Je hoorde er alleen het omslaan van een bladzij

home

Rob Schouten

© Foto uit het boek 'De Bibliotheek'. Hoogtepunten uit de wereldgeschiedenis. (zie pagina 34)

Bibliotheken worden met sluiting bedreigd of ze veranderen in moderne mediatheken. Rechtgeaarde lezers krijgen heimwee naar deze bijna verloren oases van rust en aandacht.

Als ik geen schrijver was zou ik bibliothecaris willen zijn. Waarom? Omdat de bibliotheek de uitgelezen verblijfsplaats is, veilig en omsloten, met toch de hele wereld tot je beschikking, in al die boeken om je heen.

In mijn werkkamer hangt bij wijze van streefruimte een foto van de Bodleian Library, de beroemde Universiteitsbibliotheek van Oxford, want zo zou ik het liefst leven, omringd door folianten waarvan sommige wegens ouderdom en fragiele staat met kettingen aan de muur zijn verankerd.

Gelukkig ben ik gezegend met een openbare bibliotheek bij mij om de hoek waar de tegenwoordige tijd haar verwoestende werk nog niet helemaal heeft volbracht. Zeker, er staan computers, kopieermachines en een betaalautomaat, maar de wanden zijn er nog gelambriseerd met donker palissanderhout, op de door bureaulampen beschenen leestafels ligt groen vilt en de leeszaal is 'cierlijk gecoupeld met ornamenten' zoals ik in een oude beschrijving lees. Een fijn rustoord voor nerds.

Maar met die rust gaat het de laatste jaren bergafwaarts. Onlangs keek ik naar de Engelse thrillerserie 'Endeavour Morse' en zag er een inspecteur van politie door de gangen van mijn Bodleian Library rennen op zoek naar een moordenaar die zich in het magazijn zou schuilhouden. En neem de Harry Potter films, waarbij de helden zich ook al geregeld dwars door de gotische bibliotheek van Zweinstein spoeden op zoek naar een nieuw avontuur. Dóór naar Umberto Eco: in zowel zijn roman 'De naam van de roos' als in de verfilming ervan lopen de hoofdpersonen met flambouwen 's nachts rond te spoken in de bibliotheek van het Benedictijner klooster, op zoek naar het verboden boek.

Wat is er met de rust in de bibliotheek gebeurd? Waarom wordt er niet meer gefluisterd maar gehold en geroepen?

Lees verder na de advertentie
© Foto uit het boek 'De Bibliotheek'. Hoogtepunten uit de wereldgeschiedenis. (zie pagina 34)

 
De bibliotheek doet hier dienst als een veredeld soort huiskamer, een vluchtplaats voor de jachtige buitenwereld.

Vroeger was alles beter. Schrijvers hielden van bibliotheken, natuurlijk in de eerste plaats omdat hun eigen boeken er op de eeuwigheid stonden te wachten maar ook omdat ze er hun personages mooie momenten van bezinning gunden. De bibliotheek was een werkplek voor de geest.

Jorge Luis Borges bijvoorbeeld, schrijver van wereldvermaarde verhalen maar ook jarenlang bibliothecaris van de stadsbibliotheek van Buenos Aires schreef het beroemdste bibliotheekverhaal van de twintigste eeuw, 'De bibliotheek van Babel': "Het heelal (dat anderen de Bibliotheek noemen) bestaat uit een onbepaald en misschien oneindig aantal zeshoekige galerijen, met in het midden immense luchtkokers die zijn omringd door zeer lage balustrades. Vanuit iedere zeshoek zijn de lagere en hogere verdiepingen te zien: eindeloos." Deze bibliotheek bevat alle denkbare boeken, keurig geordend, maar de bibliothecarissen proberen er vergeefs een systeem in te ontdekken en ook de bibliotheek zelf is een oneindig labyrint. Borges zelf stootte ooit in zijn eigen bibliotheek zijn hoofd zo hevig dat hij later blind werd. Zijn bibliotheek van Babel is dan ook de bibliotheek van een blinde. Alles is er aanwezig, maar niemand kan de betekenis ervan ontraadselen. Het is een bibliotheek waarin je hoogstens pagina's hoort omslaan, maar verder gebeurt er niets, er heerst een kosmische stilte.

Of neem de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, door Vestdijk prachtig beschreven in 'De rimpels van Esther Ornstein' als een oase van rust: "Het aardigste evenwel was om in zo'n gebouw een stoel te nemen en aan een tafel te gaan zitten; dit was een beslissende voorsprong op de meeste andere gebouwen, en zeker op het museum. Dat niet alleen: men had dan meteen een kolossaal stuk tafel voor zich, met een schattig vuil inktpotje ergens aan de horizon; men lei zijn boek op dat glimmende blad, en, verschrikt door het vacuüm rondom, begonnen dra de letters, de woorden zich van de bladzijde los te maken, begerig om het hoofd van hun lezer binnen te dringen, als een stroom elektronen een positief geladen pool."

De bibliotheek doet hier dienst als een veredeld soort huiskamer, een vluchtplaats voor de jachtige buitenwereld. Voor Anton Wachter is het 'zo dat deze bibliotheek hem niet alleen kalmeerde, maar zo goed als een tweede tehuis voor hem was' en in Haruki Murakami's 'Kafka op het strand' lezen we hoe de roerige puber Kafka rust vindt in de zogeheten Komura bibliotheek: "Die bibliotheek was mijn tweede huis. Of misschien is het dichter bij de waarheid om te zeggen dat de bibliotheek mijn eigenlijke huis was."

 
De bibliotheek is wat je noemt een zinkend cultuurgoed, en een mooi voorbeeld van letterlijke ontlezing: de verbeelding vervangen door het beeld.

Mijn favoriete bibliotheek komt voor in Roald Dahls 'Matilda'. Matilda, hoogbegaafd kind van domme, oppervlakkige ouders die liever hebben dat ze de hele dag voor de buis hangt, snakt naar boeken, dus bezoekt ze de plaatselijke bibliotheek.

In de verfilming van het boek zien we een mooie bieb zoals ik die uit mijn eigen jeugd ken: hoog, bruin, geheimzinnig en geruststellend ineen (voor bibliotheekpelgrims: het werd gefilmd in de Doheny Library van de University of Southern California), je kunt er rustig met je favoriete boek een leesstoel in duiken.

Als er al onrust uitbreekt in zo'n ouderwetse bibliotheek dan toch uitsluitend in het hoofd van de bezoekers. Ik herken dat: je zit er te studeren maar observeert bij gebrek aan andere prikkels quasi-peinzend je mede-bezoekers en fantaseert over ze. In Vestdijks 'De redding van Fre Bolderhey' betreedt de schizofrene Eddie Wesseling de leeszaal van de Amsterdamse Gemeentebibliotheek en 'ziet' er een Joodse bibliothecaresse met prelaatachtige hangwangen, een man die als een nijlpaard blaast, iemand met een fakirkop, een puisterige jongen, een nagelbijter, een gebocheld mannetje, het meisje Cecily met een hoog bultig voorhoofd. Een volmaakt rariteitenkabinet. Ook de zalen brengen de hallucinerende jongen geen rust, hij ziet Piranesi-achtige kerkers, moet via kettingbruggen over gapende dieptes lopen, iemand gooit met een deeltje Tollens een oude klok stuk, mensen zitten vellen uit boeken te scheuren, 'een gesticht is niets vergeleken bij deze leeszaal', oftewel wat zo'n uiterlijk kalme bibliotheek al niet met de verbeelding van een bezoeker vermag.

Het is vooral de film die de serene rust in die aloude bibliotheken met hun stilzwijgende personages vol gedachten, fantasieën en wie weet waandenkbeelden, is komen verstoren. De lezer kan zich voorstellen hoe de held in het boek uiterlijk onbewogen tussen de boeken zit te studeren maar voor de filmkijker is dat een uitgesproken dooie bedoening en zo is de bibliotheek langzamerhand een visueel platform vol actie geworden. Wat je noemt een zinkend cultuurgoed, en een mooi voorbeeld van letterlijke ontlezing: de verbeelding vervangen door het beeld.

© Foto uit het boek 'De Bibliotheek'. Hoogtepunten uit de wereldgeschiedenis. (zie pagina 34)

De nostalgische bibliotheek-spotter komt helemaal aan zijn trekken in de overweldigende bibliotheek uit 'De naam van de roos' van Umberto Eco. In het boek volstaat de schrijver nog met een eenvoudige plattegrond, in de film zien we een fantastisch middeleeuws labyrint waarin de twee priesterlijke detectives zich struikelend en zoekend door het halfduister een weg banen in angstaanjagende en adembenemende scènes. Eco moge de oude blinde bibliothecaris van Buenos Aires eren met de naam van de duivelse bibliothecaris, Jorge de Burgos, maar van Borges' onverstoorbare doorvorsing van de kosmische wetten blijft nog maar heel weinig over.

Ook Frans Kellendonks 'Letter en geest' is een onversneden bibliotheekroman, maar gelezen wordt er nauwelijks, er waart een spook rond: "Heb je intussen enig idee omtrent de identiteit van het spook? Is het misschien een oude non uit het voormalig klooster? Een vermoord kind? Ik noem maar wat..." Bibliothecaris Mandaat lijdt bovendien schaamteloos aan kitschgedachten, hij kan 'zich in een cisterciënzerabdij wanen, ver weg, hoog en verscholen tussen een paar Alpen.' Hoe middeleeuwser het beeld van de bibliotheek, hoe begerenswaardiger.

Een heel bijzonder gebruik van Borges' 'De bibliotheek van Babel' maakt de Engelse schrijver Terry Pratt in zijn roman 'Academische Boys'. Zeker, ook Pratts boekerij bevat alle ooit geschreven boeken, maar zij wordt niet gerund door een geleerde maar door een bananenetende orang oetan die makkelijk bij de bovenste planken kan. Je merkt wel dat Monty Python intussen zijn opwachting in de westerse cultuur heeft gemaakt.

En dan filmmaker Fellini, die ons in zijn film 'Casanova' de bibliotheek binnenvoert van graaf Waldstein, waar de oude Casanova bibliothecaris is. Maar de op enorme trappen en stellages wankelende bibliotheekbezoekers vormen eerder een fascinerend schouwspel van steltlopers dan van boekenwurmen.

En zo lijken oude, statige bibliotheken die in werkelijkheid op de nominatie staan geliquideerd te worden (zoals onlangs bij ons nog die van het Tropenmuseum) of die dreigen vervangen te worden door moderne mediatheken vol licht en technische snufjes, een tweede carrière te zijn begonnen als spektakelplek in postmoderne boeken en films.

Dat de bibliotheek inmiddels een statussymbool is geworden proefde ik ook in de titel 'De verborgen bibliotheek', een vorig jaar verschenen thriller over de verdwenen bibliotheek van Alexandrië van A.M. Dean. 'Voor de liefhebbers van Dan Brown' heeft de uitgever er slim bij gezet, als om aan te geven dat zo'n bibliotheekboek een beetje support van de grote speurtochtromans wel kan gebruiken.

Ja, ook in films en postmoderne romans zijn bibliotheken heus nog gelambriseerde oorden vol boekenkasten en trapjes, maar tegenwoordig hollen er detectives, tovenaarsleerlingen en avonturiers doorheen. Je ziet er geen mens meer lezen of wegdromen. Misschien zijn deze kitsch-oorden met hun quasi-geleerde effectbejag op die manier wel bij uitstek de symbolen van een toekomstige wereld, waarin boeken helemaal niet meer naast elkaar op de plank staan of zoals Kees Fens ooit vol afkeer opperde: "De boekloze wereld. Alles in de computer. Een lege kamer en daarin een apparaat. Er zal niet meer gedacht, niet meer geschreven worden. Niemand weet meer iets."

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie