Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Joseph Kosuth: Wij werken niet voor Walt Disney

Home

door ANDREA BOSMAN

“Wat wij zouden wenschen zou zijn, om in grootsche gebouwen glasschilderingen te maken, zóó, dat wij het kleurig beeld van het ideaal dichter bij de menschen en verder van de oneindigheid af zouden brengen; wat wij zouden begeren zou zijn, om mozaïeken te maken, zóó, dat dáár waar onze voeten gaan, de schoonheid van bloeiende tuinen te vinden zou zijn, maar tegelijkertijd ook de vastheid van de geschreven wet.”

De Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth maakte voor de universiteitsgebouwen van de Oudemanhuispoort en het Binnengasthuis in Amsterdam het kunstwerk Located Text, dat dinsdag werd onthuld. Die dag ook debatteerden kunstenaars, opdrachtgevers, architecten, wetenschappers en studenten op uitnodiging van de Universiteit van Amsterdam (UvA) over kunst en openbare ruimte. Kun je een genie een opdracht geven? Een gesprek met Kosuth over de gespannen verhouding tussen kunst en openbare ruimte, Walt Disney en visuele muzak.

De historische universiteitsgebouwen van het Binnengasthuis en de Oudemanhuispoort liggen op een steenworp afstand van het Rokin, de plek waar de stad ineens opzichtig in licht en kleur van zich doet spreken. Daar, tussen het geweld van reclame- en andere geschreven boodschappen lijkt elke eigen gedachte onmogelijk.

Het kunstwerk dat Joseph Kosuth in opdracht van de Universiteit van Amsterdam voor Binnengasthuis en Oudemanhuispoort maakte, bestaat ook uit geschreven boodschappen, maar dan van een geheel andere soort. Op de gevels van de verschillende gebouwen zijn op grijsgetinte Ardenner hardsteen tien stellingen en theorieën aangebracht, die verbonden zijn met vierhonderd jaar academische geschiedenis: 'Vanuit het tegendeel ziet men duidelijker wat er verandert' (Norbert Elias, 1887-1990), en: 'Wie het zelfde anders zegt, zegt iets anders' (Paul Scholten, 1875-1946).

Voor Located Text verzamelde Kosuth uitspraken van belangrijke denkers en wetenschappers die verbonden waren aan het Athenaeum Illustre en de latere Universiteit van Amsterdam. De stellingen van onder anderen Benedictus de Spinoza, Gerardus Vossius, Caspar Barlaeus, Belle van Zuylen en Trudy van Asperen die de gevels sieren zijn volgens Kosuth kenmerkend voor de humane geest die hoort bij de geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam.

De taal en al haar mogelijke betekenissen vormen sinds de jaren zestig de kern van het werk van Joseph Kosuth (1945), die zich met kunstenaars als Sol LeWitt, Edward Ruscha en Bruce Nauman tot de pioniers van de conceptuele kunst rekent. Voor Kosuth heeft kunst niets met tastbare esthetiek, maar vooral met ideeën te maken: de beste werken van onze tijd laten het ontstaansproces van kunst zien. Kosuth maakt installaties met woorden, teksten: zijn intellectuele wortels liggen niet voor niets bij Freud, Wittgenstein en Lyotard. Volgens Kosuth heeft de schilderkunst zijn uitdrukkingskracht sinds Marcel Duchamp definitief verloren: “Picasso maakte 'meesterwerken' en hij behoort toe aan de verzamelaars, Duchamp deed dat niet en behoort tot de kunstenaars”, zo schreef hij in 1985.

Wat brengt een conceptueel kunstenaar als Kosuth in de stad teweeg? Een schoonheid als van bloeiende tuinen, zoals Roland Holst het in zijn opvattingen over de socialistisch geinspireerde 'gemeenschapskunst' in 1923 formuleerde, is in het huidige stadbeeld niet meer te ervaren. Oud-directeur van het Stedelijk Museum Wim Beeren vroeg zich tijdens het UvA-symposium af welke onderscheidende rol beeldende kunst nog kan spelen “in een wereld, een omgeving van nu, die met kleuren op agressieve wijze wordt getackled. Met visuele reclameboodschappen. Je kunt ze brutaal noemen, verstorend, misplaatst, letterlijk en figuurlijk, maar paradoxalerwijs komen ze uit dezelfde koker van kundig academieonderwijs. Ze zijn tegenwoordig vakkundig ontworpen, ze laten zich niet negeren of wegpoetsen en ze spelen een rol in publex-vitrines of op driekhoeken wegzakkende affiches, naast lichtkranten en trams bedekt met scandaleuze reclames.” Als voorbeeld noemde Beeren de monumentale schilderingen die Peter Alma in de jaren dertig voor het Amstelstation maakte. Die zijn inmiddels weggedrukt door een stomerij, een Pizzahut, een ijsverkoper en “onwaarschijnlijk veel andere troep”.

