Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Je digitaal verleden wissen valt niet mee

Home

door Renske Huysing

De meeste mensen doen het wel eens: egosurfen. Wie bij Google zijn eigen naam invoert, kan echter op onaangename verassingen stuiten. Persoonlijke gegevens, uitspraken uit het verleden, foto's en eventuele beschuldigingen van derden zijn met een simpele muisklik terug te vinden op het internet. En 'ontgoogelen' valt niet mee.

De meeste mensen kunnen hun persoonlijke gegevens niet zomaar van internet verwijderen. Ook niet als ze spijt hebben van bepaalde uitlatingen, of als ze ten onrechte belasterd worden. Veertienjarige pubermeisjes die pikante foto's op internet laten rondslingeren of scholieren die baldadige uitspraken doen op extreem-rechtse websites kunnen daar jaren later nog hinder van ondervinden, bijvoorbeeld bij sollicitaties. Veel moderne werkgevers googelen immers hun sollicitanten.

Door de tekst op een website aan te passen is het probleem niet zomaar opgelost, want de eerdere edities van zo'n website worden opgenomen in de digitale archieven. Hierdoor blijft de informatie traceerbaar. En als een beheerder van een website de informatie op een website aanpast, kan het nog zes tot acht weken duren voordat de oude versie verdwijnt uit de actuele lijst. Dat komt door de opzet van een zoekmachine. Google beschikt over databases, waarin het bedrijf kopieën van allerlei websites opslaat. Als gebruikers een zoekopdracht geven, speurt Google dus niet op internet, maar in die databases. En ondertussen gaat de zoekmachine naar nieuwe websites om met speciale spider-software de noodzakelijke informatie op te slaan: indexeren.

Alleen de webmaster kan een bericht van zijn website schrappen, maar in de praktijk blijkt het soms al een hele toer om de boosdoener te vinden die de persoonlijke gegevens op net heeft gezet.

Dat merkte advocaat en on line postzegelhandelaar Stijn Pessers uit Tilburg. Hij ontdekte dat hij op een website voor oplichter uitgemaakt werd. Met alle gevolgen van dien: vaste klanten stuurde hem ongeruste e-mails, hij leed economische schade omdat de inkomsten uit de zegelverkoop op E-bay daalden en zijn goede naam werd aangetast. Ten onrechte, vond Pessers.

Hij verzocht de anonieme maker van de website om de webtekst weg te halen. Maar die reageerde niet. Vervolgens stapte Pessers naar internetprovider Lycos, die deze website faciliteerde. Lycos weigerde echter om de persoonsgegevens van de beheerder van de website te geven, waarop Pessers een kort geding aanspande. De kwestie werd uitgevochten tot de Hoge Raad.

“Natuurlijk is de beheerder van een website niet verantwoordelijk voor de publicaties op internet“, zegt Pessers zelf. “Het ging om de vraag of een provider bekend moet maken wie de teksten had geplaatst.“

Uiteindelijk stelde de rechter Pessers in het gelijk: Lycos moest bekendmaken wie de website beheerde. “Ik weet echter nog steeds niet wie er achter de website zat“, verklaart de postzegelhandelaar. “Er was een valse naam opgegeven bij de provider.“ De onbekende persoon verwijderde het belastende bericht echter wel en voorkwam zo dat Lycos de hele website van het net moest halen. “Anders had ik dat zeker via de rechter bedongen“, meldt Stijn Pessers strijdlustig.

Zelfs het Europees Hof van Justitie heeft zich al over dit soort kwesties gebogen. Het hof is streng: het is verboden om op internet persoonlijke informatie over derden te verspreiden, zelfs niet als het grappig bedoeld is.

Bekend is het proefproces van Bodil Lindqvist, een Zweedse catechisatie-lerares, die een boete kreeg omdat ze op een onschuldige website wat teksten had geplaatst waarin ze haar achttien collega's voorstelde aan het publiek, inclusief hun namen, telefoonnummers en anekdotes uit hun leven, bijvoorbeeld over een bezeerde voet. De overkoepelende Zweedse kerkgemeenschap had een link naar de website.

Het Europees Hof van Justitie vond dat de Zweedse vrouw terecht een boete had gekregen. Ze had de informatie over haar collega's namelijk als een 'persoonsbestand' moeten beschouwen, en daarom eerst aan de overheid toestemming moeten vragen. Verder had ze geen gevoelige persoonsgegevens (de bezeerde voet) mogen verspreiden.

In de praktijk ontstaan de meeste problemen met 'egosurfen' echter juist doordat mensen zélf persoonlijke gegevens op internet zetten. Vroeger kon dat misschien niet zoveel kwaad. Achteloos een telefoonnummer achterlaten op een website, een openhartige reactie op een forum of een beschuldiging met naam en toenaam had vóór de komst van Altavista, Voelspriet.nl en vooral Google geen grote gevolgen. Nu wel, want door de zoekmachines is de informatie van afzonderlijke websites te combineren.

Volgens de Nederlandse ict-jurist Roderic Winkelhorst komt de privacy hierdoor extra onder druk te staan. Winkelhorst werkt bij het College Bescherming Persoonsgegevens. “Google zorgt dat de persoonsgebonden informatie op afzonderlijke websites meer in een geordend verband wordt gebracht. Bovendien worden de zoekmachines steeds beter“, signaleert hij. “Hierdoor zijn meer privacygevoelige gegevens te vinden.“

Bamber Delver, directeur van stichting De Kinderconsument, merkt dagelijks dat ouders, opvoeders en kinderen nauwelijks beseffen hoe makkelijk ze via Google te vinden zijn. “Ouders schrikken zich lens als ik ze tijdens onze informatiebijeenkomsten op de naam van hun kind laat googelen. Hun gegevens staan bijvoorbeeld op de website van hun school en sportclub“, zegt Delver. “Je kunt die instanties in ieder geval vragen om die gegevens te verwijderen.“

Volgens Delver laten kinderen niet zomaar hun naam, adres en een telefoonnummer op een website achter, maar ze realiseren zich niet dat de informatie dankzij Google makkelijk te combineren is.

“En het is ook leuk om bijvoorbeeld foto's op het net te zetten. Natuurlijk wil mijn 9-jarige zoon graag een eigen website met zijn voetbalfoto's. Ik vind dat niet goed, want zo krijgen wildvreemden te veel informatie en die gegevens verdwijnen nooit meer helemaal van het net.“

Ouders zijn zelf opgegroeid in een tijdperk zonder internet en ze verwachten dat ze hun kroost wel bij kunnen benen.

Dat is onterecht, want de technologische veranderingen gaan razendsnel. Ook wetgevers weten volgens ict-jurist Winkelhorst niet goed wat er op internet gebeurt.

“Er is altijd een spanningsveld tussen vrijheid van meningsuiting en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De huidige wetgeving sluit vaak niet goed aan op de praktijk“, zegt hij. “Het is een lappendeken van regels en van handhaving is op internet nauwelijks sprake.“ Winkelhorst vindt het onterecht dat een Amerikaans bedrijf als Google dat allerlei activiteiten in Europa ontplooit, zich vervolgens niet aan de Europese privacywetgeving houdt.

“Die regels zijn strenger dan de Amerikaanse“, zegt hij. “Het zou niet zo moeten zijn dat providers en zoekmachines zichzelf als een soort doorgeefluik blijven beschouwen. Ze hebben immers zicht op de informatie die ze doorgeven. Deze bedrijven willen zoveel mogelijk geld verdienen, maar het zou goed zijn als ze de hand in eigen boezem steken en meer verantwoordelijkheid nemen als het gaat om de bescherming van privacy.“

Deel dit artikel