Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kees van der Staaij: 'Heiligheid is niet aan gelovigen voorbehouden'

Home

Arjan Visser

© Mark Kohn
Tien geboden

Kees van der Staaij (Vlaardingen, 1968) zit sinds 1998 namens de SGP in de Tweede Kamer. Op 27 maart 2010 werd hij leider van de partij. Zijn opiniestuk in The Wall Street Journal - tegen de verruiming van de euthanasiewet - zorgde onlangs voor de nodige ophef.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

"Tijdens mijn studententijd heb ik me weleens afgevraagd of God bestond. Ik las 'Les Belles Images' van Simone de Beauvoir en vroeg me af of het inderdaad niet zo zou kunnen zijn dat iedereen maar gewoon doorvertelt wat hij tijdens zijn jeugd heeft meegekregen.

Wat is waar? Wat is goed? En waar word je uiteindelijk gelukkig van? Ik was als kleine jongen al ontvankelijk voor het verhaal, ik liet me door de preken van de dominee overtuigen; ik vond vreugde in de omgang met God. Tijdens mijn theologische zoektocht herinnerde ik me die jaren, hoorde een vogel fluiten en dacht: hoe zou je zo dom, zo bot kunnen zijn om hier niet de stem van God in te herkennen? Uiteindelijk ging mijn geloof door de twijfel heen en belijd ik dat Jezus Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is."

De overheid moet oog hebben voor de donkere kanten van het islamitisch geloof

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Alles wat niet beantwoordt aan het beeld van God zoals Hij Zich in de Bijbel heeft laten kennen, valt onder afgoderij. Ik heb niet de behoefte om een stempeltje op alle andere geloofsopvattingen te drukken - omdat het dan weer over het stempeltje zelf gaat - maar in het geval van de islam ontkom ik daar, ook als politicus, niet aan. De overheid moet oog hebben voor de donkere kanten van het islamitisch geloof. Ik werd in Irak en Egypte aangesproken door mensen die te maken hebben met de radicale islam. Ze zeiden: 'Jullie denken dat het allemaal wel goed komt in het Westen; dat jullie waarden zo sterk zijn dat je de ander daar wel automatisch van overtuigt'. Dat zette me aan het denken. Het vooruitgangsdenken dat lange tijd bij de Nederlandse cultuur hoorde, ging ervan uit dat door de welvaart en de moderniteit alle geloven als vanzelf zouden verdwijnen - de secularisatie-these als een autonoom proces - en ik heb van geradicaliseerde jongeren zélf gehoord dat 'halfbakken welzijnswerkers' vaak alleen maar inzoomden op een slechte jeugd, het ontbreken van een gedegen schoolopleiding of een goede baan. Alsof de waarheidsvinding - ieder mens is toch ten diepste een geestelijk wezen? - er helemaal niet meer toe deed. Alsof deze jongeren niet vatbaar waren voor opvattingen die bedreigend kunnen zijn voor de openbare orde.

En dan is er ook nog de kwestie van het publieke domein. Ik vind dat we het publieke domein moeten beschermen door, bijvoorbeeld, geen ruimte te bieden aan gebedsoproepen vanuit de moskee. Nee, de kerkklokken op zondag doen niet hetzelfde. Het is bij wet bepaald dat het luiden van klokken geen specifiek christelijke onderneming is, maar een in onze cultuur gangbare manier om mensen uit te nodigen voor het bijwonen van een kerkdienst, de tijd aan te geven, feest te vieren of alarm te slaan. Een gebedsoproep is in het Arabisch en bovendien een publieke proclamatie van de islamitische godsdienst - ja, in mijn ogen: een godsdienst waar geen heil van is te verwachten. Zo'n gebruik is in onze, door de joods-christelijke traditie gestempelde, beschaving onwenselijk en daar zou paal en perk aan moeten worden gesteld."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Als God Zelf, in Zijn woord, zegt dat Hij niet wil dat wij Zijn naam ijdel gebruiken, waar zou ik dan de vermetelheid vandaan halen om te zeggen: ach, geen probleem hoor, God kan wel tegen een stootje? Ik word regelmatig geprovoceerd, maar het gebeurt ook dat ik op een overdreven manier tegemoet word gekomen. Dan zegt iemand iets grofs, ziet me staan en vervolgt geschrokken: 'O sorry, Kees, ik had je niet gezien!' Dat doet me deugd. Los van vloeken: een beetje stevig taalgebruik stoort me niet, ook al zal ik het zelf niet bezigen."

Ik begin iedere werkdag met mijn mobieltje op de vliegtuigmodus te zetten om daarna 20 minuten in de Bijbel te lezen

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"De zondag is een feestdag, een paleis in de tijd, en zo vier ik het ook. De kerkdiensten zijn natuurlijk het hart van de dag, maar ik trek óók een mooi servies uit de kast en maak een lekker ontbijtje klaar. Later op de dag: een wandeling langs de plassen, een goed gesprek met mijn vrouw. Sommige elementen die op zondag naar voren komen, maken ook deel uit van mijn gewone, dagelijkse leven. Zo begin ik iedere werkdag met het op de vliegtuigmodus zetten van mijn mobiele telefoon om vervolgens twintig minuten te gebruiken voor het lezen van een stuk uit de Bijbel, meditatie en gebed. Dan gaat de boel even uit. En is alles stil."

