Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

KMA is een gesloten bastion dat dringend moet veranderen ..IN: De auteur is historicus en was tussen 1991 en 1993 als dienstplichtig officier verbonden aan de staf van de Directie Operatiën te Den Haag.

Home

MARCEL REIJMERINK

De Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda heeft het afgelopen jaar met een aantal ernstige incidenten te maken gehad. Dit is gebleken uit een onlangs uitgelekte brief van een commandant van de academie, een van de grootste internaten van Nederland.

Het eerste voorval speelde zich af tijdens een quiz, waarbij een cadet (een officier in opleiding) de vraag stelde naar welk concentratiekamp een joodse mede-cadet moest worden overgebracht. Dezelfde joodse cadet werd na dit incident nog vaker getreiterd; boven zijn bed en zijn kamerdeur werd zelfs een hakenkruis aangebracht.

Niet veel later kreeg een docent een tegen hem gericht 'arrestatiebevel', volgetekend met hakenkruizen, gestuurd. Tijdens de laatste ontgroening werden tegen een allochtone mede-cadet racistische en andere denigrerende opmerkingen gemaakt. Hoewel de KMA-leiding wel ingreep - men blies de ontgroening af - werd geen van de daders zwaar gestraft of van het instituut verwijderd.

Tenslotte was er sprake van een onverkwikkelijke affaire tijdens een oefening in Duitsland waarbij mannelijke cadetten hun vrouwelijke collega's lastig gevallen zouden hebben; zij moeten zich binnenkort voor de militaire rechtbank verantwoorden.

De vraag dringt zich op: hoe kon dit gebeuren en is er een mogelijkheid dat een en ander zich herhaalt?

De KMA is een hiërarchisch geleid internaat, weliswaar midden in Breda gelegen, maar geïsoleerd door hoge bemuring en omringd door een gracht. Het zijn symbolen voor de gescheiden werelden van burgermaatschappij en militair regime. De gedragsregels binnen het instituut komen niet overeen met die van de burgermaatschappij. De militaire leiding, onder bevel van een gouveneur in de rang van generaalmajoor, staat ver boven het studenten- en docentenkorps. Verfrissende, nieuwe onderwijsmethodes zijn niet doorgedrongen tot het internaat. Van docenten wordt meer dan honderd procent loyaliteit aan het militaire apparaat verwacht. Zij mogen in ideeën en uiterlijk beslist niet afwijken van de gangbare ultra-conservatieve snit. Grijze kostuums en stropdassen zijn verplicht. Wie zich daar niet aan houdt kan vertrekken. Voor buitenstaanders en andersdenkenden is de KMA een onneembaar bastion.

Dit alles is volkomen in strijd is met de gedragsregels elders in het militaire apparaat. Sinds 1992 is er een beleid gevoerd dat als een culturele revolutie kan worden gekenschetst. Aan het hoofd hiervan stond de directeur Operatiën en plaatsvervangend bevelhebber generaal R. Reitsma, die thans de leiding heeft over de nieuwe DuitsNederlandse divisie.

Hij en zijn staf pleitten voor meer openheid binnen de organisatie. Het militaire apparaat diende zich meer en meer te verankeren in de maatschappij. De gangbare omgangsvormen in het bedrijfsleven moesten zoveel mogelijk ook in de militaire structuur geïntegreerd worden.

Management

Reitsma vond, dat “de hakken van de Nederlandse militair nog in de Noordduitse laagvlakte” stonden. Hij bedoelde hiermee te zeggen dat Nederlandse militairen in de wereld na 1989 sneller, adequater, kortom, met een andere instelling te werk moesten gaan. Daarin pasten volgens hem zaken als modern management en openheid. Reitsma wilde, tot opluchting van jonge officieren, af van de traditionele beslissingsmethoden via hiërarchische schijven. Hij doorbrak hiermee het gebruikelijke rollenpatroon van sterren en balken.

Een andere generaal, die zowel in militaire als politieke kring gezien wordt als een modern manager, is brigade-generaal J. W. Brinkman. Hij is commandant van de luchtmobiele brigade en thans rechterhand van de Britse VN-bevelhebber in het voormalige Joegoslavië, Michael Rose. Brinkman heeft van zijn nieuw opgerichte brigade in Schaarsbergen een moderne eenheid gemaakt waarin de verankering van militair apparaat met moderne burgermaatschappij centraal staat.

De luchtmobiele soldaat wordt geacht een zelfstandige huishouding op de kazerne te voeren en wordt onder meer getraind in het omgaan met burgers die bloot staan aan gevaren, zoals in het voormalige Joegoslavië. Daarnaast nodigen Brinkman en zijn staf menigeen uit bij oefeningen en dergelijke van zijn brigade. Zo wordt een moderne militaire eenheid min of meer een publiek bezit waarin open contacten tussen militaire wereld en burgermaatschappij de gewoonste zaken van de wereld zijn.

Deze cultuuromslag is aan de KMA volledig voorbijgegaan. De leiding heeft zich te veel gekoesterd in haar ivoren toren en zich niet gerealiseerd dat er de afgelopen vijfentwintig jaar veel in de Nederlandse maatschappij veranderd is. Het isolement waarin academie en studenten zich bevinden werd een voedingsbodem voor uitspattingen van geweld, racistische en seksistische 'grapjes'.

De KMA moet zich aanpassen aan de samenleving van nu, meedoen met de veranderingen die zich in een groot deel van de landmacht afspelen. En anders moet het de poorten sluiten.

Deel dit artikel