Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jodendom / Sjoel overleefde wethouder Wallage

Home

Edo Sturm

Burgemeester Wallage is blij dat wethouder Wallage in 1976 zijn zin niet kreeg. Dan had de Groningse Folkingestraat-synagoge namelijk niet meer bestaan. Morgen ontvangt de burgemeester daar het boek over de 100-jarige sjoel. Politiek opportunisme of voortschrijdend inzicht?

De Folkingestraat heeft de laatste tien jaar een gedaantewisseling ondergaan. Met de komst van de museumbrug, naast het Groninger Museum, is deze straat de snelste route vanaf het station naar de binnenstad geworden. Het achterafstraatje met vervallen huizen en obscure winkeltjes is nu een trendy winkelstraat met hippe gele straatstenen en kunstwerken die verwijzen naar het bloeiende Joodse verleden.

De hele maand maart is het feest in de Folkingestraat. De Joodse Gemeente viert haar 250-jarig bestaan, de hoofdsynagoge bestaat honderd jaar, en de herinwijding van de sjoel vond 25 jaar geleden plaats. Destijds speelde toenmalig wethouder Jacques Wallage een belangrijke rol in de enorme commotie rond de synagoge. Als burgemeester Wallage kijkt hij daar met gemengde gevoelens op terug.

Vóór de oorlog was de Folkingestraat het centrum van de Joodse wijk. Hier bevond zich, behalve de hoofdsynagoge, het rabbinaatshuis, Ets Haïm (een Joods studiehuis) en talloze al dan niet koosjere slagers en bakkers. Van deze grote Joodse gemeenschap (zo’n 2800 mensen in 1941) keerde na de oorlog slechts een handjevol mensen terug, onder wie de familie Wallage. Het verval zette in. De synagoge, eens het middelpunt van Joods Groningen, was verwaarloosd en leeggeplunderd. In de straat heerste vooral stilte. De Folkingestraat als ’Joodse’ straat bestond niet meer. De contouren waren gebleven, de sfeer en de mensen verdwenen.

De synagoge, ingewijd in 1906, diende vanaf 1943 als opslagplaats voor geconfisqueerde radio’s. Na de oorlog vonden er nog enkele maanden diensten in plaats, maar het gebouw was te groot en te vol van pijnlijke herinneringen.

De Joodse Gemeente besloot te verhuizen naar de kleinere, beter onderhouden jeugdsjoel in de Folkingedwarsstraat. Hier zou Jacques Wallage zijn ’bar mitswa’ doen.

De synagoge stond vervolgens jarenlang leeg. Pas vanaf 1952 kreeg het een nieuwe bestemming: de chemische wasserij en ververij Astra werd de nieuwe eigenaar. Galerijen werden dichtgemetseld, een provisorisch plafond werd aangebracht en afvoerpijpen liepen vaak dwars door de mooie glas-in-loodramen. Chemische dampen deden hun vernietigende werk. In het gebouw huisde in deze tijd ook een kerk. De toenmalige eigenaar was namelijk tevens voorzitter van het Apostolisch Genootschap en verbouwde een deel van het gebouw tot kerkruimte voor zo’n 350 kerkgangers. In 1973 ging de wasserij failliet en stond het gebouw opnieuw jarenlang leeg. Kopers bleken onvindbaar en sloop dreigde.

Op initiatief van Lenny Wolgen Salomons werd in 1975 een stichting opgericht om het gebouw te behouden en te restaureren. Lenny groeide uit tot het gezicht en de spreekbuis van de Stichting Folkingestraat Synagoge. Onaangekondigd bezocht ze gemeenteraadsleden, de media bestookte ze met brieven. Het leverde haar de bijnaam ’Lenny Sjoel’ op. Ze vond het een schande hoe er met dit gebouw werd omgesprongen en sprak van een ’ereplicht’ van de gemeente Groningen tegenover de omgekomen Joden. Aan de invulling van het gebouw dacht ze lange tijd niet. „Zelf had ik de sjoel liever leeg gehouden. Laat maar zien en voelen wat er verdwenen is. Toen het gebouw eenmaal gerenoveerd was en leeg stond, was het zó prachtig, zó puur; zo had het voor mij mogen blijven. Maar ja, het moest exploitabel zijn.”

Er volgde een emotionele politieke strijd waarbij oorlogsherinneringen openlijk of onderhuids voortdurend een rol speelden. Voorstanders van sloop wezen op de financiële kosten die aankoop en (vooral) restauratie met zich mee zouden brengen. Ook de bestemming was onduidelijk. De kleine Joodse Gemeente voelde aanvankelijk weinig voor terugkeer; de kleinere jeugdsynagoge paste veel beter bij de omvang van de gemeenschap. Een oorlogs- en verzetsmuseum, een bioscoopruimte, een dependance van het Groninger Museum: plannen te over, maar niets voldeed.

