Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jonge onderzoeker die een beurs misloopt, heeft een loopbaan lang last

Home

Joep Engels en Dirk Waterval

De cleanroom van het fotonica-laboratorium op de TU Eindhoven. © ANP

Als een wetenschapper bij een eerste aanvraag een beurs weet binnen te halen, is de kans dat hij de volgende keer weer in de prijzen valt een stuk groter.

Het is oneerlijk verdeeld in de wetenschap. Een kleine groep onderzoekers neemt een grote hap uit de subsidiepot, voor de anderen resten slechts kruimels, of zelfs dat niet. Dat heeft met kwaliteitsverschillen te maken, maar het ligt ook aan het subsidiesysteem zelf. Wie eenmaal de eerste beurs binnen heeft gehaald, maakt dáárdoor al veel meer kans bij nieuwe aanvragen.

Lees verder na de advertentie

Het bestaan van dit zogeheten Matteüs-effect ('Want wie heeft zal nog meer krijgen, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen') was al bekend, maar het was de vraag hoe groot het was en hoe kwalijk. 

Het klinkt immers ook logisch. Wie een beurs krijgt, kan zich in de praktijk bewijzen en stijgt automatisch boven de anderen uit. Maar het Matteüs-effect staat ook op zichzelf, zegt Thijs Bol. "Puur het feit dat je aanvraag wordt gehonoreerd, geeft je meer kans bij een volgende ronde. Succes leidt tot succes."

De prestaties van wetenschappers mét en zónder beurs lopen nauwelijks uiteen, hun carrièrepaden wel

© Brechtje Rood

Net onder de streep

De socioloog van de Universiteit van Amsterdam bestudeerde alle aanvragen voor persoonsgebonden beurzen die tussen 2002 en 2008 bij onderzoeksfinancier NWO zijn ingediend. Jonge onderzoekers die na hun promotie verder willen in de wetenschap, dingen naar een Venibeurs van maximaal 250.000 euro. Een commissie beoordeelt de aanvragen, stelt een ranglijst op en kent alles boven de streep toe.

Bol vergeleek hun loopbanen met die van degenen die net onder de streep waren geëindigd. Hun wetenschappelijke prestaties lopen vaak nauwelijks uiteen, maar hun carrièrepaden wel, schrijft hij met collega's in het wetenschapsblad PNAS. "De Veni geeft status, en daardoor meer kans op een vervolgbeurs", zegt hij. "Met een Venibeurs op zak had je daar 25 procent kans op, terwijl degenen die zonder beurs vergelijkbaar goed werk hadden geleverd maar 10 procent kans hadden.

Dat komt ook doordat die tweede groep minder vaak een aanvraag indient; 40 procent doet een poging tegen 60 procent van de gelukkigen die eerder een beurs kregen. Ook dat is logisch, zegt hij, wie de eerste keer is afgewezen, is minder gemotiveerd voor een nieuwe poging. "Maar het is ook zorgwekkend. Deze groep hoort wel tot de categorie waarvan NWO wil dat ze doorgaan in de wetenschap."

Simpel afwijzingsbriefje

Nu krijgen ze, nadat ze maanden op het schrijven van een aanvraag geploeterd hebben, een simpel afwijzingsbriefje. NWO zou hen uitgebreider kunnen inlichten, zegt Bol. "Schrijf hen een brief dat ze het weliswaar net niet hebben gehaald, maar dat het voorstel er goed uitzag en ze bij een volgende poging een goede kans  maken." Wat hem betreft weegt het binnenhalen van een Venibeurs niet meer mee bij latere aanvragen. "En NWO zou er verstandig aan doen de beurzen kleiner te maken. Dan bied je meer mensen een kans en wordt tegelijk de status van de Veni een stuk lager."

In de strategienota voor de komende vier jaar die NWO vorige week uitbracht, constateerde de organisatie het probleem zelf al. "Deze studie biedt goede handvatten voor het onderzoek dat we zelf willen uitvoeren", zegt een woordvoerder. Volgens de nota heeft het Matteüs-effect ook goede kanten; het geld komt immers bij excellente onderzoekers terecht. "Maar er zijn nadelen. We bezinnen ons op maatregelen voor een betere balans."

'Loting zou het mooist zijn'

Hij noemt zichzelf een goed voorbeeld van het Matteüs-effect waarin kort gezegd de rijken rijker worden en de armen armer. Wibren van der Burg heeft zes subsidies binnengehaald, meer dan 3 miljoen euro in totaal. Hij weet hoe je aanvragen schrijft, waar je als jonge onderzoeker op moet letten.

Wibren van der Burg © rv

"Wat vaak misgaat is dat aanvragers zich niet genoeg inleven in de buitenstaander, wat veel commissieleden zijn. Alle methodes die je wilt toepassen moet je tot in het kleinste detail aan ze uitleggen." 

Je hebt de meeste kans als je de uitkomst van je onderzoek kunt voorspellen, maar in de filosofie, waar ikzelf in zit, kán dat helemaal niet

Daarnaast kom je er niet onderuit een beetje te bluffen over de zekerheid waarmee je bepaalde resultaten verwacht, zegt Van der Burg. "Je hebt de meeste kans op een beurs als je de uitkomst van je onderzoek kunt voorspellen. In de filosofie, waar ikzelf in zit, kán dat helemaal niet. Als je dat eerlijk opschrijft, ben je kansloos, dus schrijf je iets op dat wel plausibel klinkt. Daarna heb je het geld binnen en mag de uitkomst er best van afwijken."

Wil je verder het onderzoek in, dan kun je volgens hem bijna niet zonder een Venibeurs. Niet zo gek, jonge onderzoekers hebben anders slechts zo'n 30 procent van de tijd vrij voor onderzoek. De rest gaat naar onderwijs of andere verplichtingen. "Met een Venibeurs ontslaat de universiteit je van veel van die taken, dan heb je ineens 80 procent over voor onderzoek."

Vooral geluk

Maar eigenlijk is dit systeem oneerlijk, zegt Van der Burg, die zelf in beoordelingscommissies zit. "Je moet rekenen dat ongeveer 20 procent van alle aanvragen duidelijk te slecht is om in aanmerking te komen. Een andere 20 procent zit juist aan de top." Die 60 procent daar tussenin moet volgens hem vooral geluk hebben. Het komt er maar net op aan hoe zwaar commissieleden tillen aan hoeveel artikelen iemand schreef, hoe zij of hij overkomt tijdens de presentatie en of degene in de redactie van een tijdschrift zat.

"Het mooist zou een loting zijn na een eerste schifting van die slechtste 20 procent. De overige 80 heeft dan evenveel kans. Daarmee voorkom je ongelukkige afgewezenen: het is het lot geweest, niet omdat ik niet goed genoeg ben, denken ze dan."

Lees ook: Het grote gevecht om een beurs
Het is de grote frustratie van academisch Nederland: subsidie aanvragen. Veel werk, en vaak tevergeefs. De grootste onderzoeksfinancier komt nu met maatregelen.

Deel dit artikel

De prestaties van wetenschappers mét en zónder beurs lopen nauwelijks uiteen, hun carrièrepaden wel

Je hebt de meeste kans als je de uitkomst van je onderzoek kunt voorspellen, maar in de filosofie, waar ikzelf in zit, kán dat helemaal niet