Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kansarm en kansrijk kind spelen niet samen

Home

Hanne Obbink

Spelende kinderen in Rotterdam. © anp

Zelfs onder spelende kinderen in de stad is er sprake van segregatie. Kinderen van laagopgeleide allochtone ouders komen hun buurkinderen uit welgesteldere gezinnen nauwelijks tegen. Ze spelen niet veel buiten: hun ouders vinden hun eigen buurt niet veilig en daarom worden ze vaak binnen gehouden.

En als ze naar een club gaan, is dat meestal in de school of het buurthuis, terwijl hun rijkere buurkinderen naar de voetbalclub of muziekles buiten de buurt gaan.

Dit is een van de bevindingen uit het onderzoek van Lia Karsten, stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam, en architect Naomi Felder.

Zij brachten aan de hand van 42 gezinnen in kaart hoe kinderen in Amsterdam en Rotterdam opgroeien, hoe en op welke plekken ze buiten spelen en wat er voor hen nog meer in de stad te beleven is. Die gezinnen wonen in gemengde buurten, waar kinderen uit verschillende milieus elkaars buren zijn.

Gezinnen met kinderen zijn de laatste vijftien jaar vaker in de stad blijven wonen. Het wel en wee van die kinderen is afhankelijk van de bagage van hun ouders, stellen Karsten en Felder. Welgestelden ervaren de stad als een plek waar hun kind fijn kan opgroeien en zijn ook in staat hun kinderen veel mee te geven van wat de stad te bieden heeft; ouders uit de onderste sociale lagen (vaak allochtoon, vaak zonder werk) zien vooral beperkingen en gevaren.

Lees verder na de advertentie
Bij het schoolplein komen soms jon­gens­groep­jes. Ze drinken bier, ze gebruiken ook hasj. Dan denk ik: nee, we moeten onze kinderen niet daar alleen laten. Je weet maar nooit.

De moeder van Saleena (10)

Toezicht
Voor alle lagen van de bevolking geldt dat ze het meer dan vroeger nodig vinden toezicht te houden op hun kinderen; daardoor staat buiten spelen onder druk. Maar sociale minima zijn het minst geneigd om met hun kinderen mee naar buiten te gaan. Het beeld dat juist allochtone kinderen vaak tot 's avonds laat buiten zwerven, klopt maar ten dele, zegt Karsten. "Veel laagopgeleide ouders zijn juist bang dat hun kinderen in contact komen met zulke vrijgevochten buurtgenootjes."

Niet alleen in hun eigen buurt voelen deze ouders zich niet thuis - vanwege de angst voor burenruzies, druk verkeer, hangjongeren -, ook trekken ze er weinig met hun kinderen op uit om de rest van de stad te ontdekken. Ze kennen er soms letterlijk de weg niet en ze hebben ook lang niet altijd een fiets. De onderzoekers trekken er 'een trieste conclusie' uit: er zijn in de steden mooie parken, pleinen en speeltuinen aangelegd, voor iedereen toegankelijk, "maar we vrezen dat de laagopgeleide gezinnen daar niet zonder meer zullen komen".

Hij heeft geen speel­toe­stel­len nodig. Hij vermaakt zich ook op een simpel klimrek. De weg hierheen is hij eigenlijk al aan het spelen. Dan zijn we drie keer zoveel tijd kwijt met de route naar een winkel of van school naar huis.

De moeder van Leon (5)

Dicht bij huis
Het zou helpen als er in de stad meer ruimte komt voor kinderen om dicht bij huis te spelen, zeggen de twee, liefst in hun eigen straat. Dat is lastig, omdat de stad steeds voller wordt met auto's en fietsen, afvalcontainers, terrasssen, etc. De stoep moet weer een plek worden waar mensen elkaar tegenkomen en even stilstaan om een praatje te maken. Dan voelt het ook sneller vertrouwd om er kinderen te laten spelen.

Dat is belangrijk voor de kansen van arme allochtone kinderen om beter te integreren dan hun ouders en hogerop te komen. Felder: "Breng je kinderen uit verschillende lagen op straat in contact, dan werkt dat waarschijnlijk beter dan bijvoorbeeld cursussen om allochtone ouders in beweging te brengen." En Karsten: "Laat hun kinderen dan maar de sociale stijgers van de toekomst zijn."

Vandaag meer in Trouw: 'Kind heeft ruimte op de stoep nodig'.

Als ik over het balkon hang, kan ik alles zien op het plein. Layla heeft een vriendinnetje, haar moeder kan het helemaal goed zien. Zij kijkt uit over het hele plein. Een fijn idee dat andere ouders een oogje in het zeil houden.

De moeder van Layla (7)

Deel dit artikel

Bij het schoolplein komen soms jon­gens­groep­jes. Ze drinken bier, ze gebruiken ook hasj. Dan denk ik: nee, we moeten onze kinderen niet daar alleen laten. Je weet maar nooit.

De moeder van Saleena (10)

Hij heeft geen speel­toe­stel­len nodig. Hij vermaakt zich ook op een simpel klimrek. De weg hierheen is hij eigenlijk al aan het spelen. Dan zijn we drie keer zoveel tijd kwijt met de route naar een winkel of van school naar huis.

De moeder van Leon (5)

Als ik over het balkon hang, kan ik alles zien op het plein. Layla heeft een vriendinnetje, haar moeder kan het helemaal goed zien. Zij kijkt uit over het hele plein. Een fijn idee dat andere ouders een oogje in het zeil houden.

De moeder van Layla (7)