Kosuth hoeft met zijn universitaire locatie (nog) niet bang te zijn voor concurrentie van een Pizzahut. Maar de uitdrukkingsvorm die hij koos is zo sober, dat het werk bijna wegvalt tegen zijn omgeving. Zoniet de kunstenaar zelf. In de lobby van hotel L'Europe, niet ver van Oudemanhuispoort en Binnengasthuisterrein, orakelt Kosuth _ ietwat gedrongen, kort grijs haar en dito baard, zwart pak _ zo luid en gedreven over zijn werk dat zelfs een grote groep Japanse toeristen geen belemmering vormt voor het gesprek.

Meneer Kosuth, u zegt dat uw werk weliswaar een monumentale blik biedt op de historische aanwezigheid van de universiteit in de stad, maar zonder de sentimentaliteit en het institutionele karakter dat stadsmonumenten over het algemeen hebben. Dat begrijp ik niet helemaal. Het materiaal en het lettertype dat u gebruikt ademen juist heel sterk de sfeer van traditionele monumenten.

“Ik wilde niet het karakter van de plek veranderen, het soort stem waarmee ik praat moet kloppen. We dragen in dat opzicht een bepaalde tekentaal met ons mee waar verschillende lettertypen bij horen. In de jaren zestig deed ik veel met de Helvetica, dat was in die tijd een hippe en radicale letter. Maar omdat we het in de kunst gebruikten werd het langzamerhand overal voor gebruikt. Als je een airconditioner kocht was de gebruiksaanwijzing in die letter gedrukt. Daardoor veranderde zijn betekenis. Voor dit project had ik een stem nodig die serieus was, die bij universiteit hoorde. Soms werk ik met neon. Dat roept een nogal vulgaire associatie op die ik hier niet kon gebruiken. Dit werk mocht niet verward worden met een biermerk. Ik wílde ook dat het beeld conservatief zou zijn. De teksten verwijzen naar progressieve manieren van denken, de uitspraken betekenden in hun tijd een breuk. Om de teksten en hun scandaleuze geschiedenis kracht bij te zetten, was het de beste manier om het zo conservatief mogelijk te presenteren.”

U zegt in uw toespraak dat een publiek kunstwerk toegankelijk moet zijn voor een breed publiek en makkelijker te begrijpen...

“Nee, ik heb het niet over makkelijk, ik bedoel dat er een bepaald niveau van toegankelijkheid moet zijn. Hoe meer je weet van een kunstenaar en van hedendaagse kunst, hoe meer betekenis een kunstwerk krijgt. Maar er moet op z'n minst een betekenislaag zijn die begrijpelijk is voor een niet-gespecialiseerd publiek. Dat is de verantwoordelijkheid die je hebt als je in de publieke ruimte werkt. Het is anders in de musea, die kun je beschouwen als onderzoeksz“nes, net als een universiteit. Daar bestaat die verplichting minder.”

Hoe moet het niet-gespecialiseerde publiek op straat uw werk begrijpen? Als ik dat zou gaan vertellen, zou dat al een deel van het probleem zijn. Als kunstenaar werk je niet in de vermaaksindustrie. Er is genoeg cultuur die een passieve, a-politieke houding van het publiek veronderstelt. Ik wil dat mensen er zelf over nadenken. Als ik ze dat vertel, dan is dát precies het probleem: hen wordt altí¿jd al gezegd wat ze moeten denken.''

“Het publiek maakt het werk af en moet daar moeite voor doen. Natuurlijk, hoe meer je weet, hoe meer je het zult waarderen, dat geldt voor alles in het leven: het is een van de zegeningen van scholing. Dit werk komt voort uit de geschiedenis van de universiteit; het is een ambassadeur op de straat voor dit instituut, dat zich opent om te laten zien wat er binnen gebeurt. Dit zijn geen gebouwen waar zich een gepriviligeerde activiteit afspeelt, maar iets dat toegankelijk is voor iedereen.”

