Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Klijnsma: Quotum mensen met arbeidsbeperking is onderhandelbaar

Home

Ingrid Weel

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verlaat het Binnenhof na afloop van de ministerraad. © anp

Ze weet 'drommels goed' waar ze aan begonnen is, zegt Jetta Klijnsma, de staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid. Ze weet dat ze 1,8 miljard euro moet bezuinigen op de sociale werkplaatsen, de plek waar de zwakkeren van de samenleving een zinvol onderkomen vinden, en de jonggehandicapten.

"Zij hebben niet bepaald de sterkste schouders, nee." Vandaag moet Klijnsma de bezuiniging in de Tweede Kamer verdedigen. Tijdens een debat over de hoofdlijnen van haar Participatiewet, waarin de bijstand, de Wajong (uitkering voor jong gehandicapten) en de sociale werkplaatsen worden samengevoegd in één regeling, zal de staatssecretaris van PvdA-huize weer van de SP te horen krijgen dat ze 'rechts rotbeleid' aan het uitvoeren is.

"Je kunt twee dingen doen in de politiek", reageert Klijnsma aanvankelijk onbewogen. "Je kunt op de barricaden gaan staan voor mensen die het niet hebben getroffen, en ik waardeer het zeer dat de SP dat doet. Maar ik wil echt iets doen, ook onder barre omstandigheden. Ik doe een appèl aan de SP om met mij mee te denken. Het is te makkelijk om telkens te zeggen: 'Klijnsma, je laat mensen vallen'. Dat doen we niet. Er gaan nog steeds miljarden naar de sociale zekerheid, hoor."

Toch liep de PvdA-politica vorig jaar nog mee in een demonstratie met circa 15.000 medewerkers van de sociale werkplaatsen tegen de plannen van haar voorganger Paul de Krom (VVD) waardoor 70.000 werkplekken dreigden te verdwijnen, uitkeringen omlaag zouden gaan en de regeling voor jonggehandicapten werd uitgekleed.

"Ik liep daar als Kamerlid en was woordvoerder gehandicapten en ouderen. Ik ging niet over de sociale werkplaatsen. Het kabinet Rutte I - dat echt een heel ander kabinet was dan het huidige - wilde alle Wajongers laten herkeuren. Daar heb ik een stokje voor gestoken. Als de SP nu zegt, 'je lijkt zo sociaal maar je bent asociaal', dan kan ik dat een paar keer langs me heen laten gaan, maar soms ook niet. Dan word ik emotioneel."

De wijzigingen die Klijnsma heeft aangebracht in de Wet Werken naar Vermogen van het vorige kabinet lijken klein. Nog steeds wordt hetzelfde grote bedrag gekort op de sociale werkplaatsen. Bij het voorstel van De Krom was dat het grootste struikelblok voor de oppositie. Klijnsma: "Ik snap die focus op de bezuinigingen wel. Het is ook een zware boodschap. We moeten de tering naar de nering zetten."

Maar liever heeft de staatssecretaris het over de filosofie achter de Participatiewet. "Mensen met een beperking moeten aan regulier werk komen. Dat is zo belangrijk, deze mensen horen er ook bij. Dat is wat mij drijft."

Om mensen op afstand van de arbeidsmarkt aan het werk te helpen, is het quotum bedacht: in 2020 moet bij ondernemingen met meer dan 25 werknemers 5 procent van hen een arbeidsbeperking hebben. Werkgevers gruwen ervan. Hun voorman Bernard Wientjes vroeg de staatssecretaris onlangs 'alsjeblieft niet het q-woord te noemen'.

"Werkgevers staan niet te popelen. Het zijn al slechte tijden voor hen, hoor je dan. En de werkgelegenheid staat onder druk. Maar door het quotum merk je wel dat werkgevers nu gaan nadenken over plekken voor mensen met een beperking. Het beschutte werk moet ook blijven, maar een hele groep zit daar nu niet op de goede plek."

