Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jesse Klaver

Home

Laura van Baars

Jesse Klaver (24) zit sinds een half jaar in Tweede Kamer voor GroenLinks. Eerder was hij voorzitter van CNV Jongeren en lid van de Sociaal-Economische Raad. „Dit kabinet pakt de grote thema’s niet aan. Het graaft zijn eigen graf. En dat is precies wat de geesten rijp maakt voor echte verandering. Die verandering drijft mij voort. Dat is mijn ideaal.”

Gisteravond belde opa Klaver weer. ’Pak die Bergrede uit Mattheüs er eens bij, Jesse! Daar staat precies in hoe mensen zouden moeten samenleven. Het kan je als politicus veel duidelijk maken’. De Bijbel ligt de volgende ochtend tijdens het ontbijt nog op de keukentafel bij Jesse Klaver. „Eerlijk gezegd heb ik het er zo snel niet in kunnen ontdekken. Maar wie weet heeft opa wel gelijk. Ik zal het uitzoeken. De Bijbel kan voor politici een belangrijke bron zijn.”

Jesse Klaver is 24 en is sinds een half jaar Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Een nieuwkomer in de politiek is hij allerminst. Hij is al zeven jaren lid van de partij, en was voorzitter van de jongerenafdeling Dwars. Twee jaar geleden werd hij voorzitter van jongerenvakbond CNV Jongeren. Vakbondslid was hij daarvoor niet, een protestants-christelijke achtergrond had hij evenmin, maar de functie leek hem te passen als een handschoen. Via het CNV kwam hij in de Sociaal-Economische Raad (Ser), hij was het jongste lid ooit. Nog geen jaar later kwam hij op een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks en sinds mei zit hij in de Kamer. Prompt werd hij door de pers uitgeroepen tot groot politiek talent.

Hij kreeg de zware portefeuilles sociale zekerheid en onderwijs. De fractie maakt zich wel eens zorgen of het niet te veel is, wat Klaver nu al doet. Maar hij wist zich gesteund door partijleider Femke Halsema, die een dag voor dit gesprek afscheid nam van de Tweede Kamer.

Klassiek hoor, die vakbond en politieke betrokkenheid.

„Ik bestrijd dat jongeren alleen nog maar individualistisch zijn en zich nergens meer langdurig voor willen inzetten. Mijn leeftijdsgenoten zijn wel politiek bewust en willen ook iets bijdragen aan een betere samenleving. Ze nemen allerlei initiatieven, al breekt nog geen enkele echt door. Het is inderdaad niet meer zo makkelijk om jongeren op de been te krijgen voor een demonstratie, maar dat betekent niet dat er geen collectief bewustzijn meer is. Ik geloof wel in het collectief. Ik denk dat we verder komen als we in gezamenlijkheid onze individuele verantwoordelijkheden nemen. In die zin hecht ik waarde aan de vakbond en de politieke partij. Het zijn nu eenmaal de instituten waarvoor we gekozen hebben om een land bestuurbaar te houden.”

Sinds een half jaar woont de Brabander in Den Haag. Klaver verhuisde er samen met zijn vriendin Jolein naar toe toen hij Kamerlid werd. Ze kennen elkaar van de kleuterschool in Roosendaal en ontmoetten elkaar een klein jaar geleden opnieuw. „Toen ging het snel”, zegt Jolein, die aan dezelfde keukentafel bezig is met haar afstudeerscriptie over Charles Dickens. Ze studeert Engels in Nijmegen. Beiden zijn nog steeds verknocht aan Roosendaal, vooral vanwege hun families. Vrijwel ieder weekeinde gaan ze terug.

Voor Klaver betekent dat een weerzien met zijn moeder, 44 jaar en manager in een zorginstelling. Een carrièrevrouw, die haar zoon opvoedde zonder zijn Marokkaanse vader. En verder zijn daar ook zijn opa en Indische oma, die veel van de zorg voor hun kleinzoon op zich namen terwijl hun dochter zich van schoonheidsspecialiste, eigenares van een friettent en later een grote cateraar, opwerkte tot bestuurder in de zorg. En zijn neef Michel, die een toko heeft in Etten-Leur, en Klaver als schoonmaker en afwasser leerde werken voor zijn geld. „Het zijn de vier mensen die mij hebben gemaakt tot wie ik ben. Allemaal keiharde werkers, laagopgeleid, maar die alles op eigen kracht bereikt hebben.”

Opa Klaver is trots dat zijn kleinzoon al zo jong in de Tweede Kamer is gekomen, maar betwijfelt of de politiek wel de manier is om de wereld te veranderen. „Toen ik benaderd werd om op de kieslijst van GroenLinks te komen, begon hij te vloeken. Jesse Klaver, zei hij, waarom in de Tweede Kamer? Je bent net voorzitter geworden van CNV Jongeren, je zit in de Ser. Daar kun je toch veel meer doen dan in de Kamer?”

