Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jongvolwassene in het diepe gegooid als jeugdzorg wegvalt

Home

Rob Pietersen

Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondsheid, Welzijn en Sport (VWS) tijdens een debat over stelselherziening voor transitie in de jeugdzorg, afgelopen september. © anp

Pleegkinderen en jongeren in een jeugdzorginstelling worden na hun achttiende verjaardag min of meer aan hun lot overgelaten. Op die leeftijd valt de jeugdhulpverlening weg. Voor veel van deze jongvolwassenen, die nogal wat deuken hebben opgelopen in het leven, voelt het alsof ze in een zwart gat vallen, blijkt uit onderzoek.

"Ze worden in het diepe gegooid, met de gewone zorgen die elke jongvolwassene heeft over geld, opleiding,  huisvesting of werk. Maar ook met psychische problemen en onverwerkte trauma's", constateert orthopedagoge Marja Cozijn.

Cozijn deed onderzoek naar de overgang van pleegkinderen en residentieel geplaatste jongeren naar volwassenheid.  Als de verplichte zorg (door een onder toezichtstelling en uithuisplaatsing bij de kinderrechter) op hun achttiende stopt, stelt Cozijn, dan vinden ze niet altijd de weg naar andere hulp. Soms speelt mee dat ze hulpverleningsmoe zijn, of het vertrouwen in de hulpverlening is geschaad.

De fase naar volwassenheid, naar zelfstandigheid, is voor elke jongere er één van vallen en opstaan, stelt Cozijn. Maar de meesten kunnen terugvallen op familie en vrienden, een heel netwerk. "Dat hebben veel pleegkinderen of jongeren die in instellingen wonen niet."

Zij pleit voor 'één loket' waar ze met al hun vragen kunnen aankloppen. Jeugdhulpverleners, pleegouders of voogden moeten volgens Cozijn ook bijtijds in kaart brengen welke hulp jongeren na hun achttiende verjaardag nodig hebben, wat nodig is om te zorgen dat ze op eigen benen kunnen staan.

Het onderzoek toont aan dat jeugdhulpverlening en wat erna komt niet goed op elkaar aansluiten. Dat is een groot probleem, stelt ook Peter van den Bergh die voor de Universiteit Leiden veertig jaar onderzoek naar pleegzorg deed en Cozijn begeleidde.

Lees verder na de advertentie

Haar bevindingen geven volgens Van den Bergh voldoende aanknopingspunten voor grootschaliger onderzoek. "En het pleidooi voor een loket 18+ is mij uit het hart gegrepen. Deze jongvolwassenen zijn op die leeftijd nog niet zover dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen."

Jeugdzorg Nederland wijst erop dat er al mogelijkheden zijn tot verlengde jeugdzorg (tot 23 jaar) en dat er in sommige gemeenten initiatieven zijn om de nazorg goed te regelen. Toch moet het beter, stelt de branchevereniging die zich aansluit bij het pleidooi van Cozijn.
 
Cozijn, die sinds 2005 als jeugdhulpverlener in een instelling werkt, doet nog een tweede aanbeveling. Het ultieme doel van jeugdzorg moet volgens haar niet altijd terugkeer naar 'thuis' zijn. "Soms is dat geen goed idee. Ik kwam in mijn onderzoek een jongvolwassene tegen die door de hulpverlening drie keer terug naar huis werd gestuurd, naar zijn in drugs handelende moeder."

Het idee dat naar huis altijd de beste oplossing is, komt ook door de slechte naam van instellingen, stelt de onderzoekster. "Die gelden vaak als laatste mogelijkheid. Het liefst zoeken we een pleeggezin. Maar laten we dat niet eindeloos opnieuw proberen. Elke mislukte plaatsing laat extra littekens achter. Er is een groep jongeren die beter gedijt in een instelling, met rust, regelmaat en veel structuur."


Vandaag op pagina 7 in Trouw een interview met orthopedagoge Marja Cozijn: 'Twaalf keer verhuizen laat littekens achter'

Orthopedagoge Marja Cozijn © Inge van Mill



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie