Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jongeren lezen geen boeken meer. Wat nu?

Home

Wim Roos en docent Nederlands in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs

Volwassenen lezen steeds minder en hun kinderen lezen helemaal niet meer. Dat hoor je vaak genoeg om je heen zeggen. Is dat ook zo? Dat kinderen bijna niet meer lezen, merk ik in de praktijk. Als docent Nederlands kost het mij, vergeleken met zo’n vijftien, twintig jaar geleden, veel en veel meer moeite om mijn leerlingen aan het lezen te krijgen.

Nu is die verschuiving van veel naar (bijna) niet meer lezen trouwens al veel langer dan twintig jaar aan de gang. In mijn eigen middelbare schooltijd, de jaren zestig van de vorige eeuw, was het lezen van boeken ook al niet zo populair. Wat toen zeker populair was, was het lezen van uittrekselboeken; ook zonder internet was er genoeg soelaas voor de luie lezer. Maar toch, in verhouding tot deze tijd werd er meer gelezen.

Voor sommigen is het lezen van boeken het mooiste wat er is. Voor de meesten is het een noodzakelijk en liever nog een te vermijden kwaad. Voor leerlingen geldt dit in versterkte mate. Een aantal jaren geleden al dook de term ontlezing op, waarbij vooral gedoeld werd op het feit dat onze lieve jeugd geen zin meer had in kloeke, moeilijke boeken. De tijd van Vestdijk c.s., maar ook die van Hermans en Reve leek voorbij.

Dat was in de begintijd van de computer. Nu, na tien, elf jaar internet zijn we in een nieuwe fase beland: jongeren lezen geen boeken meer, maar ook nauwelijks iets anders. Nota bene, dan bedoel ik met lezen wel: iets grondig doornemen. Ik vertel niets nieuws, maar alarmerend blijft het. Je moet toch willen weten hoe de dingen echt in elkaar steken, hoe de - echte - wereld in elkaar zit.

Toen ik begon met lesgeven in de bovenbouw was ik een realist en een idealist. Ik wist toen al dat de meeste leerlingen geen zin hadden in boeken lezen. Dat gaf niet, ik zou ze die zin bijbrengen. En als dat niet lukte, was er nog geen man overboord: dan maar lezen met tegenzin.

Cruciaal bij het leren beheersen van een taal is naast natuurlijk het spreken van en luisteren naar die taal, het lezen ervan. Eerst gaat het dan om eenvoudige verhaaltjes, maar uiteindelijk moeten leerlingen in het voortgezet onderwijs een moeilijk maar interessant artikel voor minstens 95 procent kunnen snappen. Maar ja, ze lezen geen kranten of tijdschriften, hoogstens de Spits of de Metro. Wat nu?

In de komende weken ga ik uitzoeken wat ik aan die vermaledijde ontlezing kan doen. Ik heb al wel wat ideeën daaromtrent, waarin literaire en zakelijke teksten beide een rol spelen. Vroeger had je docenten Nederlands die een les soms met een gedicht of een kort prozafragment begonnen. Ik heb dat in het verleden ook wel gedaan.

Wat ik nu voor ogen heb, zal ik hier heel globaal schetsen. Tijdens elke les bied ik een zakelijke dan wel een literaire tekst aan met een bepaalde moeilijkheidsgraad. Zo probeer ik dan een soort leesattitude (opnieuw) aan te brengen. Wat ik nog moet ontdekken, is hoeveel tijd dat gaat kosten. Verder moet ik ook uitzoeken wat voor teksten geschikt zijn voor dit project. Het gaat namelijk niet om hapklare brokken, de teksten moeten activeren, tot denken en nadenken leiden.

Wil zo’n project slagen, dat is nu al te voorzien, dan is medewerking van de andere collega’s onontbeerlijk. En met die anderen bedoel ik niet andere neerlandici, maar leraren Engels, geschiedenis, wiskunde ... en wellicht ook de leraar gymnastiek. De tekenen zijn wat dat betreft gunstig. Mijn collega’s klagen steen en been en willen graag meehelpen om, vooruit, nog één keer, de ontlezing aan te pakken.

Lees verder na de advertentie
(Jorgen Caris, Trouw)

Deel dit artikel