Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Klaas Smit 1930-2008

Home

Esther Hageman

De eerste die als profvoetballer een goal maakte èn de eerste transferspeler: met Klaas Smit begon in het voetbal een nieuw tijdperk.

Ze waren vier voetballende broers: Thoom, die eigenlijk Thomas heette, Evert, Hein en Klaas. Thoom was de oudste. Evert, twee jaar jonger dan Thoom, was een half-speler. Een middenvelder, zou je nu zeggen. Je had ook Hein, die weer drie jaar jonger was en achterin voetbalde.

Klaas, de jongste, was de meest extraverte. Hij stond linksbinnen. Klaas kon geweldig hard koppen. Wat een ander met z’n benen kan, dat kon Klaas Smit met z’n hoofd. Niemand kon zo hard koppen als hij. Hij schiet met z’n hoofd, zeiden ze op de tribune.

Vader Smit was visser geweest, maar sinds de Afsluitdijk er lag was daar de klad in gekomen. Van de zes zoons – er waren ook nog drie dochters – was er maar eentje die ook de visserij in gegaan was: Jan, de enige die niks om voetbal gaf. En er was Piet, die eigenlijk het beste speelde. Maar Piet kreeg jeugdkanker en overleed, na een pijnlijk ziekbed.

De vier broers Smit waren Volendamse jongens en speelden in het eerste van Volendam, al was Klaas’ voetbaltalent al elders opgevallen. Eind jaren veertig had hij al in het Nederlands Jeugdelftal gespeeld. Klaas had een bijnaam, zoals zovele Volendammers. Hij heette ’de kip’. Met voetbal had dat niets te maken; zo werd z’n vader ook al genoemd. Een Volendamse bijnaam kan naar de volgende generatie overspringen.

Hij ontmoette zijn vrouw in 1950, terwijl hij iets deed wat in Volendam eigenlijk erg omstreden was: in Edam gaan kijken hoe de meisjes een rondje om de Speeltoren maakten, of over het Lokkemientje wandelden. Zo gaven Edammer meisjes aan dat ze verkering zochten. Ze trouwden in 1953, gingen in Edam wonen omdat daar een huis was – in Volendam niet – en kregen een jaar later hun eerste kind, een dochter.

In die tijd gistte het in de voetbalwereld. De officiële voetbalbond, de KNVB, was van oudsher fel tegen betaald voetbal: dat zou ’onethisch’ zijn. Maar tegenhouden lukte in 1953 niet meer. Er kwam een tweede, ’wilde’ bond: de Nederlandse Beroepsvoetbal Bond (NBVB).

Overal in Nederland werden nu profclubs opgericht. Stiekem, want de KNVB reageerde krampachtig. Wie tekende bij zo’n profclub werd niet alleen voor het leven geroyeerd, maar ook beschuldigd van ’verraad’. De vergelijking met de Tweede Wereldoorlog werd zonder gêne gemaakt. De NBVB werd aangeduid als ’dat stelletje SS’ers’. Wie ’overliep’ was een ’fascist’.

Ook in Alkmaar bestonden snode plannen voor een profclub. Die begon in april 1954. De grondleggers zochten in een oud T-Fordje Noord-Holland af naar voetbaltalent dat de overstap naar een beroepscarrière aandurfde. Zo kwamen ze bij de voetballende broers Smit uit Volendam.

Drie ervan zeiden ja tegen Alkmaar ’54, zoals de club ging heten. Niet dat de Smitten vrij waren van aarzeling: levenslang geschorst worden, dat was niet mis. Maar voordat ze ja (of nee) hadden kúnnen zeggen, trof de straf hen al. Klaas en Evert Smit moesten bij Volendam-voorzitter Mühren komen. Die royeerde hen voor het leven, omdat ze met de profclub gesproken hadden. Ze hadden dus weinig keus.

Maar de arbeidsvoorwaarden waren wel aantrekkelijk. Klaas, die op Volendam bij bakkerij Tol werkte (dat zou hij zowel voor, tijdens als na zijn voetballoopbaan blijven doen – uiteindelijk kreeg hij een lintje wegens vijftig jaar trouwe dienst), was niet ongevoelig voor het salaris.

Bij bakkerij Tol verdiende hij in die tijd 69 gulden in de week. Als voetballer was dat 20 gulden, plus de premies: 10 gulden voor de training, 40 gulden als ze wonnen, 20 bij gelijkspel en een tientje als ze verloren. Voetballen leverde dus een tweede inkomen op.

Bovendien kregen ze elk een brommer ter beschikking, om de 35 kilometer naar Alkmaar te kunnen reizen. Brandstof en onderhoud moesten ze wel zelf betalen. In een bovenzaal van Het Wapen van Heemskerk in Alkmaar tekenden Klaas en Evert eind juni het contract, in het geheim. Klaas was de eerste die zijn handtekening zette. Thoom moest er nog eens even over nadenken. Hij tekende pas in oktober.

In Volendam was men zacht gezegd not amused toen bekend werd dat Klaas en Evert Smit hadden getekend. Maar, niet om dezelfde reden als de KNVB. De stap van de Smitten werd er gevoeld als ’verraad aan het dorp’. Volendam is katholiek en niet zo’n beetje ook. In Alkmaar zijn ze protestants, ketters. In Volendam hadden ze een fikse aversie tegen Alkmaar.

Maar bij de eerste betaald voetbal-wedstrijd op Nederlandse bodem, tussen Alkmaar ’54 en de profclub Venlo, was er van gebrek aan enthousiasme weinig te merken. Het Gemeentelijk Sportpark in Alkmaar zat op zaterdag 14 augustus 1954 met 13.000 toeschouwers vol. Een plaats op de tribune kostte twee gulden.

Klaas Smit maakte kort na rust het eerste, historische doelpunt. Later zei hij: „M’n broer Evert, de linkshalf, speelt de bal naar me toe. Ik sta een meter of 17, 18 van het doel en geef een peer met mijn verkeerde been. De bal belandt in de verste driehoek. Omdat het met mijn verkeerde been was, wist ik niet waar die bal heen zou gaan. Maar de keeper gelukkig ook niet. Het was wel een mooie.”

De wedstrijd eindigde met

3-0. Midvoor Henk van der Sluis scoorde het tweede doelpunt, het derde was opnieuw van Klaas Smit.

Na Alkmaar ging Klaas Smit in het seizoen 1957/58 bij profclub Amsterdam spelen, de ’zwarte schapen’. Daarmee was hij ook de eerste profvoetballer die door een andere club werd gekocht. Hij speelde vervolgens drie jaar bij DWS/A en keerde toen terug naar Volendam, waar ze inmiddels een beetje gekalmeerd waren en niet meer van ’verraad’ spraken. Het einde van zijn voetbalcarrière viel echter al in zijn vijfde wedstrijd voor Volendam. Tijdens een noodlottige thuiswedstrijd tegen Blauw-Wit, op 17 september 1961, verloor de club niet alleen met 2-4, ook scheurde Smit de kruisbanden van beide knieën toen hij in botsing kwam met Barry Hughes. Zijn vrouw was er die dag niet bij, want ze kon ieder moment bevallen van hun tweede kind, een zoon. Toen de clubgenoten Klaas’ kleren kwamen langsbrengen wist ze het al: het is mis. Smit werd door vier man in Volendamse dracht op een brancard het veld af gedragen. Na 210 profwedstrijden, waarin hij 57 keer scoorde, zou Klaas Smit nooit meer op het veld terugkeren.

Althans, niet om zelf te spelen. Hij haalde zijn diploma en werd trainer. Eerst bij Monnickendam, toen bij De Rijp, later bij de Edammer voetbalclub. Maar zelf sporten, dat ging niet meer.

Op zijn humeur had het weinig invloed. Hij bleef een opgewekte man met een voorliefde voor streken die beroering veroorzaken. Als hij voor zijn huis in Edam zat – in de jaren vijftig voor 4500 gulden gekocht, dankzij het voetbalinkomen – en er kwam een wandelend stel voorbij, kon hij vragen: „O, nou ben je weer met je eigen vrouw aan de wandel?”

Vorig jaar werd Klaas Smit telkens duizelig. Anders dan hij dacht was het geen kwestie van bloeddruk. Het bleek maagkanker. Driekwart van zijn maag werd bij een operatie weggehaald. Zelf nam hij zijn ziekte eigenlijk niet zo serieus, want hij had immers geen pijn? Bij zijn broer Piet had hij destijds juist zo veel pijn gezien. Als je vroeg hoe het ging zei hij: „Elke dag een stukje beter.”

Het duurde ook even voor hij inzag dat hij echt beter acht keer per dag een klein beetje kon eten dan („dat heb ik altijd gedaan”) drie grotere maaltijden.

Begin december 2007 organiseerde collega-voetballer Piet Buis speciaal voor Klaas Smit een reünie van het oude team in het nieuwe stadion van AZ. Gerard Snabilie, destijds doelman, kwam Smit met zijn auto thuis in Edam ophalen. Er stond die dag een flinke wind. Smit, ooit een boom van een kerel, was nu breekbaar en werd bijna omvergeblazen. Hij vond het geweldig om het stadion te zien, maar hij moest wel telkens even gaan zitten.

Een paar dagen voor Kerst kwam hij ten val, kneusde een paar ribben en belandde daardoor in bed. Van daaruit keek hij graag naar de lichtjes van vliegtuigen die naar Schiphol op weg waren. Kijk es hoe mooi, die lichtjes, zei hij telkens tegen zijn vrouw.

„Denkt u wel eens na over de dood?”, vroeg de huisarts hem een paar weken geleden. „Jou om zeep helpen, telt dat ook?”, vroeg Klaas Smit terug.

Klaas Smit werd op 11 november 1930 in Volendam geboren. Hij overleed op 20 februari 2008 in Edam.

Deel dit artikel