Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jeugdzorg zegt gedag bij 18 jaar, en dan?

Home

Rob Pietersen

© anp

Er is dringend onderzoek nodig naar het lot van jongeren die na hun achttiende jaar de jeugdzorg verplicht verlaten, vindt emeritus hoogleraar Jo Hermanns. Dat dat er nog niet is, komt volgens hem omdat jeugdzorg de eigen effectiviteit overschat. "Ze doen hun best en gaan er vanuit dat dit voldoende is. Door een gebrek aan reflexie verloopt verbetering van de zorg hier erg traag."

Buitenlands onderzoek toont aan dat het met tweederde van de jongvolwassenen met een jeugdzorgverleden niet best gaat. Dat varieert van zeer problematisch, met bijvoorbeeld ernstige psychische klachten en criminaliteit, tot heel moeizaam meedraaien. "Er is geen enkele reden te denken dat we het in Nederland beter doen", aldus onafhankelijk jeugdzorgadviseur Hermanns.

Dat er nog geen grootschalig onderzoek heeft plaatsgevonden, komt volgens Hermanns niet uit angst voor die pijnlijke cijfertjes. "Nee hoor. Want die cijfers zijn in de Nederlandse jeugdzorg nauwelijks bekend. Het is puur uit onwetendheid. Hulpverleners denken: die jongen is 18 jaar, wij hebben ons werk gedaan. Ze schudden een hand en wensen hem succes. En dat is het dan."

Meedoen in de maatschappij
Hermanns ziet vier redenen dat ook de Nederlandse jeugdzorg niet kan voorkomen dat jongvolwassenen zich later vaak niet of nauwelijks kunnen redden. "Ten eerste ligt het aan de werkwijze bij Jeugdzorg. De aanpak is gefocust op 'tussen de oren'. Dat zie je ook bij de jeugd-ggz. Hulp aan die jongeren moet niet alleen over gedragsproblemen of stoornissen gaan, of over diagnoses en medicijnen. Daarmee zet je ze aan de zijlijn. Het moet veel meer gericht zijn op functioneren, meedoen in de maatschappij."

Ander punt van kritiek is volgens Hermanns de nazorg. Hulpverleners moeten zorgen dat er voor de jongeren, ook na hun achttiende verjaardag, voldoende steun in de buurt is. Het liefst uit de eigen familie- of kennissenkring. Voorts erkent Hermanns de kritiek dat er geen aansluiting is tussen jeugd- en volwassenenzorg. "Maar let wel: het gaat niet om een zogenaamde warme overdracht tussen die twee. Jeugdzorg leidt niet op voor volwassenenzorg. Het gaat er wat mij betreft om dat jongeren, als ze in de problemen komen, weten bij welk loket ze moeten zijn."

Rotervaringen
Op dit vlak krijgt Hermanns steun van Adri van Montfoort, lector jeugdzorg en jeugdbeleid van de Hogeschool Leiden. "Te hopen valt, dat de gemeenten na de decentralisatie van de jeugdzorg meer zullen kijken naar doorlopende vormen van ondersteuning. Het kan beter dan nu", aldus Van Montfoort.

Tot slot stelt Hermanns dat er altijd jongeren zullen blijven die zoveel rotervaringen te verstouwen hebben gekregen, dat ze dat zal blijven hinderen. "Maar als punt één tot en met drie wordt verbeterd, wordt die groep absoluut kleiner."

Lees verder na de advertentie

 
Jeugdzorg leidt niet op voor volwassenenzorg. Het gaat er om dat jongeren, als ze in de problemen komen, weten bij welk loket ze moeten zijn

Deel dit artikel