V Eer uw vader en uw moeder

"Iedere woensdag, om kwart voor negen, belde ik met mijn moeder. We hadden vaak eigenlijk niet zo heel veel te bespreken, maar het was altijd fijn om van elkaar te horen. Zelfs van die keer dat ik haar mee uit lunchen nam, kort nadat ze had verteld dat ze niet lang meer te leven had, kan ik me weinig van onze gesprekken herinneren. Ik kon veel warmte en nabijheid ervaren, en daar blijdschap uit putten, zeker als ze op het oude Solina-orgeltje speelde en we samen psalmen zongen. Het was niet per se nodig om een goed gesprek te voeren. Haar stem te horen was genoeg.

Met mijn vader ligt dat anders. Voor hem had ik de zaterdag - ook om kwart voor negen - gereserveerd. Sinds mijn moeders overlijden, zeven jaar geleden, bel ik hem twee keer per week. Mijn vader wil altijd praten, dilemma's delen. Onze gespreksonderwerpen zijn doorgaans zakelijk en politiek getint. Vroeger zei ik weleens dat ik mijn vader te direct vond, maar inmiddels kan ik zeggen: dat is pa, en zie ik de mooie kant daarvan. Zó is pa. En zó ben ik. Ik kan mezelf nu van hem onderscheiden, maar daar heb ik wel wat tijd voor nodig gehad.

Op woensdag, om kwart voor negen, denk ik vaak terug aan mijn moeder. Ze is maar 67 jaar geworden. Ik ervoer het als een verdrietig voorrecht dat ze niet heel plotseling is overleden; dat we de tijd hadden om afscheid van elkaar te nemen. Natuurlijk, het is jammer dat ze niet twintig jaar langer heeft geleefd, dat is waar, maar ze had ook twintig jaar eerder kunnen sterven. Het is zoals het is. Niet lang voordat ze stierf, zei mijn moeder: 'Alles is in Gods hand, jongen.' Zo'n gedachte geeft me rust. En vrede."

VI Gij zult niet doodslaan

"Weet je waar ik mee worstel? Dat de woorden die voor mij van heil en onuitsprekelijk geluk zijn, bij mensen die niet langer vertrouwd zijn met het christelijk geloof over kunnen komen als de grillige regels van een of andere despoot, regels die ik op grond van mijn religieuze overtuiging aan een ander wil opdringen. In het euthanasiedebat krijg ik vaak te horen: 'Van jouw God moeten we het leven tot de laatste snik leven!' Maar er ís helemaal geen despoot, God heeft alleen maar het goede met de mensen voor. Bovendien leven we in een democratie: pas als de meerderheid van de mensen het met de SGP eens is, zal er in de wetgeving mogelijk iets veranderen. Daar komt nog bij dat ik geloof dat Gods boodschap in zichzelf goed en waardevol is; ik zou die discussie dus als het ware ook buiten mijn geloof om kunnen voeren.

Waarom trekken mensen het zich zo aan als iemand zoals ik kritiek geeft op het gearrangeerde levenseinde

Na de publicatie van mijn opiniestuk over de uitbreiding van de euthanasiewet en mijn waarschuwen tegen de glijdende schaal (The Wall Street Journal, 20 juli 2017, AV) kreeg ik zeer heftige reacties, ook in persoonlijke mails, van hoogopgeleide mensen die mij voor rotte vis uitscholden of zelfs dood wensten... Dan vraag ik mij af: waarom trek je het je zo aan als iemand zoals ik kritiek geeft op het gearrangeerde levenseinde? Ik begreep er niks van. Tot iemand die er verstand van heeft, zei: 'Het is heiligschennis, Kees. Ze zijn er trots op dat deze uiterst gevoelige kwestie zo netjes en clean in de wet kan worden geregeld, en dan kom jij langs om er een beetje lelijk over te gaan doen.' Dat vond ik wel een plausibele redenering en ik voelde me er ook door gesterkt: kennelijk is het begrip heiligheid, het opkomen voor iets wat heel teer voor je is, niet aan gelovigen alleen voorbehouden. Is het niet juist om die reden dat we het debat moeten blijven voeren? Ik ben bezorgd over het feit dat er geen rem meer lijkt te zijn. Kwetsbare mensen moeten straks gaan verdedigen waarom hun leven nog wél de moeite waard is. En wat denk je van die discussie over kinderen met het syndroom van Down? Laatst schreef iemand in het NRC dat ouders zelf voor de kosten van de medische verzorging moesten opdraaien omdat ze geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om van zo'n kindje af te komen... Groen van Prinsterer (antirevolutionair politicus en historicus, 1801-1876, AV) zei het al: 'Alles wat mensen aan gedachtengoed hebben, heeft ook een eigen dynamiek. Het stopt niet bij wat ze nu zeggen.' Waar we vandaag nog voor terugdeinzen, is morgen al normaal."

VII Gij zult niet echtbreken

"Wie naar een vrouw kijkt en denkt: wauw, ik zou met haar wel naar bed willen, heeft volgens de leer van Jezus al een zonde begaan. Het is te makkelijk om te zeggen: zo lang ik me goed gedraag, kan ik mijn fantasie de vrije loop laten. Ik probeer mijn denken zuiver te houden. Als de gedachte al in mij zou opkomen om met een andere vrouw dan mijn echtgenote de liefde te bedrijven dan zal ik die zo vroeg mogelijk en met alles wat ik in me heb proberen weg te duwen. Ik wil trouw zijn aan wie ik trouw heb beloofd."

VIII Gij zult niet stelen

"Dit gebod gaat niet alleen over diefstal, maar ook over gierigheid, misbruik of verkwisting van gaven. En wat gebiedt God (volgens de Heidelbergse catechismus, zondag 42, vraag 111, AV) in dit gebod? 'Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere; met hem alzo handele, als ik wilde, dat men met mij handelde; daarenboven ook, dat ik trouwelijk arbeide, opdat ik den nooddruftige helpen moge.' Met andere woorden: ik ben geen dief, maar als ik alles wat ik verdien voor mezelf houd, ga ik alsnog nat.

Het is goed om te beseffen dat we, hoe braaf we ons leven ook inrichten, uiteindelijk allemaal zondaars zijn

Ja, ik probeer ruimhartig te geven, maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik me bij zo'n uitspraak onmiddellijk ongemakkelijk begin te voelen. Dit moet geen lijst van verdiensten worden, zo van: kijk eens wat Kees van der Staaij allemaal voor zijn medemensen overheeft! Je weet toch wat Jezus hierover heeft gezegd: 'Laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet.'"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Of ik weleens lieg? Behalve nu eigenlijk nooit. Nee hoor, ik heb er een uitgesproken hekel aan, en probeer het daarom echt te vermijden. Ik hecht aan een hoge moraal. Waarom zou je liegen? Er is toch altijd wel een legitieme verwoording van de waarheid beschikbaar? Ik deel de mening van sommige critici niet dat het er in de Tweede Kamer grover of slinkser aan toe gaat dan vroeger. Als je de verslagen van vergaderingen uit de jaren 30 erbij haalt, zie je dat het toen niet per se zo veel beter ging. Ja, het publiek zit er nu dichter bovenop; alles wordt gezien en in de media breed uitgemeten. Een flinke rel wordt eindeloos op televisie en internet herhaald. Voor mij werkt zoiets overigens averechts: mijn achterban is er helemaal niet van gediend als ik collega-kamerleden onbeleefd tegemoet treed. En weet je wat het ook is, met dat oppervlakkige gedoe, die scheldpartijen over en weer? Je haalt er misschien een paar zetels mee, maar die zetels ben je ook in een mum van tijd weer kwijt."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Dit gebod, dat in feite over de onmatigheid handelt, zou je aan het duurzaamheidsdebat kunnen koppelen. De eindeloze koopzucht, de ontevredenheid, het moet altijd meer en mooier: leidt dat uiteindelijk ook niet tot de uitbuiting van de schepping? Mag het een keer genoeg zijn? Ik zeg dit wel vanuit een luxe positie omdat ik op het materiële vlak niets te klagen heb. Er valt sowieso weinig op mij aan te merken, zeg jij. Is dat echt de indruk die je krijgt? Grappig. Soms ben ik namelijk ook bang dat ik in de gelijkenis van de verloren zoon de rol speel van de oudste zoon die helemaal niets verkeerd doet en toch geen complimenten verdient... Het is goed om te beseffen dat we, hoe braaf we ons leven ook inrichten, uiteindelijk allemaal zondaars zijn. In die zin kan het haast een opluchting zijn als er een keer iets misgaat en je daardoor leert van genade te leven. Heb ik wel genoeg gegeven aan goede doelen? Heb ik de ander voldoende lief? Stel ik in alles mijn vertrouwen op God? Zie je? Ik kan heus mijn zonden wel benoemen, ik heb er alleen geen behoefte aan om ze hier breed uit te meten."

Deel dit artikel

De overheid moet oog hebben voor de donkere kanten van het islamitisch geloof

Ik begin iedere werkdag met mijn mobieltje op de vliegtuigmodus te zetten om daarna 20 minuten in de Bijbel te lezen

Waarom trekken mensen het zich zo aan als iemand zoals ik kritiek geeft op het gearrangeerde levenseinde

Het is goed om te beseffen dat we, hoe braaf we ons leven ook inrichten, uiteindelijk allemaal zondaars zijn