Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kerstdis uit de Middeleeuwen

Home

Kees de Vré

Pasta, tapas of sushi: ze hebben weinig invloed op de samenstelling van ons kerstdiner. Nog steeds grijpen we terug op het menu van honderden jaren her.

De Nederlander viert thuis nog steeds feest zoals hij dat dertig jaar geleden al deed: met bier, leverworst en pinda’s, zo bleek onlangs uit een onderzoek. Voor het kerstdiner geldt zelfs dat we terugvallen op een traditie van honderden jaren her. Al dat geschrijf over Italiaans eten, over tapas, sushi en andere exotische voeding heeft amper invloed op de samenstelling van ons kerstdiner, zegt Ineke Strouken directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. „Het gaat nog altijd om wild en seizoensgroenten. Zo zag de kerstdis er in de Middeleeuwen ook uit. Het enige nieuwe is het toetje.’’

Wat we ook nog steeds doen met de Kerst is te veel eten, zegt Strouken. „Vroeger had dat een functie: het overbruggen van een donkere periode waarin niets groeide en er dus weinig te eten was. De midwinterperiode tussen 21 december, de kortste dag, en Driekoningen op 6 januari werd gebruikt om letterlijk bij te tanken. Je moest namelijk tot Pasen wachten voor er weer vers eten van het land kwam. Dat schransen gebeurt nog steeds, maar is helemaal niet meer nodig.’’

Sint Maarten op 11 november markeert een breuk in de kalender. ,,De middeleeuwer dacht niet zozeer in maanden of jaren, maar in seizoenen. Met Sint Maarten begon het slechte seizoen. Dan moest je heel zuinig zijn met voedsel. Dat was er amper. Rond Sint Maarten werden de beesten geslacht. De armen verkochten de helft, om weer een jong beest te kunnen kopen, en de andere helft gebruikten ze zelf. Het eten dat er nog was, werd geprepareerd voor het lange winterseizoen. Groenten werden gepekeld, fruit werd op jenever gezet en andere zaken onder reuzel, gelei of paraffine weggestopt. Iedereen hielp elkaar daarbij. De worsten werden gemaakt, de hammen in het rookkanaal gehangen. Allemaal methoden om voedsel langer te bewaren. Wecken en inblikken kende men nog niet, laat staan koelkasten. Dat behoud was best moeilijk. Je moest je eten heel schoon behandelen. In de Middeleeuwen had men daar nog weinig oog voor.’’

In de lange periode tussen Sint Maarten en Pasen moest je dus zeer zuinig doen. Om er enigszins een mouw aan te passen, stond een aantal feesten centraal. Sinterklaas is er zo een. Strouken: „Dat was toen, net zoals Sint Maarten, een bedelfeest. De armen gingen langs de deuren, zongen liederen en kregen in ruil wat eten toegestopt. Daar deed iedereen die het zich kon veroorloven aan mee, het was heel gewoon. In sommige gevallen werd er een brandend blok hout bij de deur gezet. Zo lang dat brandde kon je je melden. Speculaas, kruidnoten, oliebollen en kniepertjes (wafels), dat soort zaken horen echt bij die tijd. Makkelijk uit te delen en te maken van de schaarse ingrediënten die er nog waren.’’

Daarnaast waren er de feesten als Kerst en Carnaval, feesten waarop veel gegeten werd om letterlijk je weerstand te vergroten. Strouken: ,,De karige menu’s in de kille winter zorgden voor vitaminengebrek. Om het weinige eten uit je mond te sparen, had je tussen de feesten door lange vastenperiodes, advent tussen Sinterklaas en de Kerst en de 40 dagen van Carnaval tot Pasen. Die zijn speciaal door de katholieke kerk ingesteld om het gebrek aan voeding dragelijk te maken. Voor de hele arme mensen deelde de kerk brood en spek uit.’’

Kerst was altijd een gezelligheidsfees – veel eten en dan vooral met elkaar. Strouken: „Ouderen, alleenstaanden, personeel: iedereen werd erbij betrokken. De armen mochten in die periode ook legaal stropen. Er werd veel wild gegeten. Verder at men wat er nog goed was eind december. Rode kool, spruitjes, gedroogde appeltjes, meelproducten als oliebollen en pannekoeken .’’

Dan komt de weckpot, zo rond 1900, waardoor voedsel lang kan worden bewaard. ,,Dat is voor mij de grootste uitvinding van de 20ste eeuw. De weck-ontwikkeling gaat heel snel. Doordat men samen kan doen met één ketel en elkaar daarbij helpt, is het niet zo duur. Zodoende verdwijnen honger en gebrek langzamerhand. Er is het hele jaar door voldoende te eten. Wat je dan ziet, is dat de bedelfeesten verdwijnen. De volwassenen gaan zich schamen voor hun armoede. De bedelfeesten worden voortgezet als kinderfeesten, omdat men toch niet van de traditie af wilde. En wat zie je: er wordt nog steeds veel voedsel gegeven met sinterklaas, voeding die herinnert aan de tijden met gebrek, speculaas, taai-taai, suikerbeesten, banketletters, letters van worstebrood. Sommige tradities zijn wel verdwenen, maar komen weer terug omdat de plaatselijke VVV er brood in ziet, zoals het Driekoningen-zingen in Tilburg. Dan wordt het een toeristische attractie of men zingt voor het goede doel. Het Leger des Heils is erg actief in de kerstperiode.’’

Maar Kerst blijft Kerst, zeker wat het eten betreft. Strouken: „Ja, dat is opvallend. Want naast de uitvinding van het wecken, groeit de kennis van voeding. Er komen kookboeken op de markt, huishoudscholen komen op, het fornuis doet zijn intrede, waardoor je niet meer op één vuurtje hoeft te koken en je het menu beter kunt variëren. Toch blijven wild en de typische wintergroenten de hoofdmoot. Ik schat dat de meerderheid van de Nederlanders, misschien wel driekwart, nog steeds zo kookt. Ondanks het ruime aanbod van al dat exotische eten.’’

Niet alles is echter gebleven zoals het was, stelt Strouken. „In de 19de eeuw doet een ander toetje zijn intreden. Voorheen at men bierpap of meelpap. Dat wordt vervangen door zuivel, zoals custardvla. Nu is ijs heel populair. Verder zie je dat er meer liflafjes tussendoor worden gegeten: gevulde eieren, hartige gehaktballetjes. Sfeer wordt belangrijk. Na de introductie van de kerstboom in huis – dat gebeurde rond 1830/40 door Duitse immigranten en werd als eerste opgepikt door het protestantse volksdeel – heeft het een tijdje stilgestaan.”

„Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw echter gaan mensen het kerstdiner opvrolijken met mooie spullen: tafelkleden, bestek, glazen. En ook zelf hullen ze zich steeds meer in echte feestkleding. Maar het eten blijft gelijk aan dat van honderden jaren geleden.’’



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie