Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kan een kraai of ekster kleuren zien?

Home

MONICA WESSELING

Natuurjournalist Monica Wesseling ziet in de natuur meer dan een ander, en stelt daarom blijmoedige vragen. Ze schreef eerder twee boekjes waarin ze de antwoorden geeft op het gedrag van binnen- en buitenbeesten. In 'Waarom krijgt een specht geen koppijn?' behandelt ze vogelvragen. Haar 'Kan een regenworm ook verzuipen?' is veel breder en gaat over kleine zoogdieren, insecten en amfibieën.

Lees verder na de advertentie

binnen&buitenbeesten

Het lijkt zo nutteloos voor een zwarte of zwart-witte vogel om rood, geel, groen, blauw of paars te kunnen onderscheiden. Soortgenoten dragen immers die kleuren ook niet waardoor het op kleur selecteren van een partner, zoals bij roodborst, pimpelmees en ijsvogel gebruikelijk, toch ten enenmale onmogelijk is. Kleur moeten kunnen zien om verfijnd voedsel te zoeken en een snavel vol onrijpe bessen te voorkomen, lijkt bij kraai en ekster evenmin hoognodig. Scharrelaars als ze zijn, eten ze vrijwel alles.

Maar onze manier van kleur zien is niet des vogels. Kraai en ekster zien, net als de meeste vogels, meer en beter kleuren dan wij. En dat is bijzonder nuttig. Vogels zijn sterk visueel ingesteld. Daarom zijn de ogen van vogels in verhouding veel groter dan die van mensen. Ze wegen soms zelfs meer dan de vogelhersens!

Een vogeloog heeft in wezen hetzelfde bouwplan als dat van een mens. Bij beide zorgt een lens ervoor dat licht op het netvlies valt en daar lichtgevoelige cellen activeert. Het netvlies is opgebouwd uit staafjes en kegeltjes. De staafjes zijn lichtgevoelig. De kegeltjes 'zien' pas iets als er meer licht op valt, maar kunnen uitstekend kleuren onderscheiden en zorgen voor scherpte. Nachtvogels als uilen hebben relatief meer staafjes in hun ogen dan dagvogels.

Mensen hebben drie soorten kegeltjes in het oog. Daarmee kunnen ze de drie elementaire kleuren rood, geel en blauw onderscheiden. Blauw activeert het blauwe kegeltje, groen (een mengkleur) die van blauw en geel.

De kegeltjes in het vogeloog zijn - in tegenstelling tot de mensenkegeltjes - gevuld met (veelal gekleurde) olie waardoor vogels vooral gevoelig zijn voor geel, rood, oranje en groen licht. De olie werkt als filter. Het aantal gele, oranje, rode, groene of kleurloze kegeltjes verschilt van soort tot soort en is perfect afgestemd op de leefwijze van de vogel. Een ijsvogel bijvoorbeeld heeft extra veel rode kegeltjes omdat rood de schittering van het water compenseert. Dat is handig om van bovenaf een visje exact te kunnen lokaliseren. Vogels die vissen onder water achtervolgen, hebben weinig oranje en rode kegeltjes maar extra blauwe en groene - de kleuren van onder water.

De olie zorgt voor extra nuances. Wat voor ons gewoon oranje is, een merelsnavel bijvoorbeeld, zien vogels als 'oranje oranje' of 'oranje'.

Ultraviolet

Vogels zien dus meer kleuren. Bovendien zijn vogels gevoelig voor ultraviolet licht; ze hebben ultraviolet-kegeltjes. En dat geeft ze een enorme streep voor. Veel kleuren hebben namelijk ook een ultraviolette component, dat is een component die wij niet zien. Voor vogels kan rood daardoor wel vijf kleuren rood zijn, afhankelijk van de hoeveelheid ultraviolet.

Dat extra onderscheidend vermogen zorgt er onder meer voor dat vogels als spreeuwen en merels (en kraaiachtigen!) rijpe bessen kunnen onderscheiden van even rode maar onrijpere, minder suikerrijke bessen. Op rijpe bessen zit een waslaag die ultraviolet licht weerkaatst.

Het 'ultraviolet-vermogen' maakt jagende vogels pislezers! Bij torenvalkjes is aangetoond dat ze muizen opsporen aan de hand van hun urine. De pis zendt ultraviolet licht uit. En ook tijdens de trek is het ultraviolet zien van groot belang. Vogels oriënteren zich onder meer op de zon. Dat lukt ons ook nog wel, tot het zwaar bewolkt wordt. Vogels zien echter het ultraviolette licht dat de zon uitzendt: de hoeveelheid licht bepaalt de afstand tot de zon.

En ja, dan is er nog 'de kwestie van de partners', het kiezen op kleur. Kleur is vaak een maat voor fitness en potentie, maar werkt dat zelfs bij kraaien en eksters?

Ook daarin blijken de vogels ons ver meester. Veren krijgen hun kleur door pigment en structuur. De luchtbelletjes in het hoorn waaruit de veer is opgebouwd, breken het licht. De breking zorgt op zichzelf al voor kleur - denk maar aan een regenboog - maar is voor de ultraviolet-ziende vogels al helemaal belangrijk. Ultraviolet ontstaat namelijk helemaal door structuur en is, afhankelijk van de lichtinval, wel of niet aanwezig.

Zo krijgen ook kraaien en eksters opeens kleur. Hun zwart blijkt, dankzij pigment en structuur, uiteen te vallen in een baaierd aan zwarte kleuren. Zwart kan zwarter en nog zwarter. Autofabrikant Henry Ford zei het al: alle kleuren, als het maar zwart is.

Deel dit artikel