En zo moet het nog democratischer worden..

Lachend: “ja, ik zou niet zo snel teveel ten gunste van democratie willen zeggen, maar dit aspect...”

Er is sprake van een tegenstelling tussen een kunstenaar en zijn ideeën en een democratische samenleving die met inspraak kunstwerken voor een groot publiek wil genereren.

“Is er een contradictie tussen wetenschappelijk onderzoek en hetgeen je werkster weet? Moeten we met wetenschappelijk onderzoek stoppen omdat zij het niet weet? Moet zij daar inspraak in krijgen? Dat is absurd! Er zijn allerlei gespecialiseerde gebieden die we niet kritiseren, maar kunst wel. Kunstenaars werken niet voor Walt Disney, wij hebben een belangrijker rol te spelen. Dan gaat het niet over democratie maar over populisme, over de steeds geringere intellectuele eisen die we stellen. Dat begint al op de universiteit, die steeds meer een plek wordt om zakenlieden te trainen of producten te ontwikkelen. De wereld heeft behoefte aan een zekere hoeveelheid kennis waar geen directe pragmatische toepassing voor bestaat. De gedrevenheid van een kunstenaar mag niet afhankelijk zijn van wat de samenleving wil: alleen onder die voorwaarden kun je spreken van een gezonde cultuur.”

Moet een publiek werk herkenbaar zijn als kunst?

“Nee, dat hoeft niet, integendeel. Dat wat herkenbaar is als kunst grijpt vaak terug op traditionele ideeën over kunst, dan krijg je formalistische, decoratieve kunst. Het is juist een deel van je verantwoordelijkheid om het publiek te onderwijzen over wat kunst zou kunnen zijn, in plaats van een gedepolitiseerd, conservatief idee over kunst te verspreiden. Dan krijg je stropdassen voor boven de bank. Ik ben erg kritisch ten aanzien van kunstenaars die dit soort visuele muzak produceren.”

En dan, lachend: “Ik heb aantal werken gemaakt onder de titel Cathexis voor de Documenta van Rudi Fuchs in 1982. Ik had toen nooit van Georg Baselitz gehoord, wat achteraf heerlijk was. Er was toen net een soort revival van de schilderkunst begonnen en daar wilde ik iets ironisch mee doen. Ik nam foto's van een aantal kunstwerken in de Staatsgalerie in Stuttgart en hing ze ondersteboven. Om mijn idee goed uit drukken heb ik ze in hele conservatieve houten lijsten gehangen. Net als bij Located Text eigenlijk. Hilarisch vond ik het, toen iemand mij vertelde over Baselitz, wiens werk daar ook hing, en die dat serieus bedoelde.”

“De schilderkunst is inmiddels zo zwaar beladen door alles wat er eerder is gebeurd, dat een kunstenaar er echt niet meer mee kan werken, ook al hang je het op zijn kop. Schilderen is zo geïnstitutionalsieerd dat in de betekenis alles al is opgenomen wat je zou kunnen uitdrukken. Dus is het een hele makkelijk manier van werken, zonder dat het een bijdrage levert.”

Om terug te keren naar Located Text: Was u vrij om te maken wat u wilde? “Ja, maar ik kon geen natuurlijk steen gebruiken die groter was dan het gebouw. Vrijheid is een beperkt begrip, ik ben inmiddels de leeftijd gepasseerd waarop dat idee zaligmakend lijkt.”

U maakt pas sinds 1990 permanente werken in de openbare ruimte. Dat moet een grote overstap zijn.

“Ja, want het is een heel gevaarlijk terrein waar veel kunstenaars hun vingers liever niet aan branden. Het is trouwens vreemd dat permanent werk nooit opnieuw wordt gerecenseerd. Tijdelijke tentoonstellingen gaan altijd met veel lawaai open, terwijl ze na een paar maanden weer verdwenen zijn. Maar dingen die blijvend zijn, daar wordt niet zoveel over geschreven. Ik vraag me af waarom dat zo is, want in veel gevallen laat die kunst vooral de slechte smaak van het moment zien.”

Deel dit artikel