Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jodenredder Jan Zwartendijk wordt alsnog geëerd

Home

HUIB GOUDRIAAN

ROTTERDAM - De gedenkplaat die vandaag in Rotterdam wordt onthuld, is er dankzij een verzoek uit New York: van de stichting Boys Town Jerusalem.

Maar de gemeente Rotterdam herdenkt hem vandaag ook. Met het planten van 14 zilverlinden op dezelfde plaats, op de Kop van Zuid bij Loods 24, vanwaar in de oorlog 11 000 joden werden gedeporteerd. En de staat Israël kent vanavond in Amsterdam de op 80-jarige leeftijd (in 1976) overleden Rotterdammer Jan Zwartendijk postuum de Yad Vashem-medaille toe.

Als honorair consul voor Nederland in Litouwen en vertegenwoordiger van Philips in de stad Kaunas, redde de Rotterdammer Jan Zwartendijk ongeveer 2300 joden van de gaskamer. Hij deed dit in de zomer van 1940 met het zogeheten Curaçao-visum. Toch raakte Zwartendijk, die wel de Nederlandse Raoul Wallenberg wordt genoemd, bijna in de vergetelheid. In het geschiedwerk van Lou de Jong komt hij niet voor. Pas in 1992 werd in Nederland zijn naam genoemd door Hugo Pos in een artikel in Vrij Nederland.

De auteur Pos deed dat in de bespreking van een boek over Japan en de joden in de Tweede Wereldoorlog. “Ik was in 1946 en 1947 officier van justitie bij één van de oorlogstribunalen in Tokio en daardoor ben ik in dat land (en dit onderwerp) geïnteresseerd geraakt”, zegt de nu 83-jarige mr. Pos.

De redding van de 2300 joden door Zwartendijk had alles te maken met Japan, want de vluchtelingen konden dankzij het 'Curaçao-visum' door Rusland reizen en vandaar naar Japan. Dit laatste was weer te danken aan de toenmalige Japanse consul in Litouwen, Sempo Sugihara.

Hugo Pos ontmoette in 1992 in Antwerpen de joodse Nederlander Nathan Gutwirt, die aan Jan Zwartendijk denkt als zijn redder. Gutwirt verbleef in 1940 in Litouwen als student op één van de rabbinale leerscholen, zogeheten jesjiva's. Tienduizenden joden en ook de rabbinale scholen waren het in 1939 door Hitler-Duitsland en de Sowjet-Unie opgedeelde Polen ontvlucht. Maar het neutrale Litouwen zou niet lang veiligheid bieden. Op 15 juni 1940 werd Litouwen geannexeerd door de Sovjet-Unie. De stromen joodse vluchtelingen probeerden wanhopig een uitweg te vinden uit de nu ontstane val (in 1941 bezetten de nazi's Litouwen en begon ook daar de holocaust).

Gutwirt benaderde daarom in de zomer van 1940 de Nederlandse honorair consul Zwartendijk over mogelijkheden om naar Curaçao te kunnen uitwijken. Hugo Pos herinnert zich van zijn gesprek met Nathan Gutwirt, dat hij een halve eeuw later, in 1992, met hem had, dat het eerst ging over een honorair consul met de naam Zwartjes. “Maar al gauw kwam eruit dat hij Zwartendijk heette”, zegt Pos, die weet hoe de vork in de steel zit met de 2300 joden die op een 'visum voor Curaçao' naar Japan ontkwamen.

De vluchtende joden zouden van de Russen alleen met een geldige officiële reisbestemming door de Sovjet-Unie, de enige doorreismogelijkheid uit Litouwen, mogen. Bestemming Curaçao, een visum voor dat land, zou een kans bieden, overwoog Nathan Gutwirt in die zomer. Nederland vereiste immers geen visum voor Curaçao. Op het paspoort kon worden gestempeld: 'For Curaçao is no visa required'. Maar het verplichte regeltje eronder dat 'alleen met toestemming van de plaatselijke gouverneur', Curaçao mocht worden betreden, bedierf alles. Had de Nederlandse ambassadeur, L. P. J. de Decker, die in Riga zetelde, al niet aan iemand geschreven dat die toestemming (door een plaatselijke gouverneur) vrijwel nooit zou worden verleend? Maar De Decker liet zich in een bepaald geval ertoe overhalen die tweede regel weg te laten. Als gevolg hiervan stond er in het paspoort dan letterlijk dat voor Curaçao geen visum nodig was.

Hét voorbeeld voor Zwartendijk, die voor deze truc, evenals andere consuls in het Baltische gebied, van De Decker toestemming kreeg. Nathan Gutwirt was de eerste gelukkige met zo'n Curaçao-stempel. Het gerucht van het goede nieuws ging snel. Eerst honderden, ten slotte duizenden vluchtelingen wendden zich tot Jan Zwartendijk. Ze verkregen allen het pseudo-visum, dat hun de kans bood door Rusland te reizen.

Toch was hiermee de kous niet af. Voor de reis naar Curaçao was een tussenstop nodig en dat was Japan. En daarom eisten de sovjetautoriteiten ook een Japans transitvisum. Hoewel de Japanse regering krachtig op de rem ging staan, verstrekte de toenmalige Japanse vice-consul in Litouwen, de diplomaat Chiune Sugihara, deze transitvisa. Tegen instructies van zijn regering in, hielp hij het grote aantal joden dat een Curaçao-stempel van Zwartendijk had gekregen. Ook na het vertrek van Zwartendijk (op 3 augustus 1940 sloot het Nederlandse consulaat) ging Sugihara hiermee door. Hij moet ongeveer 10 000 joden het leven hebben gered. De vluchtelingen met een Curaçao-stempel zijn niet in Curaçao beland, maar via Japan ten slotte in China, waar zij tot het eind van de oorlog zijn gebleven.

Sugihara kreeg in in 1985, een jaar voor zijn dood, de Yad Vashem-medaille. Wel is er veel over hem geschreven, zoals bij voorbeeld in het boek Japanese, Nazi's and the Jews. De schrijver van dit boek, David Kranzler, kwam in de jaren '70 ook de naam Zwartendijk op het spoor.

Zoon Robert Zwartendijk, nu lid van de raad van bestuur van Ahold, hoorde pas in 1976 wat zijn vader in de oorlog had gedaan. Bescheidenheid en veiligheidsoverwegingen brachten Jan Zwartendijk er toe bij het vertrek uit Litouwen alle bewijsmateriaal te verbranden. Robert beschrijft zijn vader als een ingetogen mens, streng voor zichzelf, die zijn kinderen doordrong van normen en waarden. Opmerkelijk is dat dankzij Zwartendijk één talmoedische school voltallig - de enige die ongeschonden door de oorlog kwam - kon ontsnappen.

Deel dit artikel