Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jezelf van Google laten halen? Vergeet het maar

Home

Kristel van Teeffelen

Mensen met een strafrechtelijk verleden hebben, ondanks rechtelijke uitspraken, moeite om hun gegevens te laten verwijderen van de zoekmachines. © Trouw

Verschillende rechterlijke uitspraken ten spijt, om in Google links verwijderd te krijgen, kan nog knap lastig zijn. Wordt het burgers onterecht moeilijk gemaakt of zijn de verwachtingen rond dit 'vergeetrecht' gewoon te hooggespannen?

Hij kent naar eigen zeggen de standaard antwoorden van Google uit zijn hoofd. Willem van Lynden, die zich met zijn bedrijf MediaMaze bezig houdt met online reputatie, doet bijna elke week namens een cliënt wel een verzoek bij Google om links uit de zoekresultaten te verwijderen.

Lees verder na de advertentie

Dat zogenoemde recht om vergeten te worden, werd in het voorjaar van 2014 bekrachtigd door de hoogste Europese rechter. Voortaan zouden burgers die online worden achtervolgd door verouderde of niet relevantie informatie, bij zoekmachines kunnen aankloppen om links verwijderd te krijgen. Als een digitale schone lei.

De beslissing van het Europees Hof werd onthaald als een overwinning voor het recht op privacy. Datzelfde gevoel was er ook toen de Hoge Raad in Nederland afgelopen februari nogmaals benadrukte dat de privacy van het individu voorrang heeft op het recht van mensen om zich te informeren. Dat was in een zaak van een man die vijf jaar geleden werd veroordeeld voor een poging tot huurmoord.

Weinig veranderd

Daar kwam in mei een beslissing van het gerechtshof in Den Haag bij. Die oordeelde dat Google niet zomaar mag doorverwijzen naar sites met strafrechtelijke gegevens, omdat informatie over bijvoorbeeld veroordelingen in de categorie 'bijzondere persoonsgegevens' valt. Je mag alleen iets met die gegevens doen onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld in journalistieke producties.

Mensen die ooit verdachte zijn geweest, of zelfs veroordeeld, zagen de besluiten als een bevestiging dat ook criminelen het recht kunnen hebben om vergeten te worden. Toch is er sindsdien bijzonder weinig veranderd, merkt Willem van Lynden, die regelmatig mensen bijstaat die met het strafrecht of het tuchtrecht te maken kregen. Google blijft de verzoeken afwijzen, ook al hebben de Hoge Raad en het hof de lat daarvoor in zijn ogen hoger gelegd.

Onlangs nog deed Van Lynden een verwijderverzoek namens een partner van een groot juristenkantoor. Google je zijn naam dan kom je uit bij een artikel over een tuchtrechtelijke zaak. Volgens Van Lynden is de informatie van vijf jaar geleden verouderd en niet meer relevant: de meeste klachten tegen de jurist werden uiteindelijk ongegrond verklaard – hij kreeg wel een berisping voor de minst ernstige verdenking. "Het kwam er kort gezegd op neer dat hij beter had moeten opletten."

Onduidelijk

Toch wees Google de aanvraag af om de links te verwijderen. "Een standaardafwijzing, zonder het echt te motiveren." Ook de Autoriteit Persoonsgegevens, waar ontevreden burgers kunnen aankloppen voor bemiddeling, vond dat niet opportuun. De reden: de zaak was nog te kort geleden en de informatie nog steeds relevant, omdat de man nog in dezelfde branche actief is.

Van Lynden noemt dat onbegrijpelijk. Het is volstrekt onduidelijk waarom de een na vijf jaar wel recht heeft op een schone lei en de ander niet. Bovendien vindt hij dat het vergeetrecht in de huidige praktijk te veel doorzettingsvermogen van de burger vraagt. "Google wil zo min mogelijk verwijderen. Ze zeggen: Als je het er niet mee eens bent, stap je maar naar de rechter. Dat doen wij dus ook."

