Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Juliette Gréco: de muze van Parijs

Home

Joke de Wolf

Juliette Gréco tijdens haar 80ste verjaardag in Parijs in 2007. © anp

Na 66 jaar op het podium geeft Juliette Gréco haar afscheidstournee, dit weekend treedt ze voor de laatste keer op in Nederland. Trouw spreekt haar in haar huis ten noorden van Parijs.

Het levensverhaal van Juliette Gréco lijkt een filmscript. In 1945, direct na de bevrijding van Parijs, wordt het rumoerig in de kelders en kroegen van Saint-Germain des Prés, de studentenwijk van Parijs. Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, Maurice Merleau-Ponty, Jean Cocteau, Boris Vian en Albert Camus komen er samen om naar jazzmuziek te luisteren, te filosoferen en te dansen. De 18-jarige Gréco woont met haar zus boven een van die vaste kroegen.

Daar maakt ze kennis met filosoof Merleau-Ponty, die haar vervolgens bij de rest van de groep introduceert. Het is Sartre die haar in 1949 op een avond zegt dat ze moet gaan zingen. De volgende ochtend, bij hem thuis, heeft hij een aantal gedichten klaargelegd die hem geschikt lijken. Ze kiest er een paar uit, en hij brengt haar in contact met componist Joseph Kosma. En vanaf het eerste optreden heeft ze wereldwijd succes.

Juliette Gréco is inmiddels 88, en vindt dat ze, na een lange, glansrijke carrière, een punt moet zetten achter het optreden. "Uit beleefdheid tegenover m'n publiek. Ik wil niet aftakelen op het podium", vertelde ze in april op de Franse televisie. Daarom dus nog één tournee, met twee optredens in Nederland. Een bloemlezing uit de grote collectie chansons die ze in de afgelopen 66 jaar ten gehore bracht. Vrijwel alle grote namen uit de Franse muziekgeschiedenis schreven chansons voor haar: Raymond Queneau, Jacques Prévert, Charles Aznavour, Charles Trenet, Georges Brassens, Léo Ferré, Serge Gainsbourg, Jacques Brel, Boris Vian.

Lees verder na de advertentie

Chansons
Juliette Gréco is inmiddels 88, en vindt dat ze, na een lange, glansrijke carrière, een punt moet zetten achter het optreden. "Uit beleefdheid tegenover m'n publiek. Ik wil niet aftakelen op het podium", vertelde ze in april op de Franse televisie. Daarom dus nog één tournee, met twee optredens in Nederland. Een bloemlezing uit de grote collectie chansons die ze in de afgelopen 66 jaar ten gehore bracht. Vrijwel alle grote namen uit de Franse muziekgeschiedenis schreven chansons voor haar: Raymond Queneau, Jacques Prévert, Charles Aznavour, Charles Trenet, Georges Brassens, Léo Ferré, Serge Gainsbourg, Jacques Brel, Boris Vian.

Ze woont in een dorpje ten noorden van Parijs, tussen bossen en landerijen, in een onopvallend huis. De huishoudster doet open en leidt het bezoek naar de zitkamer met open haard en uitzicht op de tuin. Vergeeld roze behang, twee banken met veel kussens, en oude knuffels en poppen op tafeltjes rondom. Op de achtergrond klinkt pianomuziek. Het is Gréco's echtgenoot, Gérard Jouannest, ooit de componist en vaste begeleider van Jacques Brel. Jouannest is al veertig jaar Gréco's pianist, en nu druk bezig met de repetities voor de komende concerten. Gréco kon nog wel een uurtje vrijmaken voor een gesprek.

'La grande vedette de la chanson', zoals ze in de jaren vijftig in een Nederlandse krant werd genoemd, maakt haar entree: een kleine, fragiele en tegelijk elegante dame met een stralende glimlach. Haar kapsel en kleding zijn onveranderd sinds ze in 1949 voor het eerst als zangeres op de planken stond: zwarte kleding, zwart steil haar met een pony. Ze spreekt rustig, bijna verlegen, in korte zinnen, met zo af en toe een ondeugende twinkeling in haar ogen, en met grote geestdrift als het om onderwerpen gaat die haar raken.

Juliette Gréco. © anp

Geluk gehad
"Ja, ik heb veel geluk gehad. Ik wilde eens een lijst maken van alle chansons die ik heb gezongen. Toen ik de namen zag, dach ik: dat gelooft toch niemand? Maar het ging allemaal zo vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld met Brel. We scheelden maar twee jaar, maar toen ik hem ontmoette was ik al bekend, en ik zag hem bij toeval, hij zong in een bioscoop, tussen twee filmvertoningen in. Kort daarna hoorde ik dat een platenmaatschappij in hem geïnteresseerd was. Hij kwam bij me langs, en gaf me een van zijn chansons. Het was zo'n bijzondere man, een monster van poëzie en vrijheid. Ja, ik was dol op hem. Een levenslange band. Met Serge Gainsbourg ging het ongeveer hetzelfde. In 1958 zag ik hem pianospelen in een foute nachtclub. Een tijdje later stuurde de platenproducer hem naar me toe. Die eerste keer was hij lijkbleek van de zenuwen, liet het glas whisky dat ik hem aanbood uit z'n handen glippen. Het chanson dat hij me toen aanbood, 'Accordeon', zing ik nog altijd.

