Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Juf Daisy staat niet voor maar mét de groep

Home

Lotte Stegeman en Kim Einder

Twee jaar geleden was ze al de beste leraar van Nederland, maar nu kan juf Daisy (31) ook de beste leraar van de wereld worden. © Koen Verheijden

Basisschooljuf Daisy Mertens hoort zondag of ze zich de beste leerkracht ter wereld mag noemen. De jury roemt haar om alle feedback en verantwoordelijkheden die ze haar leerlingen geeft. Dat blijkt in de klas.

 In het groep 7-lokaal van basisschool De Vuurvogel in Helmond hoor je het meteen: de lessen van juf Daisy Mertens (31) zijn doorspekt met feedback, aan de lopende band deelt ze complimenten en subtiele kritiek uit. Tijdens de handvaardigheidsles: “Wat ben je geconcentreerd bezig, heel goed.” Tijdens een klassikaal gesprek: “Wat goed dat je de spreker zo goed aankijkt.” Zelfs als ze hardop aftelt omdat de leerlingen nog tien seconden hebben om hun knutselspullen op te ruimen, is er ruimte voor terugkoppeling: “Tien, negen, acht… ruim jij ook eventjes je spullen op?… zeven, zes, vijf…”

Lees verder na de advertentie
Het woord ‘succescriteria’ klinkt pittig voor een kind, maar groep 7 kijkt er niet meer van op

Mertens werkt met meerdere manieren van feedback, vertelt ze later. Een van die vormen is heel expliciet en gaat vooral over gedrag: houden de kinderen zich aan de regels en hoe gaan ze met elkaar om? Mertens: “Aan het begin van het jaar bepalen we met de leerlingen de norm: wat doe je als je naar de wc moet? Hoe laat de juf blijken dat het stil moet zijn? Na elke les en aan het einde van de dag evalueren we onder andere hoe het daarmee ging.”

In andere feedbacksituaties is Mertens wat minder aan het woord: inhoudelijke feedback op hun werk laat ze leerlingen deels zélf bepalen. Dat doet ze vandaag met zogeheten succescriteria bij een opdracht, die zelfs tijdens handvaardigheid op het digibord verschijnen. Het woord ‘succescriteria’ klinkt pittig voor een kind, maar groep 7 kijkt er niet meer van op. Als een leerling aan Mertens vraagt of ze de pop-art-opdracht goed heeft gemaakt, wijst de juf naar het digibord. “Kijk maar naar de succescriteria: heb je kartelrandjes gemaakt? Heb je witte schaduwstreepjes gemaakt? Heb je het geheel op een vel gekleurd karton geplakt? Nou, dan mag je zelf beslissen of je het goed hebt gedaan.”

Kletskousen

Die eigen verantwoordelijkheid is precies waar de Global Teacher Prize-jury voor viel. Mertens laat de kinderen niet alleen zichzelf feedback geven, maar op veel meer fronten meedenken en (mee)bepalen. Ook over de inhoud van het onderwijs: “Toen ik een klein project wilde doen over feestdagen zoals Kerstmis, vonden de kinderen dat lang niet genoeg. Daarom werd het een groot project over alle wereldgodsdiensten, waarin een paar moslimkinderen op bezoek gingen bij een kerk in de buurt. Dat wilden ze zelf, omdat ze daar benieuwd naar waren.”

Mertens’ missie om kinderen serieus te laten meedenken, blijkt ook wanneer twee kletskousen die naast elkaar zitten, na de les terechtgewezen worden. Een andere leerkracht had de druktemakers misschien allang uit elkaar had gehaald, maar Mertens laat de jongens – met engelengeduld – zelf een oplossing verzinnen. “Hoe kunnen jullie voorkomen dat jullie te veel praten? Wat denken jullie?” Dan, grappend: “Als ik het zelf zou bepalen, zou ik het wel weten: iets met secondelijm of ducttape.” Uiteindelijk komt een van de jongens uit zichzelf tot het besef dat zijn buurman hem te veel afleidt. Mertens: “Dan moeten we bedenken hoe je minder afgeleid kunt worden. Zullen we daar allemaal even over nadenken en het er morgen weer over hebben?”

De verantwoordelijkheid die Mertens op de schouders van de kinderen legt, werpt z’n vruchten af, vertelt ze. “Het zorgt voor intrinsieke motivatie, dat is de basis voor het leren en heeft het grootste effect op de leerresultaten.”