De invulling van die 5 procent is onderhandelbaar, zegt Klijnsma. Als werkgevers met goede oplossingen komen, is dat mogelijk, aldus de staatssecretaris. "Laat ze maar iets bedenken waardoor het niet hoeft. Ik sta open voor alle lumineuze ideeën, maar linksom of rechtsom; er moeten wel werkplekken voor deze mensen komen. Ik ben blij dat ik een stok achter de deur heb - een boete als je het quotum niet haalt - anders kon ik alleen hard 'help' roepen richting werkgevers, en stond ik verder met lege handen."

In het buitenland is al enige ervaring met zo'n quotum. Klijnsma noemt Duitsland als goed voorbeeld waar het quotum van 5 procent wordt gehanteerd, en waar binnen de private sector 4 procent van het werknemersbestand uit arbeidsgehandicapten bestaat. Waarom zou 5 procent dan wel in Nederland lukken? Klijnsma: "Ik moet toch ergens beginnen? Wat zou ik dan moeten doen? Niets? Dan vallen de sociale werkplaatsen om. Er gaat ongelooflijk veel geld uit de samenleving naar toe."

Vanaf 2014 zijn de sociale werkplaatsen niet meer toegankelijk voor nieuwe werknemers. De eerder aangekondigde bezuinigingen op de werkplaatsen worden niet in drie jaar maar in zes jaar doorgevoerd. Klijnsma vindt het belangrijk dat die periode is verlengd. Het zijn deze veranderingen in de Wet Werken naar Vermogen van haar voorganger De Krom, waardoor de PvdA-politica 'ja' heeft gezegd tegen de functie van staatssecretaris.

Als het voorstel van De Krom zonder aanpassingen in het regeerakkoord had gestaan, was Klijnsma niet aan de klus begonnen. Ook niet onbelangrijk bij dit dossier, vindt ze zelf, is haar wijze van optreden. "Mijn toon is anders dan die van mijn voorganger. Ik weet niet hoe Paul (de Krom, red.) het precies deed - iedere bestuurder heeft zijn eigen stijl - maar ik ben echt betrokken. Ik wil horen wat er speelt. En dan merk je dat er constructief wordt meegedacht. Als je zaken, hoe moeilijk ook, probeert uit te leggen, blijkt dat mensen toch altijd voor rede vatbaar zijn."

Ze zegt goed contact te hebben met de wethouders. "Ik begrijp hen ook goed, ik ben zelf wethouder geweest. Vanaf januari 2014 staan de burgers bij hen op de stoep. Zij krijgen de volle laag. Dat is tegelijkertijd ook mooi aan lokaal bestuur. Je staat dichtbij degenen die het betreft. En laten we wel zijn: het is niet alleen kommer en kwel. Het is nu winter, maar het wordt altijd weer lente. We hebben nog altijd een sterk sociaal vangnet, en er bestaat grote solidariteit, gelukkig. We laten niemand in de steek."

De Participatiewet
De Participatiewet moet mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan regulier werk helpen. Het gaat om jonggehandicapten die nu nog een Wajong-uitkering ontvangen, om mensen die werken op een sociale werkplaats en om mensen in de bijstand. De Participatiewet borduurt voort op de omstreden Wet Werken naar Vermogen van het vorige kabinet. Belangrijk verschil is dat de jongeren die onder de Wajong vallen niet worden herkeurd. Hun uitkering wordt ook niet verlaagd. Wel wordt het moeilijker in de Wajong te komen. Dan moet iemand volledig arbeidsongeschikt zijn.

De sociale werkplaatsen nemen vanaf 2014 geen nieuwe werknemers meer aan. Het is aan gemeenten om mensen met een arbeidsbeperking, en mensen in de bijstand, aan het werk te helpen. Hiervoor is minder geld dan het rijk er zelf aan uitgaf: 1,8 miljard euro wordt er bezuinigd, waarvan 650 miljoen euro op de sociale werkplaatsen. Naast de Participatiewet komt er een quotumregeling die organisaties met meer dan 25 werknemers verplicht om het personeelsbestand voor minimaal 5 procent te laten bestaan uit mensen met een arbeidsbeperking.

Deel dit artikel