"Een optreden is als een gesprek, een ontmoeting. Ik ben nog altijd even zenuwachtig: zal ik de mensen niet teleurstellen? De teksten neem ik tot me, ik maak ze me eigen. De muziek draagt het. Als ik foto's of opnames van mezelf zie, zie ik een ander persoon op het toneel staan. Dat is de magie van het optreden.

Zwarte kleren
"Wat ook zo eigenaardig was: hoe massaal mijn uiterlijk werd overgenomen. Mijn probleem was: ik had geen geld om naar de kapper te gaan, of om mooie kleren te kopen. Ik kwam net uit de gevangenis toen ik voor het eerst in de kelders van Saint-Germain kwam. Dus trok ik die zwarte kleren aan, en knipte mijn haar zelf. Mensen vonden me heel schockerend, ze keken me na. Daar kwam bij dat ik alleen leefde, en vrij was. Dat vonden ze misschien nog wel het ergste.

"Ik heb heel veel grote liefdes gehad. Met Miles Davis was het liefde op het eerste gezicht. Sartre vroeg aan hem: waarom trouw je niet met Gréco? Miles antwoordde: 'Omdat ik verliefd op haar ben'. Hij wist dat een blanke vrouw met een donkere man in 1949 in de VS niet met elkaar konden trouwen. Hij wist dat dat me ongelukkig zou maken, en dat wilde hij niet. Dat is echte liefde. We hebben altijd contact gehouden.

"Een optreden is als een gesprek, een ontmoeting. Ik ben nog altijd even zenuwachtig: zal ik de mensen niet te­leur­stel­len?"

"Ik ben altijd in zwart gekleed, maar ik ben dol op de kleuren van Van Gogh. In Amsterdam, in het Van Goghmuseum, zag ik een schilderijtje van een bloem in een glas." Met haar handen maakt ze een koesterend gebaar, en knijpt haar ogen samen. "Zo mooi. De liefde voor schilderkunst heb ik sinds m'n negende, toen ik de kunstboeken van mijn moeder ontdekte - zij had kunstacademie gedaan. Schilderkunst overweldigt me. Van Gogh is mijn petit chéri. Zijn visie op kleuren is overweldigend. Poëzie, muziek, kunsten en kunstenaars kunnen de mens gelukkig maken. Ze maken gaten in muren, maken vensters, en openen die, zodat er licht en lucht binnenkomt. Dat heb ik ook mijn leven lang geprobeerd. Een beetje in de harten van de mensen komen."

Coffeeshops
"Een Nederlandse journalist vroeg me: wat vindt u mooi in Amsterdam? Amsterdam! Haha, nee, ik hou meer van het zuiden. Maar als ik zou blowen, dan zou ik wel naar de coffeeshops gaan." Haar stem verandert van toon. "Ik vind het onbegrijpelijk dat dat hier verboden is. Waarom? Waar halen autoriteiten het recht vandaan? Vanwege de moraal? Welke moraal! Dat is persoonlijk. Iedereen zijn waarheid. Welk recht heeft iemand om je iets te verbieden? Het privéleven van iemand is privé. Wie ben je om iets voor een ander te verbieden?

"Zelf heb ik nooit behoefte gehad aan drugs. Ik ben gek genoeg zonder. Om me heen werd veel gebruikt, bijna iedereen blowde, of gebruikte andere drugs. Ik niet. Ik had niets nodig om te dromen, ik heb altijd gedroomd. Zo ben ik geboren. En nog steeds ben ik heel onvoorspelbaar. Maar ik ben altijd vrolijk, ik maak graag grapjes. Ik heb veel afstand tot mezelf, soms een beetje te veel. En ik ben nooit helemaal tevreden over mezelf - juist dát zorgt ervoor dat ik altijd maar door blijf gaan.

"We leven in heel donkere tijden. Het afgelopen jaar was verschrikkelijk, en het gaat maar door. Al die mensen die moeten vluchten. Nu worden de vluchtelingen wel verwelkomd, maar hoe lang nog? Ik ben nooit bang geweest, maar nu wel - voor de toekomst. We gaan terug in de tijd. Wat ik zelf ga doen, na het laatste concert, daar wil ik niet over nadenken. Ik ontloop het. Verhuizen naar de stad, om meer vrienden te zien, en naar concerten te gaan. Ik kan het me niet voorstellen."

"Schilderkunst overweldigt me. Van Gogh is mijn petit chéri. Zijn visie op kleuren is over­wel­di­gend."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

"Een optreden is als een gesprek, een ontmoeting. Ik ben nog altijd even zenuwachtig: zal ik de mensen niet te­leur­stel­len?"

"Schilderkunst overweldigt me. Van Gogh is mijn petit chéri. Zijn visie op kleuren is over­wel­di­gend."