Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Keizer Bokassa I 1921 - 1996

Home

ERIC BRASSEM

AMSTERDAM - De gisteren aan een hartaanval overleden Jean-Bedel Bokassa, voormalig 'keizer' van de Centraal-Afrikaanse Republiek, was een exponent van een taai, maar uitstervend soort Afrikaanse leiders: het soort der schizofrene, post-koloniale despoten.

Een andere typische vertegenwoordiger van deze soort is Bokassa's politieke vriend van weleer: Mobutu sese Seko, de Zaïrese dictator die door het Westen in het zadel werd geholpen en gehouden, en die nu in zijn kastelen in nota bene Europa het einde van zijn 'kleptocratie' uitzit. Als de prostaatkanker Mobutu niet de das omdoet, dan misschien wel de totale ineenstorting van het door hem leeggeplunderde Zaïre. Een (minder waarschijnlijke) kans bestaat dat de internationale gemeenschap hem tot pensioen dwingt, omdat hij een oplossing blokkeert van het conflict in Oost-Zaïre, dat mensenlevens vreet en de internationale gemeenschap al ruim twee jaar 1 miljoen dollar per dag heeft gekost.

Een dergelijk scenario trof Bokassa al in 1979. Frankrijk zond toen duizend paramilitairen naar de hoofdstad Bangui, installeerde een nieuwe president, en dat was het roemloze einde van de 'Keizer van het Centraal-Afrikaanse Imperium', zoals Bokassa zichzelf had gedoopt.

Bokassa was een even grote ramp voor zijn land als Mobutu. Toch was dat niet de reden dat Frankrijk Centraal-Afrika van hem verloste. Bokassa had iets gedaan wat Mobutu nooit gedaan heeft: hij bracht Parijs in grote verlegenheid, door rond te bazuinen dat hij de toenmalige president, Valéry Giscard d'Estaing, kostbare diamanten cadeau had gedaan. Giscard haastte zich om te verklaren dat hij ze aan een liefdadig doel had besteed, maar het politieke schandaal was gecreëerd. Bokassa had immers een reputatie van wispelturige bruut opgebouwd. Frankrijk zag de kans schoon om zich van hem te verlossen toen hij in 1979 op staatsbezoek was bij de Libische leider Kadafi.

De door Frankrijk op touw gezette staatsgreep was een hard gelag voor Bokassa, die zich in hoge mate verbonden voelde met het oude moederland. Als wees (sinds zijn zesde) groeide Bokassa op bij missionarissen. Vanaf zijn achttiende diende hij La Patrie als soldaat: 22 jaar lang zou hij dat blijven doen, tijdens de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk, daarna in Algerije en Indochina.

Frankrijk verwachtte dus niets dan goeds toen Bokassa in 1966 zijn neef David Dacko, de eerste president van het diamant- en uraniumrijke land, met een staatsgreep aan de kant zette. In 1972 riep Bokassa zichzelf uit tot 'president voor het leven', en in december 1977 kroonde hij zichzelf tot keizer - in een ceremonie geïnspireerd op Napoleon en medegefinancierd door Frankrijk, Israël en Zuid-Afrika.

Keizer Bokassa I regeerde als Nero. Hij zag geen onderscheid tussen zijn eigen kas en de staatskas, en vermoordde wie hij zag als politieke tegenstander. Onlusten sloeg hij neer met hulp van soldaten van Mobutu (die hij hielp de opstand in Shaba te onderdrukken). In 1979 revolteerden de scholieren tegen de bepaling dat zij hun schooluniformen moesten betrekken uit de keizerlijke winkels. Honderd jongeren werden gearresteerd, onder Bokassa's toeziend oog gemarteld en gedood. Enkelen at hij op, aldus getuigen, die ook zeiden dat hij dat vaker had gedaan.

Toen Frankrijk enkele maanden daarna ingreep, vloog Bokassa vol onbegrip van Libië naar Parijs. Maar hij mocht niet uitstappen, waarop hij maar doorging naar Ivoorkust. Maar in 1986 vloog hij terug naar Centraal-Afrika, werd gearresteerd, en ter dood veroordeeld. Later werd de straf omgezet in twintig jaar, maar in 1993 kwam de ex-keizer bij een algemene amnestie vrij.

Tot het eind heeft hij geloofd dat voor hem een belangrijke rol was weggelegd in het reilen en zeilen van zijn land. Toen in mei dit jaar rellen uitbraken in Bangui, gaf hij journalisten graag zijn mening over hoe het verder moest met het land.

Jean-Bedel Bokassa stierf ambteloos, 75 jaar oud. De regering, beducht voor Bokassa's resterende medestanders, heeft een staatsbegrafenis aangekondigd. De man die volgens eigen zeggen bijna priester geworden was, laat bij diverse vrouwen naar schatting 55 kinderen na.

Deel dit artikel