Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Je hersenen hebben liever niet dat je voetbalt

Home

Redactie

© thinkstock

Voetbal is gevaarlijker dan we tot nu toe dachten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat jonge voetballers vaker dan gedacht een hersenschudding oplopen bij het beoefenen van hun sport. En dat kan weleens tot schade aan de hersenen leiden.

De onderzoekers keken naar 100 middelbare scholen en telden tussen 2005 en 2014 in totaal 1.069 hersenschuddingen. Het aantal nam met de jaren toe. Meisjes (627) waren vaker slachtoffer dan jongens (442). Weinig sporten kunnen nog slechtere cijfers overleggen.  

Hersenschuddingen kunnen leiden tot geheugenverlies, prikkelbaarheid en slaperigheid. Meestal gaan de klachten na een paar maanden weer over, soms zijn ze blijvend.

Lees verder na de advertentie

Fysiek contact
Om het aantal hersenschuddingen terug te dringen pleiten de onderzoekers voor strengere scheidsrechters. Meer dan de helft van de hersenschuddingen is het gevolg van fysiek contact met een andere speler. Vaak gaat het daarbij om rondvliegende ellebogen of schouders die - letterlijk - het hoofd stoten.

In de spelregels staat dat alleen een schouderduw is toegestaan. De praktijk is vaak anders. Terwijl binnen sporten als hockey, vechtsporten en skiën/snowboarden veel over veiligheid wordt gesproken, blijft het vanuit het voetbal akelig stil.

Koppen
Maar er is meer. Een hersenschudding kan ook frequente koppers treffen. Of het gevolg van een bal tegen je hoofd. Ballen halen soms wel 80 kilometer per uur. Als je die tegen je knar krijgt, is dat niet echt bevorderlijk.

Al in de jaren negentig waarschuwde neuropsycholoog Erik Matser voor geheugenverlies, concentratieproblemen en moeizame informatieverwerking bij voetballers die veel koppen. De Nederlandse onderzoeker liet amateur-voetballers, profspelers en zwemmers en atleten tests uitvoeren. Wat bleek? Bij plannings- en geheugentests scoorden de voetballers lager dan de zwemmers en atleten. En dat lag niet aan het opleidingsniveau van de voetballers, want dat was juist iets hoger.

Ook ontdekte Matser in 1999 een verband tussen hersenschade en het aantal kopballen tijdens wedstrijden. Bij de profvoetballers die meer kopten, bleek de vermindering van cognitieve functies groter. Meer dan de helft van de profvoetballers loopt in zijn loopbaan een of meer hersenschuddingen op.

Het onderzoek van Matser alarmeerde de regering, die de Gezondheidsraad om advies vroeg. Die achtte in 2003 het verband tussen hersenschade en koppen niet bewezen. Wel adviseerde de raad om koptraining aan spelers onder de zestien jaar te schrappen, omdat de schadelijke invloed van koppen groter is naarmate de verhouding in massa tussen hoofd (kleiner bij kinderen) en bal kleiner is. Ook drong de raad aan op meer onderzoek.

Dat kwam er in 2011. Onderzoekers van het Amerikaanse Albert Einstein College of Medicine onderwierpen 38 amateurvoetballers van gemiddeld 30,8 jaar oud die al sinds hun jeugd voetbalden aan verschillende tests. Veelkoppers vertoonden hersenschade vergelijkbaar met mensen met een milde hersenschudding. Die zou ontstaan vanaf 1000 tot 1500 kopballen per jaar. Ook scoorden de veelkoppers het slechts op tests waarbij het verbale geheugen werd getest.

En nu?
Een helm dragen dan maar? Hoewel er wel al profspelers zijn die een helm dragen tijdens het beoefenen van hun sport, is de kans klein dat het een trend wordt. Het is bovendien niet zeker dat die daadwerkelijk de kans op een hersenschudding verminderen.

Arsenal-keeper Petr Cech draagt al jaren een helm © epa

Deel dit artikel