Opa is een actievoerder, vertelt Klaver. „Hij richtte Keerpunt in Roosendaal op. Een comité dat demonstreerde tegen de komst van de TGV, de hogesnelheidstrein, maar ook als er een boom omgehakt ging worden, of zelfs tegen de uitbreiding van Schiphol. Maar het ging hem altijd om méér dan bijvoorbeeld de bouw van nieuwe kantorenpanden in een natuurgebied alleen. ’Hier bouwen ze voor de leegstand’, zei hij al tegen mij in de jaren negentig. Dan nam hij mij als tienjarig jochie mee naar zo’n terrein. ’Ze vernielen Nederland met kantoren waar niemand in komt te zitten’. Hij heeft heel vaak gelijk gekregen.”

Maar toch koos u wel voor de politiek. U was inderdaad pas een jaar voorzitter bij CNV Jongeren. Waarom?

„Opa, zei ik, de Tweede Kamer gaat over meer dan wetten maken. In de Ser kun je stappen zetten, maar politiek is ook een podium. Je kunt er het verhaal van mensen brengen. Als politicus kun je die verhalen overal beluisteren en je kunt ze tot jouw verhaal maken. Daar ben ik nu mee bezig. Mijn opdracht is om te spreken met burgers, met individuen met ideeën, en die gedachten bij elkaar te brengen tot één verhaal. Voor ik dat politieke verhaal heb, kan het een jaar duren, twee jaar en zelfs drie jaar. Het kan een verhaal zijn dat over meer gaat dan de GroenLinks-standpunten. Het zal niet makkelijk zijn en mensen zullen misschien denken: ach, dat jochie. Maar uiteindelijk zal ik er staan.”

Waar zal uw verhaal dan over gaan?

„Ik heb het dus niet over thema’s als de AOW-leeftijd of de verhoging van de eigen bijdrage voor de studiekosten. Het gaat om een veel breder verhaal. Het gaat om één krachtige beweging die burgers verenigt als mensen. Empathie staat daarin centraal. We zullen openstaan voor elkaars pijn, in plaats van elkaar te bejegenen als profiteurs van de overheid of fraudeurs. Mijn Indische oma zou die houding omschreven hebben als: ’Kassian’. Je kunt dat in het Nederlands niet goed vertalen, maar het betekent zoiets als ’Ach God’. Het drukt mededogen uit. We zullen het erg vinden dat er werkende armen zijn, of dat mensen worden afgeschreven puur vanwege de groep van waaruit ze afkomstig zijn.

„Vanuit die grondhouding zullen we met elkaar omgaan als burger. In de eerste plaats nemen wij zelf de verantwoordelijkheid voor de samenleving en ons eigen leven. We zullen de overheid niet afwachten en de discussie over eenzame ouderen doodslaan met de constatering: is het geen schande in die verzorgingstehuizen! Nee, we zullen zelf bij ouderen langs gaan. Pas als we vol empathie, als mensen, met elkaar omgaan, volgt het beleid. Dan pas volgt het ’wetten maken’ in de Tweede Kamer. Dat komt dus op de tweede plaats. Maar die wetten zullen wel doortrokken zijn van een nieuwe gedachtegang.”

Klinkt prachtig. Maar voor zo’n maatschappelijke ommekeer zijn toch vele jaren nodig?

„Ik denk dat het in tien jaar kan. Dit kabinet stoomt ons er klaar voor met het verschrikkelijke beleid. Net zoals acht jaar Bush ons heeft gebracht tot de wantrouwende samenleving die we nu zijn. Het kabinet hoeft van mij dan ook helemaal niet snel te vallen. Ga nog maar even door met maatregelen als 130 kilometer per uur mogen rijden, of het mogelijk maken om inbrekers straffeloos in elkaar te slaan. Dat willen mensen helemaal niet! We willen geen files meer, we willen ook geen inbrekers in ons huis. Maar dit kabinet pakt de grote thema’s helemaal niet aan. Het gaat nergens over, en zo graaft het kabinet zijn eigen graf. En dat is precies wat de geesten rijp maakt voor echte verandering. Die verandering drijft mij voort. Dat is mijn ideaal. Je mag me erop vastpinnen: ik verlaat de politiek pas als ik er niet meer in geloof dat die verandering binnen nu en tien jaar kan plaatsvinden.”

Het verheven ideaal ten spijt, ondertussen zul je het toch vaak moeten doen met Kamerdebatten over minder verheven onderwerpen.

„Dat is waar. Het is precies waar mijn opa bang voor is. Die vreest dat ik mijn ideaal verlies door de dagelijkse beslommeringen. Soms belt hij me ’s avonds op als hij me op televisie heeft gezien. Dan vindt hij dat ik het niet goed gedaan heb. Dan gaat hij maar door over het ideaal dat het allerbelangrijkste is, terwijl ik heel moe ben. Dan wordt het me wel even wat veel. Femke Halsema heeft mij veel wijze lessen geleerd over hoe ik moet omgaan met die idealen enerzijds en de omgangsvormen in de Kamer anderzijds. Ze heeft mij geleerd te interrumperen, terwijl ik daar zelf eigenlijk helemaal geen aanleiding toe zag. Als een politicus een verhaal houdt, dan weet ik vaak wel hoe hij het bedoelt. Drukt hij zich onhandig uit, dan voel ik mij niet meteen geroepen om hem daarop aan te vallen. Dat vind ik muggenzifterij. We zijn hier wel bezig met het regeren van een land, denk ik dan. Niet met elkaar vliegen afvangen. We moeten het met elkaar doen, laten we vooral in dialoog gaan. Maar goed, dat is dus niet zoals het werkt. Na zo’n debat, waarin ik met moeite de interruptiemicrofoon had gegrepen, legde Femke mij later op haar kamer uit waarom het toch nodig is je aan die spelregels van de Tweede Kamer onderwerpt. Ik heb daarin heel veel van haar geleerd.”

Jongeren hebben soms moeite zich te onderwerpen aan ouderwetse spelregels binnen organisaties. Zij letten minder op hiërarchie, en komen graag tot de kern van de zaak zonder zich te bekommeren om omgangsvormen. Ervaart u dat als jong Kamerlid ook zo?

„Dat andere Kamerleden met wie ik in commissies zit, misschien al een keer minister zijn geweest of al jaren meelopen, dat doet me inderdaad niets. Soms merk je wel dat zij mijn gedachtegang niet helemaal volgen, maar ik blijf mijn eigen agenda voeren. Vroeg of laat kom ik terug, al bedoel ik dat niet als dreigement. Inderdaad kan ik mij maar moeilijk neerleggen bij de politieke spelregels. Je moet de Tweede Kamer zien als een grote glazen kooi in een dierenwinkel, met heel veel ratten – eh, zeg maar liever: hamsters – erin. Om de kooi staan kinderen die een hamster mogen uitzoeken en alle hamsters willen de leukste gevonden worden. Daarom gaan ze allemaal rennen in het rad, in dezelfde richting. Ze durven niet die ene hamster te zijn die zijn nageltjes tegen het raam duwt, of een andere kant op rent. Nou, ik heb mijn hond destijds gekozen omdat hij alleen in een hoekje stond. Waarom zou ik ook in de Tweede Kamer niet die uitzonderingspositie kunnen innemen?”

Klaver loopt naar zijn boekenkast, en haalt er een boek van John F. Kennedy uit. „Hij beschrijft het al. Door anders te zijn, vernieuwing na te streven, maak je jezelf vaak niet populair. Maar het is wel mogelijk. Kennedy is een inspiratiebron voor mij. Al is het alleen maar vanwege zijn initialen, J.F.K. Ik zelf heet Jesse Feras Klaver.”

Feras, dat verwijst vast naar uw Marokkaanse achtergrond. Wat betekent die voor u?

„Ik heb mijn Marokkaanse vader nooit gekend. Ik neem hem niets kwalijk, want ik heb een mooie jeugd gehad. Mijn Marokkaanse achtergrond betekent eigenlijk niets voor me, de Indische van mijn oma veel meer. Maar ik heb natuurlijk een mediterraan uiterlijk. Ik begon als puber ook ineens te merken dat de chique modezaken waar mijn moeder kwam, mij extra in de gaten hielden. Op straat merk je ook dat ze je anders bejegenen omdat je een Marokkaans uiterlijk hebt. Dat vond mijn moeder altijd heel vervelend. Ik ook. Het leert je wel je in te leven in bevolkingsgroepen die dit nog veel sterker meemaken.”

Is dat een drijfveer om je in te zetten voor etnische minderheden in Nederland?

„Nee. Ik ben een Nederlander. Sterker nog, ik ben trots op Nederland. Ja, ook al is er een luchtje komen te hangen aan die uitspraak. Ik ben er trots op dat Nederland een pragmatisch land is, dat kan meebuigen en veranderen. Dat altijd tolerant geweest is en open stond voor buitenlanders met vernieuwende gedachten. Daarom denk ik ook dat Nederland als geen ander land zal openstaan voor grote verandering in de komende tien jaar. Die verandering is mijn drijfveer. Die sluit alle bevolkingsgroepen in. Als ik aan die verandering wil bijdragen, is er dan iemand die het redelijk vindt om mij het land uit te zetten omdat ik nu eenmaal half Marokkaans ben?”

De ambitie is groot. Waar haalt u de energie vandaan om het waar te maken?

„Dat is eigenlijk geen vraag voor mij. Het is iets in mij. Toen ik zestien was, werd ik iedere ochtend al wakker met het gevoel: hoe gaan we de wereld vandaag weer eens verbeteren? Ik heb sinds mijn jeugd altijd hard gewerkt, net zoals mijn familieleden. In de politiek, in de vakbond, in de Ser, in de studentenvereniging die ik oprichtte, in mijn studie, in de toko van mijn neef. Mijn werk als Kamerlid kost me zo’n 60 tot 80 uur per week. Eerlijk gezegd heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik mijn rust kan nemen.”

Lees verder na de advertentie
Jesse Klaver: 'Ik bestrijd dat jongeren alleen nog maar individualistisch zijn en zich nergens meer langdurig voor willen inzetten'. (FOTO WERRY CRONE)

Deel dit artikel