Meedenken over de begroting

Volgens haar kunnen kinderen op elk denkbaar vlak meepraten, variërend van de posters in het klaslokaal tot de lesinvulling en zelfs de meerjarenbegroting van school. “Er is wel een verschil tussen kinderen een stem geven en kinderen laten meebeslissen. Maar de meerjarenbegroting is het middel om het onderwijs van de kinderen te verzorgen. Ze kunnen daar dan wel degelijk hun mening over geven.” En als het aan Mertens ligt, kan kinderbetrokkenheid ook gebaseerd zijn op interesses: “Laat een leerling die later iets met economie wil doen maar meedenken over de begroting, en het kind met ICT-interesse zich bemoeien met de computers op school.”

Is haar manier van lesgeven tijdrovend? Ze schudt haar hoofd: “Ik ben niet méér uren bezig dan een leerkracht die het niet zo doet.” En iedereen kan het doen, denkt ze. Al weet Mertens niet of ze het startende collega’s, vers van de pabo, direct zou aanraden: “De eerste paar jaar moet je nog ervaring opdoen en ontdekken wat überhaupt werkt in een klas. Als je dat eenmaal door hebt, weet wat in het curriculum staat en steeds blijft reflecteren op je eigen handelen, dan kun je kinderen prima die ruimte geven. Bovendien kun je altijd sparren met collega’s.”

Mondige kinderen

Door de kinderen (binnen de grenzen van het curriculum) een vinger in de pap te geven in hun eigen leerproces, kan Mertens ook voor onderwijs op maat zorgen. En dat is volgens haar een must. “We verwachten van alle leerlingen precies hetzelfde. Maar wat als een kind jarenlang een 5– scoort voor rekenen of taal? Dan kun je zeggen dat het door dyslexie of dyscalculie komt, maar moet je het onderwijs voor hem of haar misschien ook anders aanpakken. Dan is de vraag: heb je als leerkracht genoeg professionaliteit en expertise om het anders te durven doen?”

Wie kinderen een stem geeft, krijgt haast vanzelf mondige kinderen. Ook naar elkaar toe, blijkt in Mertens’ klas. Een leerling die op de tafel zit te tikken, wordt resoluut gecorrigeerd door een klasgenoot. En zodra de twee eerder genoemde kletsende buurmannen – type ‘de stoerste jongens van de klas’ – meer aandacht hebben voor hun eigen gesprekje dan voor de klassikale uitleg, worden ze met een hard “Ssssjjjt!” vakkundig bij de les geroepen door hun overbuurvrouw.

Juf met cola

Ook zélf krijgt ze soms een subtiele reprimande, over de fles cola op een recente borrel bijvoorbeeld: “Juf, we zijn toch een Gezonde School? Waarom staat daar dan cola?”. Mertens geeft nog een voorbeeld: “Een kind zei een keer: ‘Juffrouw, je kijkt soms op een bepaalde manier naar me, dan doe je iets met je wenkbrauw waardoor ik steeds denk dat je boos op me bent’. Heel knap dat een kind zoiets durft te zeggen. Als een volwassene dat zou roepen, zou ik niet weten hoe ik moest reageren en algauw denken: daar zit iets achter. Maar bij een kind is het altijd zo oprecht en zonder bijbedoelingen dat het totaal niet pijnlijk is. Ik kan dan alleen maar denken: daar ga ik iets aan doen.”

Tien finalisten

Samen met negen andere finalisten is Daisy Mertens nog in de race voor de Global Teacher Prize, een wedstrijd met oorspronkelijk 10.000 kandidaten. De jaarlijkse prijs wordt zondag uitgereikt in Dubai, ter afsluiting van het onderwijscongres Global Education And Skills Forum. Het prijzengeld van 1 miljoen dollar moet worden besteed aan onderwijsvernieuwing.

Met het geld zou Mertens haar werkwijze willen promoten door leraren en schoolleiders erin te trainen en ze de boodschap verder te laten verspreiden. “Zo wil ik een sneeuwbaleffect op gang brengen, ook internationaal. Dat lukt me natuurlijk niet alleen. Ik werk hierin nu al samen met prinses Laurentien van Oranje, die al jaren werkt aan de missie om kinderen te betrekken bij besluitvorming.” Mocht het zover komen, dan blijft Mertens ook gewoon voor de klas staan.

Lees ook:

Wordt Daisy Mertens de beste leraar van de wereld?

De Nederlandse Daisy Mertens, leerkracht op basisschool De Vuurvogel in Helmond, is genomineerd voor de titel van beste leraar ter wereld.

Deel dit artikel

Het woord ‘succescriteria’ klinkt pittig voor een kind, maar groep 7 kijkt er niet meer van op