Maar de meeste burgers zetten na het eerste verzoek niet door. Dat blijkt ook uit de cijfers. Dik de helft - bijna 57 procent - van de in Nederland 34.000 verwijderverzoeken werd afgewezen door Google. De Autoriteit Persoonsgegevens kreeg 155 verzoeken om te bemiddelen en deed dat uiteindelijk vijftig keer bij Google, en twee keer bij Microsoft-zoekmachine Bing. Een handvol zaken eindigde tot nu toe bij de Nederlandse rechter, waarbij de ene keer Google en de ander keer de klager gelijk kreeg. Opvallend is dat de hogere rechtbanken ten gunste van de privacy besloten.

Privacy prevaleert niet altijd

Google bevestigt dat besluiten van de Hoge Raad en het hof weinig hebben veranderd aan de praktijk van het beoordelen van verwijderverzoeken. De Hoge Raad oordeelde in lijn met het originele besluit van het Europees Hof van Justitie, vandaar dat het bedrijf geen reden ziet iets aan te passen. En het gerechtshof was dan wel kritisch over de verwerking van strafrechtelijke gegevens door Google, maar stelde ook dat het in sommige gevallen toch mag.

Daarmee heeft het bedrijf een punt, vindt Stefan Kulk, die aan de Universiteit van Utrecht onderzoek doet naar het recht om vergeten te worden. Het hof hield een klein deurtje open om informatie over iemands criminele verleden toch niet te hoeven verwijderen. Van die mogelijkheid kan Google met een goede motivatie gebruik maken. En ook het arrest van de Hoge Raad kun je lezen als: het recht op privacy weegt zwaarder dan het recht op informatie, maar dat betekent niet dat het altíjd prevaleert.

Dat maakt het vergeetrecht volgens Kulk ook zo ingewikkeld: je kunt geen zaak met een andere zaak vergelijken. Of iemand verdacht wordt van een ernstig of minder ernstig delict, of dat kort geleden of lang geleden is; het heeft allemaal invloed op de vraag of iemand zich kan beroepen op het vergeetrecht. Datzelfde geldt voor de vraag of iemand als een publiek figuur wordt gezien. Volgens het Europees Hof geldt het recht op een schone lei minder voor mensen in publieke functies. Maar ja: wie zijn dat? Over een politicus of een acteur kun je het snel eens zijn. Maar geldt dat ook voor zakenmensen of journalisten?

Uitkristalliseren

Het Europees Hof, dat de criteria voor het vergeetrecht nogal algemeen formuleerde, laat die beoordeling over aan Google. Dat heeft er nooit een geheim van gemaakt met lichte tegenzin aan de slag te gaan met die opdracht. Het bedrijf vroeg onder meer een groep experts om hulp.

De details van de verzoeken die binnenkomen, blijven echter geheim. Tot frustratie van onderzoekers als Kulk. "Ik kan niet beoordelen of Google terecht de meerderheid afwijst, want ik heb geen idee wat de inhoud van de verzoeken is."

De verwachting was dat er door uitspraken van rechters vanzelf een verfijning zou plaatsvinden van die algemeen geformuleerde voorwaarden. Dat daarvan na dik drie jaar nog steeds weinig sprake lijkt, betekent volgens Kulk niet dat het te laat is. "Wanneer en hoe het vergeetrecht precies toegepast wordt, is zich nog steeds aan het uitkristalliseren. Zo heeft de Franse Raad van State onlangs weer vragen gesteld aan het Europees Hof over het verwerken van bijzondere persoonsgegevens, zoals informatie over strafrechtelijke verledens. Dat kan weer een hoop verduidelijken."

Maar het vergeetrecht zal nooit in beton gegoten zitten, verwacht Wouter Dammers, ICT-jurist bij Lawfox, die regelmatig verwijderverzoeken namens cliënten bij Google doet. "Het recht is geen exacte wetenschap. Het gaat steeds om een subtiele afweging tussen het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting. Soms valt het dubbeltje de ene kant op, soms de andere."

Bij de bron aanpakken

Hoewel hij in de praktijk merkt dat Google niet happig is om links te verwijderen - daar heeft het bedrijf volgens hem ook helemaal geen belang bij - denkt Dammers ook dat de verwachtingen over het vergeetrecht gewoon te hoog gespannen zijn. Door besluiten van de Hoge Raad en het hof is misschien het beeld ontstaan dat het recht op privacy altijd voor gaat, maar het vergeetrecht is niet bedoeld om een minder flatteus verleden onder het tapijt te vegen. Het is er alleen voor de gevallen dat informatie verouderd en niet meer relevant is. Dammers: "Ik kan me voorstellen dat over tien jaar vanzelf veel meer verzoeken worden toegekend, omdat er dan nog veel meer informatie nog veel langer op internet rondzwerft en er dus meer als verouderd kan worden beschouwd."

