Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Je vangt hier geen gulden

Home

tekst: Eilbert Mulder

We rijden door Europa, vliegen over de wereld, maar uiteindelijk speelt het leven zich af in een cocon; het dorp, de buurt, het kantoor. De kleine leefgemeenschap is onderwerp van de serie Het Dorp, iedere maandag in de Verdieping. Aflevering 32: Scheveningen Tekst: Eildert Mulder foto's: Jörgen Caris Je vangt hier nog geen gulden

,,Mensen zoals jij, met veel geld'', antwoordt een oude inwoner van Scheveningen op de vraag wie er wonen in de antieke huisjes, die de laatste resten vormen van het oude dorp Scheveningen.

Van dat oude dorp is weinig over, de twintigste eeuw heeft het goeddeels weggevaagd. En de jongeren vechten allang niet meer op het strand of in de duinen veldslagen uit met de jeugd van Katwijk. Toch is Scheveningen nog steeds niet zomaar een buitenwijk van Den Haag. Het blijft een aparte gemeenschap, met een eigen identiteit en typische achternamen zoals Spaans, Den Heyer, Toet of Jol. De klederdracht is nagenoeg verdwenen, maar oude mensen spreken nog wel het dorpsdialect, dat anders is dan Haags. Het dorp zit met een eigen partij in de gemeenteraad en de plaatselijke voetbalclub speelt beladen duels met de betaalde club ADO Den Haag.

De oude yuppenhuisjes, waarvan een aantal alleen als vakantieverblijf dienst doet, staan achter de Keizerstraat, en die is historisch weer belangrijk. Op 13 november 1813 landde de latere koning Willem de Eerste op het strand van Scheveningen, na het vertrek van de Fransen. Met een platbodemschip, want een haven was er toen nog niet, die kwam er pas een eeuw later.

Het eerste Nederlandse huis dat de prins van Oranje betrad, staat op Keizerstraat nummer 58. Heeft hij daar oranjebitter gedronken of brandewijn met suiker? Was het Scheveningse dialect de eerste Nederlandse tongval die hij hoorde, of begroetten ze hem in bekakt kanselarijhollands, met een aardappel in de keel? Of toch maar gewoon in het Frans? Want dat bleef ook na Napoleon lange tijd de taal voor vorsten en andere elite.

Een steen in de voorgevel herinnert aan de terugkomst van de vorst. Tegenwoordig zetelt hier de YMCA. Op de ruiten staan aankondigingen van het kinderkoor en de Bijbelclub. De eigenaar van de textielzaak aan de overkant jaagt boos twee loslopende poedels naar buiten.

Op nummer 112 staat het leegstaande Burgerweeshuis ('Vernieuwt Anno 1775'), maar het belangrijkste pand in de Keizerstraat is het 'Wapen van Scheveningen'. Peter Heijting heeft het overwicht van een klassieke kastelein. In zijn zaak is er nog nooit bonje geweest, verzekeren de bezoekers. Vroeger heeft hij nog in grote vrachtwagens Trouw door het land gereden. Een papegaai begroet de binnentredende klant met 'Ech niet!'

Noem Scheveningen, en half Nederland heeft het over pier, casino, Hollandse nieuwe en vlaggetjesdag. Ook in het Wapen van Scheveningen hangen visnetten, er zijn scheepsmodellen en ook de muurtooi heeft de zee als inspiratie. Toch werken er nog maar weinig Scheveningers in de visserij. Hoezeer de manden in Museum Scheveningen ook nog stinken naar de vis die Scheveningse vrouwen naar Den Haag zeulden. En dus is het toch niet zo gek dat het cafégesprek niet over haringen gaat maar over kippen. En over de problemen van dit deel van de Keizerstraat, dat na een verkeerstechnische ingreep veranderde in een stilstaand water, waardoor de neringdoenden niet profiteerden van de economische bloei in de rest van het land.

,,Sinterklaas was hier, met vier pieten'', zegt een antiquair. ,,Maar er was geen kind te bekennen''. ,,Ze gunnen je het gewoon niet'', vervolgt hij, en hij noemt andere zaken in Den Haag, die op genadeloze tekentafels van gemeentelijke plannenmakers een dodelijke injectie kregen toegediend.

,,Negentig procent van de winkeliers kun je op hun kop houden en leegschudden, maar je vangt nog geen gulden'', zo vat poelier Jan Ruardij de crisis van de Keizerstraat samen. Alleen de horeca heeft volgens hem hier toekomst. Onlangs sloot hij zijn eigen zaak, waar hij vanaf zijn achtttiende 28 jaar keihard maar met plezier heeft gewerkt. Verzuurd is hij niet. Zijn motto blijft: ,,Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd''.

Dat lachen doet hij nu op een bestelwagen. Zijn baas heet Silvester Leenheer. Ruim twintig jaar geleden kwam hij de achterdeur van Jans zaak binnenstappen, als achtjarig jochie. ,,Mag ik u helpen?'', vroeg hij beleefd. Jan zette voor hem een kist neer, zodat hij bij de werktafels kon. Diezelfde Silvester is nu directeur van de groothandel Nehado, in Abbenes. Toen Jan zijn zaak sloot, was hij bij zijn oude knechtje hartelijk welkom. Jan heeft voor hem evenveel bewondering als voor zijn vader, die met drie jaar lagere school een pluimveeslachterij opzette, in Alphen aan de Rijn, waar 120 mensen werkten. Eind jaren zestig heeft Ruardij senior in Marokkaanse dorpen nog gastarbeiders geworven. ,,Het is een boomlange man, maar hij stond te huilen over de manier waarop ze die mensen keurden'', vertelt Jan, die in de slachterij nog heeft samengewerkt met de Noord-Afrikaanse nieuwkomers.

,,Wat een rotstreek van je, dat je die zaak hebt gesloten!'' roept een vrouw verwijtend. ,,Die drumsticks waren zo heerlijk''. Jan heeft zeven jaar geleden overwogen om met een bulldozer de versperringen van de gemeente aan de kop van de Keizerstraat weg te vegen. Maar hij wil de neergang niet alleen afschuiven op de stadsbestuurders. De komst van een Konmar kostte hem wekelijks 2.500 gulden omzet en een Prodimarkt kaapte duizend gulden weg. Op zijn hoogtepunt had de zaak een weekomzet van vijftienduizend gulden, de vertaling in geld van vijfduizend kilo kip. Zijn bedrijfsruimte gaat hij verhuren.

Jan laat zijn zaak zien en zijn woning daarboven met een schitterend dakterras. ,,Je woont hier toch prachtig'', zegt hij. ,,Ook al zijn er in Scheveningen honderdduizend bezoekers, dan merk je er hier niets van''. Soms voelt hij zich Sinterklaas of de koningin, zo vaak moet hij wuiven. ,,Veel mensen kennen hun bovenburen niet'', zegt hij. ,,Maar als je hier bijna dertig jaar in een zaak hebt gestaan, ken je iedereen''.

Aan de kop van de half afgesloten Keizerstraat, bij de zee, staat een beeld van een Scheveningse moeder, opgedragen aan ,,allen die uitvoeren en niet terugkeerden''. Als je een trap afloopt zie je nog een plaquette: 8 augustus 1997, 23.10 uur. /David Zegwaard/ 22 jaar/ Slachtoffer van zinloos geweld/ Doodgestoken uit het kwaad/ Laat liefde leven/ niet de haat.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie