Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kindgezinnen: zonder ouders gevlucht naar Oeganda

Home

Melanie Zierse

Jackson (13) leeft met zus Agnes (14) en broer Robert (12) sinds twee jaar in het kamp. Zijn ouders werden vermoord in de oorlog. Hij vluchtte met zijn broer en zus. Ze hebben nauwelijks kleding en schoenen. Jackson heeft vaak nachtmerries. Hij moet schoonmaken en koken, zijn zus doet het vuur. Toen ze ziek was, moest hij haar op de rug meenemen naar het ziekenhuis. © Arie Kievit

In Oeganda verblijven zo’n 1,3 miljoen vluchtelingen, onder wie veel kinderen die opgroeien zonder ouders. Deze kindgezinnen proberen een leven op te bouwen. Maar hun toekomst is ongewis.

Als een van de meest gastvrije landen voor vluchtelingen heeft Oeganda de laatste jaren al miljoenen mensen opgevangen, waaronder veel kinderen. Zeker 75.000 van deze kindvluchtelingen – een op de tien – zijn zonder ouders of verzorgers de grens overgestoken, voornamelijk uit buurland Zuid-Soedan. Zij zijn hun ouders kwijtgeraakt tijdens de reis of door oorlog, ziekte of hongersnood.

Lees verder na de advertentie
Het enige waar zij aan denken is: hoe gaan wij overleven? Hoe komen we aan eten? Is het nog veilig?

Alexandra van Nieuwenhuyzen, Cordaid

Deze jonge kinderen moeten plotseling de rol van ouder op zich nemen en de zorg dragen voor hun broertjes en zusjes. Jongens en meisjes van soms nog maar twaalf jaar oud zijn dan opeens het hoofd van deze kindgezinnen. “De druk op de schouders van deze kinderen is enorm”, zegt Alexandra van Nieuwenhuyzen. Voor hulporganisatie Cordaid heeft zij drie vluchtelingenkampen bezocht in het noorden van Oeganda, waar sommigen al ruim twee jaar leven. “Het enige waar zij aan denken is: hoe gaan wij overleven? Hoe komen we aan eten? Is het nog veilig? En dan is er het verdriet om de ouders die ze zijn verloren. Een meisje vertelde dat zij zichzelf iedere avond in slaap huilt, omdat ze niet weet hoe ze het allemaal moet regelen.”

De driedaagse reis die de kinderen vanuit Zuid-Soedan te voet moesten afleggen om Oeganda te bereiken, is vol gevaar. Sommigen hebben de tocht alleen afgelegd, anderen reisden met de buren of liepen met een grote stoet mee. “Ze vluchtten voor de vreselijke oorlog in hun land. Onderweg moesten ze langs rebellen. Ik heb kinderen gesproken die zijn verkracht of van wie de ouders zijn ontvoerd tijdens de reis”, zegt Van Nieuwenhuyzen.

Gastgezinnen

Aan de Oegandese grens worden de kinderen net als iedereen geregistreerd. Als blijkt dat zij zonder ouders zijn aangekomen, wordt er eerst gekeken of er misschien families zijn die hen willen opnemen. “Die zijn er alleen niet veel”, zegt Van Nieuwenhuyzen. “En het is nog maar de vraag of de kinderen dan goed terecht komen. We willen niet dat ze worden misbruikt of ingezet om alleen maar werk te doen.” Bovendien willen de kinderen vaak bij elkaar blijven en dat is niet altijd mogelijk.

In de meeste gevallen krijgen de kinderen daarom een startpakket met spullen om een huis te bouwen (touwen, een zeil, palen), kookgerei en voedsel. De Verenigde Naties wijzen een plek aan in het kamp waar nog ruimte is. De vluchtelingenkampen in Oeganda bestaan niet uit de bekende witte tenten, maar uit een uitgestrekt gebied met perceeltjes waar iedereen zelf voedsel mag verbouwen. Het idee is dat zij na vijf jaar zelfvoorzienend zijn.

Edna (17) zit in een vluchtelingenkamp sinds juni 2018. Ze is daar met zes zusjes en broertjes. Drie daarvan zijn biologisch: Arupa (14), Bosko (8) en Patrick (6). De andere drie zijn van haar clan: Rosa (15), Richard (12) en Honesta (7). Haar moeder is terug naar huis, haar vader is betrokken bij de strijd in Zuid-Soedan. Ze woonden bij hun grootouders, maar toen ze voor de oorlog moesten vluchten, konden die de zware tocht niet aan. Edna en de oudste kinderen gaan naar school. Na school moet ze kleding wassen, vegen, hout verzamelen en koken. Om eten te halen moet ze lopen: vijf kilometer heen en dan weer terug. Een deel van het eten moet ze weer verkopen om basisspullen zoals zeep en sandalen te kopen. Ze wil later lerares worden. © Arie Kievit

Maar deze gedachte lijkt niet realistisch. “Het onderkomen is vaak niet meer dan wat palen en een zeiltje. Er zit geen slot op de deur, iedereen kan naar binnen”, zegt de woordvoerder van Cordaid. Hoewel de meeste kinderen er al een paar jaar zitten, zijn zij nog steeds bang. Er is ‘s avonds geen licht, hun huizen lekken en als ze al dekens en matrassen hebben, dan zijn die versleten. Ze kunnen hun eigen eten maken, maar vaak is dat niet genoeg.