Cliënten die door Google worden afgewezen en die niet naar de rechter willen stappen adviseert Dammers om het probleem bij de bron aan te pakken. Dus bij de website waar de informatie waar ze vanaf willen op staat. "Want ook als je Google links laat verwijderen, dan betekent dat nog niet dat de informatie van internet is. Het staat nog steeds online, het is alleen wat moeilijker te vinden."

Dammers erkent wel dat die tactiek ook averechts kan werken. Wie aanklopt met het verzoek om een artikel te verwijderen, vestigt de aandacht weer op zich. En dat is juist het tegenovergestelde van wat mensen die vergeten willen worden voor ogen hadden.

Geen stok achter de deur

Volgens Willem van Lynden is er meer nodig. Google zegt wel dat het zo zorgvuldig mogelijk een afweging maakt over verwijderverzoeken, maar heeft geen enkele stok achter de deur die dwingt om het goed te doen. "Nu is er niets. Geen boete, geen controle, geen transparantie. Er is alleen een Autoriteit Persoonsgegevens die een beslissing om wel of niet te bemiddelen laat afhangen van de houding van Google. En een rechter die kan zeggen dat Google alsnog moet verwijderen. Daar haalt het bedrijf zijn schouders over op."

De Autoriteit Persoonsgegevens laat weten dat er altijd een belangenafweging wordt gemaakt in de keuze om te bemiddelen of niet. En dat daarbij 'uiteraard' rekening wordt gehouden met de rechterlijke uitspraken in Nederland en Europa.

Het vergeetrecht in de praktijk

Een man is vorig jaar in een ander Europees land veroordeeld voor een zedenmisdrijf. Hij krijgt geen gevangenis- of een taakstraf, maar zijn naam wordt wel voor één jaar in een zedenregister opgenomen. Die termijn loopt uiteindelijk eerder af vanwege goed gedrag. Toch verschijnt een link naar een nieuwsbericht nog steeds in de zoekresultaten als je zijn naam invoert in Google. Sollicitatiepogingen lopen om die reden op niets uit, denkt de man. Zowel Google als de Autoriteit Persoonsgegevens ziet geen reden de link te verwijderen. Willem van Lynden denkt daar anders over en bereidt namens de man een rechtszaak voor. "Van de autoriteiten krijgt de man een schone lei omdat ze hem geen gevaar meer achten voor de samenleving, maar Google wil hem die schone lei niet geven."

Ontuchtige handelingen

Een man krijgt in 2013 een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan de helft voorwaardelijk, vanwege ontuchtige handelingen met een minderjarige. Als je zijn naam in Google invoert, kom je onder meer uit op een facebookpagina waarop gegevens staan als zijn naam, de naam van zijn bedrijf en een verwijzing naar zijn veroordeling. De man wil dat graag verwijderd zien, maar Google weigert dat. Hij stapt naar de rechter. Die besluit in januari van dit jaar dat Google de links moet verwijderen, vanwege een te grote schending van de privacy van de man, en het feit dat het om strafrechtelijke gegevens gaat: daarvoor gelden nog strengere regels dan voor andere informatie

Verzonnen diploma's

Een man heeft een juridisch adviesbureau gehad en werkt nog steeds als mediator. Er verschijnen berichten op internet waarin hij wordt bestempeld als crimineel en waarin staat dat hij diploma's heeft verzonnen. Volgens de man kosten de publicaties hem klanten. Maar Google wil de links niet verwijderen. De man stapt naar de rechter. Die concludeert in februari dat Google terecht het verzoek van de man afwees, omdat niet vast staat of de informatie die over internet zwerft inderdaad onjuist is. Zo heeft de man ook niet bij de rechter aangetoond dat hij wel over de diploma's beschikt. "Dat de man niet blij is met de publicaties is goed voorstelbaar", aldus de rechter. "Dit betekent nog niet dat dat voldoende reden is om de zoekresultaten te verwijderen."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie