Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kafka aan de UvA dankzij managers

Home

ENZO ROSSI, UNIVERSITAIR DOCENT POLITICOLOGIEDAN HASSLER-FOREST en UNIVERSITAIR DOCENT ENGELSE TAAL EN CULTUUR BEIDEN ZIJN LID VAN DE ACTIEGROEP RE...

Rendementsdenken beschadigt wetenschap en onderwijs, betogen Dan Hassler-Forest en Enzo Rossi.

Sinds de gewelddadige ontruiming vorige zaterdag van het Maagdenhuis wordt het debat over de Universiteit van Amsterdam niet meer gedomineerd door de bezetting van een gebouw, maar door petities.

De absurde middelen die werden ingezet om vreedzame studenten en docenten van het Spui te verwijderen waren voor veel UvA-medewerkers reden om het vertrouwen in het huidige College van Bestuur definitief te verliezen: hoogleraren Ewald Engelen en Olav Velthuis publiceerden een open brief in NRC en ontvingen binnen drie dagen ruim 550 handtekeningen van medewerkers van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam. Ook een petitie die in hardere termen het aftreden van het CvB eiste werd door protesterende studenten in het leven geroepen, en al snel volgde er ook een tegen-petitie die juist opriep om het huidige college te steunen.

De polariserende discussie die hieruit ontstond is terug te voeren op het rendementsdenken dat juist aan de wortel van het protest ligt. Plotseling ging het niet meer om inhoudelijke argumenten, maar om het tellen van stemmen voor en tegen. En dit is precies wat er met het notoire rendementsdenken bereikt wordt: meten is weten, en de inhoud is altijd ondergeschikt aan peilbare resultaten.

Lees verder na de advertentie

Winst

Hoewel de term in recente discussies bijna alleen nog maar in negatieve zin wordt aangehaald, blijft de gedachte onze publieke sector toch grotendeels bepalen. Laten we daarom twee van de vaakst genoemde argumenten voor deze woekerende beleidsvorm benoemen. Eén: rendementsdenken geeft een mandaat voor elke vorm van herstructurering, en twee: professionele managers zijn het best in staat om deze beslissingen te nemen.

Het eerste argument zet in op de ambiguïteit van de term rendementsdenken: het concept bestrijkt een gebied dat begint bij 'een gezonde boekhouding' en zich uitstrekt tot 'alles draait om winst'. Bijna iedereen kan zich gemakkelijk vinden in het eerste, maar bijna niemand die aan een universiteit werkt of studeert, gelooft dat die als een bedrijf gerund zou moeten worden. Eigenlijk zijn er maar weinig mensen die ook van andere vormen van publieke dienstverlening denken dat ze puur op basis van winst of rendement moeten opereren, denk bijvoorbeeld aan de gezondheidszorg of aan juridische dienstverlening.

Misschien zijn sommige universitaire opleidingen inderdaad niet rendabel, of wordt ze onvoldoende maatschappelijke waarde toegekend om ze overeind te houden. Daarover moeten we pittige discussies voeren. Maar voordat er overhaast onomkeerbare beslissingen genomen worden, moeten we eerst weten welke financiële middelen er beschikbaar zijn, en waar de huidige tekorten bij de UvA precies vandaan komen. Momenteel weten medewerkers zelf niet hoeveel ruimte ze hebben om hun onderzoek en onderwijs vorm te geven, laat staan dat ze een idee hebben waar de volgende onvermijdelijke financiële crisis vandaan komt.

Een andere noodzakelijke discussie gaat over de budgetten uit Den Haag en hoe deze in verschillende geldstromen worden verdeeld: bijvoorbeeld als directe subsidie van relevant onderwijs en onderzoek, en niet als beurzen die worden toegekend door commissies met van bovenaf vastgestelde onderzoeksprioriteiten.

Academici worden op dit moment van het kastje naar de muur gestuurd: managers en politici weigeren allebei aansprakelijkheid. We begrijpen de verantwoordelijkheden van bestuurders en willen deze discussies over interne financiën en externe subsidiëring ook aangaan. Hierbij is ons uitgangspunt dat de herstructurering het mogelijk moet maken het onderwijs en onderzoek uit te kunnen voeren waar de betrokken wetenschappers, docenten en ondersteunend personeel zelf het meest deskundig in zijn.

De enige groep die er geheel van overtuigd is dat publieke diensten vanuit winstoogmerk moeten opereren, is die van de professionele managers: deze zouden het best in staat zijn om welk instituut dan ook te leiden. Dit suggereert echter ook meteen de meest extreme interpretatie van rendementsdenken: dat managers de leiding moeten hebben omdat zij het meest gemotiveerd zijn om het beste resultaat te bereiken.

Overwoekerd

Maar in deze gedachte mist een belangrijke schakel. Professionele managers hebben weinig belangstelling voor de details van het eigenlijke werk - onderwijs, onderzoek - en zijn er vooral op gericht om hiërarchische machtsstructuren op te bouwen en in stand te houden. Ze proberen hun effectiviteit te bewijzen door al het werk zodanig te reorganiseren dat alles meetbaar wordt, terwijl medewerkers - van wie er steeds meer alleen nog kunnen werken onder flexcontracten - overwoekerd raken door een opeenstapeling van nieuwe bureaucratische procedures.

Het werkelijke resultaat van rendementsdenken is een kafkaëske toename van centraal opgelegde richtlijnen, procedures, (zelf-)evaluaties, en andere tijdverslindende hervormingen die allemaal gericht zijn op standaardisering en centrale regulering. Zelfs wanneer deze op meetbaarheid gerichte veranderingen op papier effectief lijken te zijn (zelfs dat is bijna nooit het geval), valt er nog steeds weinig te vieren wanneer de kwaliteit van universitair onderwijs en onderzoek er zo onherroepelijk door wordt beschadigd.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel