Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kerk voor de rechter om 'illegaal' gezang

Home

Gerrit-Jan Kleinjan

Componist Jan Marten de Vries stapte naar de rechter omdat zijn werk zonder toestemming wordt verspreid. © Trouw, Patrick Post

Voor het eerst sleept een componist en tekstschrijver van gezangen een kerkelijke gemeente voor de rechter. Jan Marten de Vries is het beu dat zijn christelijke teksten overal opduiken zonder dat hij er een cent voor krijgt.

Afgelopen week stuurde De Vries' advocaat een dagvaarding naar de protestantse gemeente van Bilthoven. "Er moet een voorbeeld worden gesteld", zegt hij vandaag in Trouw. De Vries eist ruim 2000 euro.

Uitgevers van christelijke liederen zien met lede ogen aan dat veel gezangen en teksten illegaal op kerkelijke websites verschijnen. Uitgevers en auteurs laten de kwestie over het algemeen rusten, maar Jan Marten de Vries jaagt al jaren op overtreders.

Het kerkblad van Bilthoven publiceerde vorig najaar De Vries' lied 'Wij trekken steeds verder'. Het vers, dat in het 'Liedboek' van de kerken nummer 822 heeft, belandde ook op de website van de gemeente. Het steekt De Vries dat hem in beide gevallen geen toestemming is gevraagd, iets dat strikt genomen volgens de Auteurswet had gemoeten. Hij schat in jaarlijks '20.000 tot 30.000 euro' mis te lopen door dergelijke praktijken.

"Door digitale veranderingen verandert het gebruik. Kerken kunnen nu heel veel zelf, bijvoorbeeld via internet. Ik vind dat prima. Behalve als ik zie dat het gebruik van mijn werk stijgt, maar niemand de moeite neemt om toestemming te vragen", zegt De Vries.

Lees verder na de advertentie
Kerken kunnen nu heel veel zelf, bijvoorbeeld via internet. Ik vind dat prima. Behalve als ik zie dat het gebruik van mijn werk stijgt, maar niemand de moeite neemt om toestemming te vragen

Tekstschrijver Jan Marten de Vries

Te goeder trouw
Kerkrentmeester Theo van Woerden van de protestantse gemeente Bilthoven laat weten 'te goeder trouw' te hebben gehandeld. "Wat hier gebeurt valt buiten alle proporties." Bernt Hugenholtz, hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat de zaak een goede kans maakt bij de rechter. "De hoofdregel in het auteursrecht is dat een auteur van een werk bepaalt of en waar zijn werk wordt gereproduceerd en openbaar gemaakt." 

Hij krijgt bijval van Paul Geerts, hoogleraar Intellectueel Eigendomsrecht in Groningen. Dat er in veel kerkelijke gemeenten al jaren een gewoonte is om liederen te kopiëren zonder toestemming van de auteur, verandert volgens de hoogleraren niets aan de wet. "Ik zie geen uitzondering waarop kerken zich zouden kunnen beroepen", zegt Geerts.

Hugenholtz: "Kerken mogen volgens de wet bij de 'gemeentezang' tijdens de 'eredienst' liederen uitvoeren zonder toestemming van de auteurs, maar dat is hier niet aan de orde. Het gewoonterecht is hier ook niet van toepassing. Het is niet zo dat je auteursrechten kwijtraakt doordat je ze niet uitoefent."

De rechter zal De Vries waarschijnlijk in het gelijk stellen, verwachten Hugenholtz en Geerts. Ze denken wel dat het moeilijk is om een schadevergoeding te innen. "Het lijkt mij lastig voor de auteur om aan te tonen dat hij omzet derft specifiek door toedoen van deze gemeente. Zeker in een zaak waarin al jaren door andere kerken de Auteurswet wordt overtreden."

Trouw-abonnees lezen vandaag in De Verdieping een interview met Jan Marten de Vries.

De hoofdregel in het auteursrecht is dat een auteur van een werk bepaalt of en waar zijn werk wordt gereproduceerd en openbaar gemaakt

Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht

Deel dit artikel

Kerken kunnen nu heel veel zelf, bijvoorbeeld via internet. Ik vind dat prima. Behalve als ik zie dat het gebruik van mijn werk stijgt, maar niemand de moeite neemt om toestemming te vragen

Tekstschrijver Jan Marten de Vries

De hoofdregel in het auteursrecht is dat een auteur van een werk bepaalt of en waar zijn werk wordt gereproduceerd en openbaar gemaakt

Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht