Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Johan Heesters, bijna 103, verzamelt nog steeds staande ovaties.

Home

door Antoine Verbij

Een tentoonstelling, een fotoboek, interviews, optredens, Duitsland krijgt maar niet genoeg van Johan Heesters. Eind dit jaar wordt hij 103. Maar de operetteheld is in Nederland nog altijd taboe.

’Ik héb niet gezongen!’ roept Johan Heesters hevig aangedaan. ’Ik zweer op mijn familie dat het niet waar is!’ De tranen springen hem in de ogen. Zijn vrouw Simone Rethel pakt troostend zijn arm vast. Presentator Reinhold Beckmann zwijgt bedremmeld.

De scène deed zich een week geleden voor op de Duitse televisie. In de beroemde talkshow van Beckmann mocht de operetteheld Johannes Heesters drie kwartier lang vertellen over de inmiddels ruim vijfentachtig jaar die hij op de bühne staat. Onvermijdelijk kwam ook de oorlog ter sprake. En de foto waarop hij met collega’s en een paar geüniformeerde nazi’s naar een orkest van gevangenen in het concentratiekamp Dachau kijkt.

Heesters heeft altijd volgehouden dat het bezoek onder dwang plaatsvond en dat hij, tegen de beweringen van anderen in, geweigerd heeft met het orkest te zingen. Wel geeft hij toe dat Hitler hem meer dan eens persoonlijk zijn bewondering heeft betuigd. En dat propagandaminister Goebbels er ooit bij hem op aandrong om Duitser te worden. In de talkshow vertelde hij dat zijn antwoord toen luidde: ’Waarom wordt u geen Hóllander?’

’Ik ben een door en door apolitiek mens’, heeft Heesters keer op keer benadrukt. En alles wijst erop dat dat waar is. Zoals het ook waar is dat hij voor zijn politieke naïviteit door Nederland erg hard is gestraft. Nog altijd wordt hem in zijn geboorteland iedere vorm van erkenning onthouden. Dat doet hem oprecht pijn.

Smartelijk zijn zijn herinneringen aan 1964, toen hij in theater Carré met een gescandeerd ’Heesters SS! Heesters SS!’ van het podium werd gehoond.

En dat in Amsterdam, de stad waar hij zijn eerste schreden in het theater zette. Met zijn straatarme ouders en drie oudere broers was hij in 1912 van zijn geboorteplaats Amersfoort naar Amsterdam getrokken in de hoop op betere tijden. De zin voor het theater ontdekte hij samen met zijn vriendje Hemmy Kaldewaay, die later onder de naam Willy Walden een grote revuester werd.

De loopbaan van Johan Heesters nam een andere weg dan die van zijn vriendje. Hij begon met klassiek toneel. Totdat bij toeval zijn zangtalent werd ontdekt. Daarna zong, speelde en danste hij jarenlang op de planken van Carré en het Paleis voor Volksvlijt, om vervolgens heel Nederland te veroveren. Uiteindelijk belandde hij in het walhalla van de operette: Wenen.

In 1934 verhuisde hij eerst naar Wenen en even later naar Berlijn. Dat was kort nadat hij in Nederland zijn eerste grote filmrol had gespeeld in ’Bleeke Bet’. Toen hij drie jaar geleden voor Skrien over zijn filmcarrière werd geïnterviewd, zong hij voor de interviewster het lied over ’die mooie Westertoren’ in feilloos plat Amsterdams. Nederland en Amsterdam zitten diep in zijn hart verankerd. In de ruim zeventig jaar die hij in ons buurland doorbracht, heeft hij nooit overwogen om het Nederlandse staatsburgerschap in te ruilen voor het Duitse.

In Berlijn werd hij ontdekt door de filmproducenten van de Ufa in Babelsberg, het Duitse Hollywood. In films als ’Der Bettelstudent’, ’Rosen in Tirol’ en ’Immer nur Du’ verwierf hij het imago van de romantische vrouwenheld. Dat imago vond zijn vervolmaking rond 1940, toen hij op de bühne Danilo Danilowitsch speelde in Franz Léhars operette ’Die lustige Witwe’. Vanaf dat moment was hij voorgoed ’der Herr im Frack’.

Het leek alsof de frak speciaal voor Heesters was uitgevonden, zo perfect paste hem dat langpandige kledingstuk en zo elegant wist hij zich daarin te bewegen, spelend met zijn witte handschoenen en een sierlijke wandelstok, de cilinder net even schuin naar achteren op zijn hoofd, een lange witte sjaal nonchalant over de schouders. De Duitse vrouwen dweepten massaal met de ranke Hollander met zijn zachte blik en verleidelijke glimlach.

Het lijkt vreemd dat iemand met zo’n zijdezacht imago een held werd in een wereld en in een tijd waarin van mannen eerder plaatstalen hardheid werd gevraagd. Maar Hitlers ministerie van propaganda zette weekmakers als Heesters bewust in om het volk afleiding van de oorlogsgruwelen te bieden. En misschien was het geen toeval dat de sterren van het amusement in het Derde Rijk vaak buitenlanders waren, zoals de Hongaarse Marika Rökk en de Zweedse Zarah Leander.

De laatste maanden van de oorlog heeft Heesters zich zoveel mogelijk aan zijn rijksverplichtingen onttrokken en leefde hij als boer en huisman in de Oostenrijkse bergen. Toen de oorlog voorbij was, trok hij zijn frak, zijn ’werkkloffie’ zoals hij die noemde, weer aan en stapelde hij succes op succes. Niet alleen in de Bondsrepubliek, ook in de DDR werd hij aanbeden. In nieuwe genres als de musical en de televisierevue was hij in Duitsland pionier. Rudi Carrell, die in de jaren zestig in zijn voetsporen trad, noemde hem zijn ’wegbereider’.

De operette, dat tussenstation tussen opera en musical, was en bleef Heesters’ specialiteit. Maar de operette boette in de loop der jaren in aan populariteit. Johan Heesters heeft het genre overleefd. Op hoge leeftijd keerde hij terug naar het begin van zijn carrière: het toneel. In 2002 speelde hij de huisknecht in het klassieke toneeldrama ’De kersentuin’ van Anton Tsjechov. Als 99-jarige speelde hij een man van 79. De kritieken waren juichend, het publiek bracht hem staande ovaties.

De laatste jaren doet Johan Heesters weinig anders dan het verzamelen van staande ovaties. Iedere verjaardag is een nationale gebeurtenis. Ieder optreden, waar hij met nog altijd vaste stem zijn operetteschlagers zingt, brengt het publiek in extase. Afgelopen week opende de eerbiedwaardige Akademie der Künste in Berlijn een tentoonstelling over leven en werk van Heesters. Daarover verschijnt tevens een luxe fotoboek, gemaakt door Heesters’ echtgenote Simone Rethel (57). Johan Heesters is een fenomeen zonder weerga.

Een in ons land onderschatte verdienste van Heesters is het beeld dat hij van de Nederlander in Duitsland heeft gevestigd. Dankzij Heesters, die in Duitsland officieel ’Johannes’ heet maar liefdevol ’Jopie’ wordt genoemd, denken onze oosterburen dat alle Hollanders ontspannen, vrijmoedig en charmant zijn. Daarmee heeft hij het pad geëffend voor de successen van Rudi Carrell, Herman van Veen, Linda de Mol en al die andere troetel-Hollanders die in Duitsland grote successen vierden. Alleen al daarvoor verdient de man een lintje.

Deel dit artikel