Toenmalig wethouder Wallage was voor afbraak en hekelde de vaak emotionele argumenten van zijn opponenten. Hij plaatste er zijn eigen socialistische overtuiging tegenover, zoals in een brief aan zijn fractieleden uit 1975: „Wie meent dat de synagoge een symbool is van de weggevoerde Joden en het daarom in ere wil houden, moet goed weten wat hij doet. In plaats van bij te dragen aan een analyse van de politieke en maatschappelijke oorzaken van de oorlog bevestigt hij een beeld van tragiek, van slachtoffer. Hij brengt het gebeurde onder in een permanente 4de mei: een nationale, apolitieke met schuldgevoelens overladen gebeurtenis, die maakt dat wel de uitkomst van de oorlog, maar niet de oorzaak aan de orde wordt gesteld. [...] Het zijn de alibi’s van mensen die met het gebeurde geen raad weten, zij richten hun emoties op het verleden. Socialisten mogen die fout niet maken: zij moeten al hun aandacht, hun geld en energie besteden aan de verandering van de maatschappij. Hun monumenten zijn hun scholen, hun ontwikkelingshulp en hun daadwerkelijke solidariteit met verdrukte mensen. En daarbij vergeten ze de oorlog (ook zonder synagoge) geen dag.”

Uiteindelijk verloor Wallage de strijd nipt. Met één stem meerderheid besloot de gemeenteraad in december 1976 het gebouw aan te kopen. Restauratie volgde vanaf 1979. De totale kosten, betaald door gemeente en provincie, besloegen ruim twee miljoen gulden. In 1981 was het werk voltooid en volgde de plechtige herinwijding van een deel van de voormalige synagoge. Een deel, daar het gebouw door een hek was opgedeeld in een gebedsruimte en een ruimte voor culturele activiteiten (tentoonstellingen, lezingen, concerten en dergelijke.) Deze herinwijding is inmiddels 25 jaar achter de rug. Net als de synagoge heeft ook Wallage een gedaantewisseling ondergaan.

Wethouder Wallage is, na een Haagse onderbreking, terug op het oude nest. Sinds 1998 is hij burgemeester van Groningen. Hij is blij dat het gebouw er nog staat. Tegenwoordig spreekt hij openlijker over zijn eigen Joodse achtergrond. „Ik bracht vroeger een sterkere scheiding aan tussen het privé-leven en het openbare leven. Ik was natuurlijk ook heel jong toen ik wethouder werd, 26, en ik voelde me toen niet vrij om over privé-dingen te spreken. Ik was bang dat het misverstaan zou worden, dat mensen ermee aan de haal zouden gaan. Pas na de dood van mijn ouders ben ik wat minder terughoudend geworden. Verder ben ik me meer bewust geworden – en misschien is dat wel een bijproduct van het ouder worden – dat mijn kijk op de actualiteit, bijvoorbeeld de omgang met migranten, met culturele verschillen, toch wel erg beïnvloed is door de ervaringen van mijn ouders en grootouders.”

De burgemeester erkent dat hij de mogelijkheden van het gebouw destijds heeft onderschat en dat hij bang was voor een ’synagoge zonder Joden’. Tegenover oorlogsmonumenten staat hij nog steeds huiverig. „Er zit een soort aflaat in: wat de samenleving niet voor elkaar heeft gekregen voor de levenden, doet ze nu ten gunste van de doden. Bij de vraag waar het Joodse oorlogsmonument zou moeten komen, heb ik half plagend, half serieus gezegd: „Zet er maar een bij het politiebureau, want politiemensen hebben de Joden opgehaald. Zet er maar een bij de krant, want daar hebben ze de Duitsers naar de mond geschreven. En zet er maar een bij het bevolkingsregister, want dat hebben ze niet opgeblazen.” Er zat voor mij dus een zekere geladenheid in de hele discussie, de argwaan naar het makkelijke motief, namelijk: „we gaan hier even de geschiedenis herdenken”.’

Toch zal ook Wallage niet ontkomen aan de herdenkingen en festiviteiten die gedurende de gehele maand maart in de synagoge plaatsvinden. Morgen neemt hij het jubileumboek in ontvangst. Lachend: „Als burgemeester Wallage ben ik blij dat wethouder Wallage zijn zin niet heeft gekregen.”

Deel dit artikel