Hulpgeld

De regering stelt het land waarop ze dat voedsel kunnen verbouwen in overleg met de lokale bevolking ter beschikking. Oeganda kreeg het afgelopen jaar zo’n 200 miljoen dollar aan humanitaire hulp om de vluchtelingen te voeden en verzorgen.

Om de Oegandezen zelf tegemoet te komen, is afgesproken dat dertig procent van de buitenlandse hulp gaat naar voorzieningen waarvan ook zij profiteren, zoals nieuwe scholen, klinieken en waterputten. Vluchtelingen krijgen dezelfde toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk.

“Veel kinderen gaan overdag naar school. Ongeveer twee derde van de scholieren is vluchteling, maar het mixt goed met de andere kinderen”, zegt Van Nieuwenhuyzen. maar voor sommigen is het lastig onderwijs te volgen, omdat de school vaak een eigen bijdrage vraagt of verwacht dat ze zelf voor uniformen en boeken betalen. Vooral de oudste kinderen hebben het zwaar, omdat zij ook voor de broertjes en zusjes moeten zorgen en het huishouden moeten onderhouden.

Of ze echt asiel krijgen, weet ik niet. Ze bouwen nu van alles op, in Zuid-Soedan is niets meer om naar terug te keren.

Alexandra van Nieuwenhuyzen, Cordaid

Kindgezinnen die hun ouders zijn kwijtgeraakt, kunnen aankloppen bij het Internationale Comité van het Rode Kuis voor hulp bij hun zoektocht. Op grote spandoeken in het vluchtelingenkamp is te lezen met wie ze contact op kunnen nemen. Met alle informatie die over de vader of moeder beschikbaar is – online, in registers of mondeling – gaat de organisatie op pad.

Zo bezoeken ze de laatste plek waar iemand is gezien, proberen ze contact te leggen met familieleden, gaan ze op bezoek in kampen of ziekenhuizen en checken ze lijsten van mortuaria en begraafplaatsen. In sommige gevallen schakelen ze de autoriteiten in of publiceren ze informatie over de ouders in de media.

Het is voor veel kinderen nog onzeker of zij hun ouders ooit terug zullen zien. Ook de toekomst is een groot vraagteken, ze leven van dag tot dag. Van Nieuwenhuyzen: “De kans is groot dat ze in Oeganda mogen blijven. Maar of ze echt asiel krijgen, weet ik niet. Ze bouwen nu van alles op, in Zuid-Soedan is niets meer om naar terug te keren.”

De fotografie voor deze productie is mede mogelijk gemaakt door Cordaid.

Lees ook:

In Oeganda weten ze wat het is om te vluchten, maar ook om vluchtelingen op te vangen

Meer dan een miljoen vluchtelingen worden er opgevangen en daarmee is Oeganda na Turkije en Pakistan het meest gastvrije land ter wereld. Deel 1 van een drieluik: hoe kijkt de lokale bevolking er naar?

‘Een gevluchte vrouw wil er ook verzorgd uitzien’

In hoeverre profiteert de lokale bevolking van de vluchtelingeneconomie? Deel 2 van een drieluik over Oeganda, dat ruim een miljoen vluchtelingen opvangt en na Turkije en Pakistan het meest gastvrije land ter wereld is.

‘Ik blijf in Oeganda zolang het moet. Ik heb niets te zoeken in Europa of Amerika’

Oeganda vangt meer dan een miljoen vluchtelingen op. Daarmee is het, op Turkije en Pakistan na, het meest gastvrije land ter wereld. Vluchtelingen hebben er ongekend veel rechten. Laatste deel van een drieluik: hoe zien de vluchtelingen hun toekomst?

Deel dit artikel

Het enige waar zij aan denken is: hoe gaan wij overleven? Hoe komen we aan eten? Is het nog veilig?

Alexandra van Nieuwenhuyzen, Cordaid

Of ze echt asiel krijgen, weet ik niet. Ze bouwen nu van alles op, in Zuid-Soedan is niets meer om naar terug te keren.

Alexandra van Nieuwenhuyzen, Cordaid