Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

KINDEROPVANG VOLGENS REGGIO EMILIA

Home

HENRIETTE LAKMAKER

De Nederlandse kinderopvang staat te springen om een pedagogische visie. Steeds meer pedagogen halen hun inspiratie uit Reggio Emilia, waar 'de honderd talen van het kind' al tientallen jaren uitgangspunt zijn voor de leidsters. Een kind is van baby af aan competent genoeg om zich uit te drukken en zelf aan te geven wat het bezig houdt. De voorgeprogrammeerde activiteiten in Nederlandse kinderdagverblijven zijn daarom uit den boze, menen Reggio- aanhangers. Diverse kinderdagverblijven passen de ideeën al toe. Maar voor een juist gebruik van het het gedachtengoed van Reggio is meer nodig, vinden de ,echte' Reggianen.

In Reggio Emilia, aan de voet van de Apennijnen, ontwikkelde de sociaaldemocratische opvoedkundige Loris Malaguzzi na de oorlog een pedagogiek waarin jonge kinderen al volledig in staat geacht wordt om zich met behulp van taal en materiaal uit te drukken. Dat beeld staat lijnrecht tegenover het kind als blanco cheque, dat wordt 'ingevuld' door ouders, leidsters en leerkrachten. Zij moeten de 'honderd talen' van het kind, het poëtische motto van Malaguzzi, aanboren: een kind kan praten, maar ook bouwen met plastic, klei of hout, tekenen of schilderen. Ook dat is communicatie, ook daarmee kan het kind een volwaardig verhaal vertellen.

Zoals het verhaal van het lunapark voor de vogels. In de tuin van een van de kindercentra in Reggio was een dood vogeltje gevonden. Tijdens het groepsgesprek opperden kinderen de mogelijke oorzaak van overlijden. Dorst, veronderstelden ze. Daar moest iets aan gedaan worden. Al gauw waaierden de ideeën alle kanten uit - zoals dat bij kinderen gaat, ongeremd door beperkende logistiek. Het begon met vogelhuisjes en schommels voor de jongen en het liep uit op fonteinen als permanente watervoorziening voor de vogels. De kunstenaar, vaste figuur in de Reggio Emilia-benadering, droeg er zorg voor dat de verbeelding van de kinderen niet werd ingedamd door 'kan niet' 'kunnen jullie niet' of 'is geen geld voor'.

Op basis van schetsen kleiden kinderen van drie tot zes een fontein, ontwierpen ze watermolens en construeerden deze driedimensionaal van papier en klei.

Tenslotte stond er een park waar geen vogel zich meer zal hebben gewaagd: vol met douchekoppen boven omgekeerde paraplu's boven een waterbak en fonteinen van stro versierd met kleurige windmolens. Een meisje van vier kon al 'fontein van ijs' schrijven, want ze wilde er zo graag over vertellen in schrijftaal.

Dat kan allemaal in Reggio, waar de kinderopvang in de hele stad werkt volgens de beginselen van Malaguzzi. Een dertigtal kinderdagverblijven (voor nul- tot driejarigen) en kleuterscholen (tot zes jaar) beschikken er elk over een atelier, een kunstenaar en een pedagoog. Anders dan in de Nederlandse crèches blijven leidsters drie jaar bij dezelfde groep. Ze observeren en leggen alles vast, in verslagen en op foto's: de projecten, de dagelijkse activiteiten, het denk- en leerproces van de kinderen. Dat vergemakkelijkt tegelijkertijd het gesprek met de ouders.

De methodiek van Reggio staat daarentegen niet op schrift. “Die is er niet”, verklaart Annemieke Huisingh van de Stichting Pedagogiekontwikkeling voor het jonge kind. “Er moet alleen een knop om in het hoofd. Elke dag opnieuw moet je je afvragen hoe kinderen zich ontwikkelen, moet je alert inspelen op wat hen bezighoudt.”

Samen met Margot Meeuwig raakte Huisingh enige jaren geleden gegrepen door de aanpak te Reggio. Sindsdien proberen zij de Nederlandse kinderopvang langzamerhand te doordringen van de onbegrensde mogelijkheden van Malaguzzi's pedagogiek. Dat blijkt geen makkelijke taak.

Weliswaar is Reggio een internationale bedevaartplaats geworden voor zoekende pedagogen, onder wie vele Nederlanders. Zelfs enkele Kamerleden stelden zich vorig jaar ter plaatse op de hoogte.

Wat hen drijft is de grote behoefte aan een inhoudelijke pedagogiek binnen de kinderopvang. In Nederland stelt kinderopvang qua omvang pas iets voor sinds een ander nieuw fenomeen aan een opmars begon: de werkende moeder.

In het begin ging de discussie vooral over vraagstukken als de openingstijden of het aantal leidsters pergroep. Nu de praktische zaken zijn geregeld willen kinderdagverblijven meer inhoud geven aan hun werk.

Inmiddels heeft Stichting Humanitas in haar 54 vestigingen zich laten inspireren door Reggio. Kinderopvang Baarn heeft in de nieuwbouw veel glas en in elkaar overlopende ruimtes aangebracht, zodat de kinderen zich niet begrensd voelen in hun doen en laten. Er zijn plannen in Amsterdam en Delft. Een eerste bijeenkomst van het Netwerk Reggio Emilia in Nederland trok onlangs een honderdtal geïnteresseerden; het boek The Hundred Languages of Children. The Reggio Emilia Approach to Early Childhood Education' krijgt binnenkort zijn Nederlandse vertaling, en komend najaar stelt het Stedelijk Museum kunst van kinderen uit Reggio ten toon.

In Baarn veegt Suzanne snel een vies peutermondje af. “Ik kijk nu veel bewuster naar de kinderen. Op de opleiding moest ik een project bedenken over Zwarte Piet. Dat werd een pop, die ik nog vele malen heb gekopieerd op het kinderdagverblijf.” Dat was vóór ,Reggio' zijn intrede deed in Baarn. Malaguzzi's gedachtengoed viel in vruchtbare aarde. De SKOB werkte al met een eigen kindgerichte visie, waarin het gebruik van ruimte in fysieke en psychische zin een grote rol speelt. De leidsters en leidinggevenden krijgen regelmatig trainingen, om te leren kijken naar kinderen.

“Hiernaast hangt een schilderij van een trein, gemaakt door een kindje van twee” zegt Suzanne. “Het zijn een paar strepen. Dat is geen trein, zouden sommige leidsters in andere dagverblijven zeggen, want er zitten geen wielen onder. Dat zeggen wij hier niet meer.”

Het gebouw van de SKOB biedt onderdak aan baby's, tot en met twaalfjarigen in de buitenschoolse opvang. Typisch Reggiaanse invloeden als spiegels, waar kinderen zichzelf in kunnen bestuderen, en ruimten die naar believen kunnen worden afgesloten zijn er terug te vinden, tot aan de Italiaans-achtige mozaïeksteentjes rondom een fontein bij de ingang. Drie keer per week komt er een beeldend kunstenares, er is een prachtige ruimte voor jonge circusartiesten. Maar ook het blanke hout van Rudolf Steiner is nadrukkelijk aanwezig.

Baarn is geen Reggio, benadrukt Yvonne Damen. “De cultuur is hier anders, dat kan je niet kopiëren. We werken aspecten uit.”

Dat is Margot Meeuwig met haar eens. Alleen haar conclusie is aanmerkelijk strenger. “Ik heb er bezwaar tegen hoe die rijke traditie gebruikt wordt. Reggio Emilia ligt in Italië, niet in Nederland. Je kunt Reggio niet nadoen. De situatie in de kinderopvang daar is niet met hier te vergelijken.”

“Ik ben bang dat uit concurrentie-overwegingen kreten worden overgenomen. Als je zegt dat je geïnspireerd wordt door Reggio, moet je niet doen wat er haaks op staat: de organisatiestructuur laten voor wat het is. Dan moet je zorgen dat leidsters er buiten hun gewone werk tijd bij krijgen voor bespreking met leiding en ouders. Dan moet je als directie ook direct betrokken zijn bij wat er dagelijks in de groepen gebeurt. Je volgt niet even een avondcursus 'Reggio'. Het is een proces, geen project.”

In De Kleine Stad in Baarn blijkt een vleugje 'Reggio' al voldoende voor een verfrissende kijk op kinderopvang. Zoals in elke maand maart zijn elders in het land de ramen van crèches volgeplakt met eieren, mandjes en lange oren. Suzanne van De Kleine Stad weet echter nog niet of zij met Pasen iets zal doen; de kinderen zijn er nog niet mee bezig. “Vroeger was dat evident. Nu komt de Paashaas; of hij komt niet.”

'Reggio' in Rotterdam in knop gebroken

In Rotterdam is geprobeerd een pedagogiekontwikkelproces in gang te zetten onder leiding van Margot Meeuwig en beeldend kunstenares, Tienke van der Werf. Kinderopvang Vreewijk waagde de stap, gesubsidieerd door de GGD in het kader van het preventief jeugdbeleid. Aanvankelijke scepsis en twijfel bij de leidsters maakten stukje bij beetje plaats voor enthousiasme. Toen viel de bijl. Meeuwig: “Juni 1996 is het project in Vreewijk begonnen, en na zes maanden lag het alweer op zijn gat.” De extra subsidie om pedagoog Meeuwig en de beeldend kunstenares voor een dag in de week te bekostigen werd met de helft gekort, ten bate van een aantal andere projecten in de jeugdpreventie. Die ene dag is nu in rook opgegaan. Toch is dat het absolute minimum, meent Meeuwig, om de omslag in het denken en doen van leidsters en organisatie goed te kunnen begeleiden. Leiding en leidsters van Vreewijk zijn nu volgens haar in zak en as.

Deel dit artikel