Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kennen en de schaduw van niet weten

Home

René van Woudenberg

René van Woudenberg, hoogleraar ken- en zijnsleer, leidt tweewekelijks een oefening in denken.

Ik durf zonder schroom te beweren dat er erg veel dingen zijn die ik weet. Ik durf ook zonder schroom te beweren dat jij, lezer van dit stukje, eveneens erg veel dingen weet. Ik weet bijvoorbeeld dat ik twee handen heb en dat de eerstvolgende persoon die mijn kamer binnen zal lopen ofwel een bril op heeft, ofwel geen. Ik weet ook dat Amsterdam de hoofdstad is van Nederland en Oslo van Noorwegen. Einstein is de opsteller van de algemene relativiteitstheorie, planten hebben water nodig en eerlijkheid is beter dan oneerlijkheid. Ook weet ik dat veel mensen herinneringen hebben aan vroeger, dat het kabinet Balkenende demissionair is, dat elk getal dat groter is dan drie ook groter is dan twee en dat zich in Turkije een politieke omwenteling lijkt te voltrekken. En ook jij, lezer, weet al deze en dergelijke dingen, net als al die duizenden, ja, tienduizenden, nee, honderdduizenden andere dingen waar we dagelijks aan denken ('mijn fiets staat in de schuur', 'morgen heb ik een afspraak met de dokter', 'Constantijn Huygens woonde op Hofwijck', 'het gedicht van Donne wil ik uit mijn hoofd leren', 'Wouter heeft het moeilijk'). Ja, ik kan zonder schroom beweren dat jij en ik erg veel dingen weten. Filosofen die beweren dat we niets weten, radicale sceptici, spreken onwaarheid.

Maar nu durf ik zonder enige schroom ook te beweren dat er erg veel dingen zijn die ik niet weet en ook dat er erg veel dingen zijn die jij niet weet. Er zijn dingen die jij en ik niet weten maar die wel geweten worden door anderen. Zo weet ik niet hoe een versnellingsnaaf van een fiets werkt maar mijn fietsenmaker wel. Ook weet ik niet hoeveel ruimteraketten bij hun lancering zijn gecrasht maar anderen weten dat wel. En dan is er nog dat hele universum van wetenschappelijke kennis, waarvan het overgrote gedeelte ten enenmale buiten mijn blikveld ligt en zal blijven liggen. Gelijksoortige dingen gelden voor jou. Dan zijn er ook nog de vele dingen die jij en en ik niet weten en die geen enkel mens weet. Zo weten we niet hoeveel keer mijn hart tot nu in mijn leven heeft geslagen, of er buitenaards leven is, wie de volgende minister- president zal zijn en of de gissing van Goldbach, namelijk dat elk even getal de som is van twee priemgetallen, waar is. Er zijn duizenden mysterieën in ons en om ons die ons doen zeggen 'we begrijpen ze niet' en 'we weten niet waarom dat zo is'. Filosofen en wetenschappers die beweren dat het raadsel van het leven bijna ontsluierd is, of dat alles wat geweten kan worden nu bijna geweten wordt, spreken onwaarheid.

Ieder van ons weet bijzonder veel. Ieder van ons weet bijzonder weinig. En dat is geen tegenspraak.

Wanneer we geïnteresseerd raken in iets dan kunnen we onze kennis dienomtrent vergroten door er boeken over te lezen, door er onderzoek naar te doen, door het te analyseren en te overdenken. Elke stap die je dusdoende verder komt, werpt echter een schaduw van niet- weten voor zich uit. Want hoe meer je weet, hoe meer je beseft hoe weinig je weet. (Bijna had ik geschreven: 'hoe meer je weet, hoe meer je ook niet weet' maar dat kan natuurlijk niet correct zijn). Stel je raakt geïnteresseerd in het leven van Churchill; je leest een biografie over hem, en nog een, en je leest zijn uitvoerige memoires en zijn correspondentie. Dan heb je enorme stappen voorwaarts gemaakt in het verwerven van kennis omtrent het leven van Churchill. Natuurlijk zijn er nog steeds dingen betreffende Churchill die je niet weet maar je weet nu meer dan je wist. Er wordt nu echter wel een schaduw van niet-weten vooruit geworpen. Want met dat je nu zeer veel weet van Churchill, besef je ook hoe weinig je weet van het leven van Wim Kok, of Konrad Adenauer, of Olaf Palme (of je eigen betovergrootvader).

Nu zou men bij deze overweging een herfstig gevoel kunnen krijgen en de eigen onwetendheid gaan beklagen. Maar daartoe moeten we niet te snel overgaan. Want een hoop dingen hoeven we eigenlijk ook niet te weten. Er is zoiets als overbodige kennis kennis van onnutte zaken. Maar ook is er zoiets als nodige of nuttige kennis. Welnu, het feit dat het gebied van onwetendheid zo ontzaglijk groot is, terwijl sommige dingen toch echt belangrijk zijn om te weten, legt ons een bepaald grote verantwoordelijheid op de schouders. We moeten, persoonlijk maar ook op onze scholen, universiteiten en andere opleidingsinstitiiten bepalen welke kennis we willen nastreven en doceren. Als we onze onwetendheid met een oceaan vergelijken, kan ik het zo zeggen: we moeten een koers uitzetten. Het probleem daarbij is dat de oceaan zo onmetelijk groot is en dat we zoveel richtingen op kunnen varen.

Het is duidelijk dat we niet zonder kennis kunnen. Kennis hebben en verwerven kan een belangrijke bijdrage leveren aan levensgeluk. Ik zou denken dat in elk geval kennis van onze plichten en verantwoordelijkheden, van het goede en het schone en van genade ons levensgeluk kan vergroten. Kennis hiervan biedt ons iets waar we onmogelijk buiten kunnen: oriëntatie en richting en doel.

Er is ook kennis die niet zozeer bijdraagt aan het levensgeluk van de kenner maar die toch bijzonder nuttig is, bijvoorbeeld omdat ze kan bijdragen aan het levensgeluk van een ander, zoals in het geval van medische kennis.

Er is kennen en kennen. Dat besefte Bernard van Clairvaux (12de eeuw). Hij schreef: ”Er zijn mensen die weten om als wetenden bekend te staan; dat is ijdelheid. Er zijn mensen die weten om te weten; dat is nieuwgierigheid. Er zijn mensen die weten om opgebouwd te worden; dat is wijsheid. Er zijn mensen die weten om op te bouwen; dat is liefde.”

Deel dit artikel