Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kannibalisme op Nederlands grondgebied

Home

Morele verontwaardiging alom: twee BNN-presentatoren gaan elkaars vlees proeven. Als kolonisator had Nederland vroeger veelvuldig te maken met menseneters en koppensnellers.

'Het zijn ongedisciplineerde, woeste barbaren, menseneters zelfs. Hun woonplaatsen heeft niemand van ons gezien, want ze houden zich op in de wildernis, op hoge bergen en tegen rotswanden. Ze eten in het veld hun verslagen vijanden op, en ook slangen, sprinkhanen, hagedissen en vleermuizen, evenals bepaalde groene kruiden en vruchten van bomen. Ze mogen niet trouwen, noch met een vrouw omgaan voordat ze twee hoofden van hun vijanden hebben afgehakt." Anthonio van den Heuvel, werkend in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, beschreef in 1633 de Alfuren, een volk dat woonde op het Molukse eiland Seram, in nogal angstaanjagende bewoordingen. Zeereizen, die onder de vlag van de VOC werden ondernomen, zaten vol gevaren.

Bij de ontmoetingen met onbekende volkeren hoorde het nodige vertoon. Het moest meteen duidelijk zijn dat met Hollanders niet te spotten viel. Tegelijkertijd waren deze durfals op hun hoede. Over de gewoonten van de 'wilden' tegenover hen was weinig, soms helemaal niets bekend. Het eten van mensen en koppensnellen kwamen voor in delen van Indië, maar ook in gebieden die daar nog achter lagen, zoals Formosa (het huidige Taiwan) en Nieuw-Zeeland.

Tradities op dit gebied kwamen niet alleen voort uit wreedheid. In sommige culturen was het opeten van overleden naasten een teken van piëteit. Enkele stammen op Nieuw-Guinea geloofden niet in de natuurlijke dood. Na een sterfgeval in eigen kring moest een kop van iemand van elders gesneld worden om de balans te herstellen.

Koloniale machthebbers en geestelijken waren te gering in aantal om kannibalisme overal uit te bannen. Hele gebieden kwamen nooit in aanraking met Nederlanders. Waar wel contacten waren, werd stevig opgetreden tegen menseneten en werden schedels in beslag genomen.

Ingrepen van westerlingen hadden soms grote gevolgen. Mensen werden voor hun gevoel beroofd van hun voorouders, eer en mannelijkheid. Soms leidde het tot nieuwe excessen. Er zijn verschillende gevallen bekend van vrouwen die mannen pestten of seks en huwelijken weigerden omdat hun kerels hun oude gewoonten eraan hadden gegeven.

Een van de beruchtste gebiedsdelen als het om kannibalisme en koppensnellen ging, was Nieuw-Guinea. In 1949 bleef het bij de boedelscheiding tussen Indonesië en Nederland onder de hoede van het koninkrijk. Het behoud van dit bezit in de Oost werd vergoelijkt met het breed uitgedragen verhaal over de beschavingsopdracht die daar lag: Nederland zou de Papoea's de moderne wereld in leiden. Politiek tekenaar Opland verbeeldde dat in prenten waarin minister van buitenlandse zaken Joseph Luns rondsjouwde met Nieuw-Guineetje, een donker meisje met kroeshaar en een bot door haar neus.

Bestuursambtenaren, missionarissen en zendelingen deden in werkelijkheid ook hun best. Maar het bleef bij druppels op een gloeiende plaat. Nieuw-Guina was immens en ondoordringbaar, met uitgestrekte jungle en hoge bergketens. De binnenlanden waren nog het best te bereiken over het water.

Soekarno bleef de Nederlandse aanwezigheid in Nieuw-Guinea betwisten. Den Haag had reden om aan propaganda te werken. Dus werd in 1956 in opdracht van de Rijksvoorlichtingsdienst een film gemaakt over de Nederlandse inspanningen op het eiland. De makers wilden ook laten zien van welke slechte gewoonten van de oorspronkelijke bevolking werden afgeleerd. Een stam werd gecharterd om een koppensneltocht na te spelen.

Een Nederlandse missionaris waarschuwde: de inheemsen hadden deze gewoonte pas net afgeleerd. Tevergeefs. De scène werd gefilmd. Vrijwel direct daarna haalde de geestelijke alsnog zijn gelijk. Negenentwintig leden van een naburige stam werden met geweld omgebracht. Kennelijk viel het de gelegenheidsacteurs toch lastig om film en realiteit uit elkaar te houden.

Nederland stuurde een fregat naar het verantwoordelijke dorp, nam mannen gevangen en stak hutten in brand. Uit angst voor imagoschade werden de gebeurtenissen buiten de publiciteit gehouden. In 1962 verloor Nederland Nieuw-Guinea alsnog aan Indonesië.

Deel dit artikel