'. Op het Turkse journaal van 21 maart viel, na berichten over de onlusten in Koerdische steden, te zien hoe Turkse politici over een Nevruz-vuur springen.

Het is niet zo dat er nu overal vrij Newroz gevierd kan worden. In Hakkari, dat 150 kilometer ten zuiden van Van ligt en grenst aan de bergen van Iran en Irak, was er geen feest. Er wonen daar ongeveer 35 000 Koerden en zo'n 70 000 politieagenten, militairen, en leden van de üzel Tims: twee op één. Op de weg van Van naar deze vesting wordt de controle steeds strenger. Ook de wegversperringen en militaire wachttorens nemen toe. Vlakbij Hakkari ligt een afgebrand dorp.

Bij aankomst in de stad ondervraagt de politie buitenlandse bezoekers. Ze krijgen een 'beschermer' toegewezen die de taak heeft om contact met de inwoners te voorkomen en om hen zoveel mogelijk van de straat te houden. Beschermer Cetin legt uit waarom: “In de bergen zitten veel terroristen van de PKK. Ze branden dorpen af en vermoorden baby's. Ze zijn heel gevaarlijk.”

De sfeer op de drukke markt is grimmig en het is er ijzig koud. Overdag staan de gezichten strak, in het voorbijgaan richten mensen hun ogen angstig naar de grond. 's Avonds zijn de straten leeg. Alleen militairen en functionarissen zijn nog buiten. 's Nachts rijden om de drie minuten pantservoertuigen en politiewagens langzaam blokjes door de straten en langs het hotel.

In Hakkari heerst de angst. Cetin bekent dat hij heimwee heeft naar zijn mooie geboortestad waar zijn vrouw die in verwachting is op hem wacht. Als het een jongen wordt krijgt hij de naam van de Turkse popzanger Tarkan, een meisje zal naar een bloem worden vernoemd. Hij laat trots zijn holsters met schiettuig en kogels zien.

Er mag niet meer worden gelopen: thee drinken! Na enig soebatten krijgen de bezoekers hun zin en gebeurt dat buiten. Een eethuisje krijgt de taak een terrasje te installeren. Als een stuk of vijf obers temidden van politieagenten en een grote groep kinderen in de weer zijn met een tafeltje, krukjes, en een dienblad vol thee, ontstaat er plots een vrolijke chaos waarin de politie even de controle verliest. Cetin praat met een vader die met zijn kind op het oploopje is afgekomen. Twee andere agenten nippen zwijgend aan hun thee, en aan de overkant van de straat slaan een tiental volwassenen met een brede lach het tafereeltje gade.

Op de terugweg naar Van moet het busje drie maal naar een militaire garage voor onderzoek. In de eerste garage hangen twee grote fotolijsten met krantenartikelen over een heroïnevangst. Op een foto tonen twee militairen trots de buit. Daarna volgen nog een paar controles waarbij de mannen steeds uit de bus moeten en worden gefouilleerd. Pas als Van nabij is verbetert de stemming en beginnen de reizigers te praten.

Van lijkt onherkenbaar. De dag voor Newroz stonden er tanks in elke hoofd- en zijstraat, en was er ook een grote politiemacht op de been. Toch viel de troepenmacht bijna weg tegen de hoeveelheid winkelende, slenterende en werkende mensen. Nu zijn de straten leeg, ook de troepenmacht is kleiner. Een militair met geweer heet ons 'welcome'. 's Avonds bij het ziekenhuis vraagt Setkans broer: “Weten jullie wanneer dit ophoudt?” Even later duwt de politie hem de lobby in. De buitenlanders vertrekken.

Deel dit artikel