Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jochen Klepper - bedreigd bestaan

Home

Tim Hulzebos

De Duitse kerklieddichter Jochen Klepper (1903-1942) verkoos de dood boven de deportatie naar Auschwitz voor zijn joodse vrouw en stiefdochter. In het Nederlandse Liedboek werden zijn bedreigd bestaan en zijn ondergang in zijn lied als het ware ínvertaald.

Midden in de nazi-tijd moest Jochen Klepper zijn huis uit (1938) wegens een door Hitler geplande heirweg dwars door Berlijn; zijn nieuwe woning stond in de Teutonenstraat. Het was niet de laatste keer dat zijn leven 'een bedreigd bestaan' was. Toch liet Klepper de machten niet over zich heersen. In het fundament van zijn nieuwe huis metselde hij de tekst uit de tweede Corinthenbrief: Want wij weten, als onze aardse tent wordt afgebroken, dat wij een gebouw van God hebben in de hemel, niet met handen gemaakt.

Op 22 maart is het honderd jaar geleden dat Jochen Klepper werd geboren in de pastorie te Beuthen, dichtbij Auschwitz. Aanvankelijk studeerde hij theologie, maar hij werd overspannen en kwam in 1932 in Berlijn terecht als schrijver. Daar trouwde hij met de vermogende joodse Hanni Stein ('als ik haar niet had gehad was ik gek geworden') die twee dochters had, van wie de oudste tijdig naar Londen ontkwam.

Klepper ging zwaar gebukt onder het nazi-juk. Hij leed eronder en is er ten slotte onderdoor gegaan. Bij de Olympische Spelen te Berlijn in het jaar 1936, maakte hij enkele sonnetten, waarin hij de komende catastrofe voorzag: in de wapperende vlaggen ziet hij de lijkwaden voor wie ten strijde trekken.

Kunstenaar worden en niet lijden, was zijn jongensdroom, waarvan alleen het eerste uitkwam: hij werd een veelgelezen dichter en schrijver. Het Deutsche Gesangbuch heeft twaalf van zijn liederen opgenomen en kwalificeert ze als een 'richtinggevend geloofsgetuigenis'.

In het Nederlandse Liedboek voor de Kerken staan er twee, waarvan Gezang 130 -De nacht is haast ten einde ('Die Nacht is vorgedrungen')- het bekendste is. Schulte Nordholt vertaalde het, en het is gebaseerd op Romeinen 13 vers 11, een tekst die Klepper ingegeven werd, zoals hij zei. De meeste van zijn liederen uit zijn bundel Kyrie (1938) ontstonden zo. Hij ervoer het als een teken van Gods spreken tot de mens, waardoor men het uit kan houden, tot God is uitgesproken.

Het enige waaraan Klepper tot het laatst toe door heeft geschreven is zijn dagboek. De woorden nacht, angst, pijn, duisternis, nood, ondergang, dood (zie Gezang 130 en Gezang 155) zijn voor hem hierin realiteit. Hij zet de vraag van de verborgen God -waar tijdgenoot Bonhoeffer ook mee worstelt- in het perspectief van het bijbels getuigenis. Als een 'rode draad van verbazing en humor' lopen door het dagboek talloze Vrees niet verzen. Pascal zegt hierover in zijn Pensées: In het geval dat u bang bent, vrees dan niet, maar indien u niet bang bent, vrees dan.

Klepper schrijft het zo: ,,Ik die zo beangst leef, heb als thema voor mijn leven gevonden: Dasz ich Ihn leidend lobe, das ist's was Er begehrt. En ook als alles op een vergissing berust dan kan ik slechts van deze vergissing spreken als het hoogste dat tot de mensen gekomen.''

Als in 1942 deportatie dreigt van Renate, zijn jongste stiefdochter, kiest hij met haar en zijn vrouw vrijwillig de dood: ,,Wij willen sterven, maar boven deze stervenswil, het is niet te vatten, staat het geloof van Ik weet dat mijn Verlosser leeft.''

De dichter R. Schneider schrijft daarover: ,,Toen Klepper geen hoop meer had dat hem op aarde gerechtigheid zou geschieden, eilte er mit den Seinen vor dem ewigen Richter''.

De meningen over Jochen Kleppers leven en dood lopen uiteen. Men verwijt hem zijn conservatieve politieke gezindheid, zijn zich afzijdig houden van de Bekennende Kirche, dat deel van de protestantse kerk dat zich tegen het nazisme keerde.

Biografe Rita Thalmann oordeelt: ,,Hij heeft zich in zwijgen en dulden geschikt. En zich steeds weer aangepast tot er niets mee aan te passen was.''

Klepper-kenner Jürgen Henkys stelt daar tegenover: ,,Het laatste woord in het dagboek is leven. Zelfmoord is hier geen baken, maar een teken. Wie dit begrijpen wil moet de weg in het uitzichtloze meegegaan zijn.''


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel