Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Judsel Baranco, of de teloorgang van Nederlands grootste honkbaltalent

Home

Strike Out, 20.00 uur, Ned.3.

In zijn goede tijden kreeg Judsel, een jongen uit Curaçao die sinds zijn negende in Nederland verbleef, prachtige vermeldingen. 'Beste slagman WK', zeiden ze over hem in 1987. Ook: 'meest waardevolle speler'. Hij was de honkballer die de meeste punten bij elkaar sloeg. Die alles kon. Die iedereen wilde hebben.

Baranco, die in Waalwijk bij zijn moeder nog een rustig leven leidde, werd beroemd en kreeg te veel geld. Hij verhuisde van club naar club. Ieder seizoen kreeg hij weer een hogere 'onkostenvergoeding', waardoor hij niet hoefde te werken. Hij had bergen vrije tijd, was geliefd bij vrouwen en gaf geld uit. Aan feesten.

Baranco was goed. “Als ik op tijd door de Amerikanen was gescout, was ik de eerste Antilliaan geweest die daar in het nationale team speelde,” zei hij, eenmaal afgetakeld, tegen de verslaggevers van de NPS. Zijn vroegere teamgenoten, trainers en vrienden bevestigen dat. “Hij had het zeker kunnen maken. Eigenlijk had hij nu in Amerika moeten spelen.”

Maar in plaats van zijn best te doen om de aandacht van de Amerikanen te krijgen, was Baranco meer geïnteresseerd in vrouwen en drugs. “Je weet hoe dat gaat,” zegt hij later. “We gingen uit, en ik zie iemand iets snuiven, een ander iets roken. Ik wilde het ook wel proberen.”

In de loop der jaren werd de honkballer steeds vaker gesignaleerd in Amsterdam-zuidoost, in gezelschap van een groep Antalliaanse jongens van wie de politie wist dat ze verslaafd waren. Het honkballen ging steeds slechter. Het Nederlandse nationale team wilde hem niet meer, omdat hij te weinig discipline had. “Hij kon zich veel veroorloven, omdat hij zo goed was. Eén keer moesten we hem tien minuten voor een belangrijke wedstrijd uit bed halen. Hij liep zich niet warm. Maar hij speelde de sterren van de hemel,” zegt een coach. Een keer kwam hij helemaal niet meer uit bed: het was met hem gebeurd.

Toen het slechter ging probeerde Baranco soms zelf nog zijn leven te beteren. Een advocaat die zich zijn lot aantrok, zocht een pleegezin voor hem. Maar daar bleef hij niet langer dan drie maanden. Steeds opnieuw trok het gezin de Bijlmer in om hem te zoeken. “Dan liepen we daar door die parkeergarages en riepen we zijn naam. Als hij er was, kwam hij ook. Dan ging hij wel weer mee naar huis,” zegt zijn pleegmoeder. “Het was een aardige jongen.”

Op een gegeven moment kwam hij bij het pleeggezin niet meer opdagen. De politie had hem opgepakt wegens inbraken in auto's en in garageboxen. “Baranco was een van die mensen waarbij je, als ze in de cel zaten, echt kon zien dat het aantal aangiftes daalde,” zegt een politie-agent.

Vieze junks

Hoe meer hij verslaafd raakte, hoe minder ook de Antilliaanse jongens uit de Kraaiennest-flat in de Bijlmer hem respecteerden. “Inbreken in auto's werd in die groep gezien als iets wat je eigenlijk niet deed. Iets voor vieze junks.” Dat was Baranco dan ook. Steeds opnieuw werd hij opgepakt, vrijgelaten en opnieuw weer vastgezet. Tot de Bijlmerramp. Toen zat hij vast, maar kreeg verlof toen hij zei dat er bij de ramp familieleden betrokken waren geweest. Sindsdien heeft niemand meer iets van hem vernomen.

De wildste verhalen deden de ronde. Na 4 oktober 1992 zou hij teruggegaan zijn naar de Antillen, waar hij nog steeds zou honkballen. Hij zou dood zijn. Hij zou inderdaad op Curaçao zijn, maar daar ook als junk leven. Niemand wist het meer.

NPS-regisseur Hans Heijnen ging op zoek naar Baranco. Inderdaad blijkt de honkballer terug te zijn gegaan naar Curaçao. Maar daar gaat het niet veel beter met hem. “Ja, Judsel,” zegt een buurvrouw. “Dat gaat niet goed. Niet meer sinds hij naar Nederland is gegaan. Vroeger was het zo'n mooie jongen. Zo goed. Maar nu...” Nee, waar hij nu is weet de buurvrouw niet. Dat weet eigenlijk niemand.

Het camarateam vindt de honkballer uiteindelijk. Hij honkbalt nog, maar beweegt als een wrak. “We hebben eigenlijk niks aan hem,” zegt een tamgenoot. “Als hij nuchter is, dan wel. Maar dat is hij meestal niet.”

Meestal kan Baranco niet zelfstandig naar de training komen. Zijn coachrijdt dan de sloppenwijken door en zoekt de vuilnisbelten af.

De camera toont beelden van de speler in de dug-out. Levenloos staart hij voor zich uit. Zijn team trekt zich niets van hem aan, hij niets van zijn team. Maar hij is van plan, ooit, terug te komen, zegt hij op een beter moment. “Aan het eind van dit jaar ga ik afkicken. Dan ga ik misschien wel naar de Dominicaanse Republiek, daar honkballen. Daar heb ik geen slechte vrienden. Daar ga ik whiskey drinken. Dat is ook slecht, maar minder erg.”

Deel dit artikel