Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jarenlang pesten is geen kinderspel

Home

ARLETTE DWARKASING

Dat je - eenmaal volwassen - nog steeds last kunt hebben van de nare gevolgen van pesterijen in je jeugd, daar geloven hulpverleners niet in.

“Ze blijven vragen en zoeken naar mogelijke andere traumatische gebeurtenissen in je leven”, zo heeft Joan Elkerbout (26) zelf ervaren. “In plaats van de hulp te krijgen die je zoekt, word je dan wéér afgewezen. Net als al die keren vroeger op school en later op het werk, dat je niet meetelde, getreiterd werd of akelig genegeerd.”

Priscilla van Lierop (24) kwam lotgenoten van Elkerbout tegen in de zelfverdedigingscursussen die ze gaf: volwassenen die hun zelfvertrouwen weer terug hoopten te krijgen met de cursus. In de kringgesprekken over vormen van geweld kwamen de pesterijen - die soms uitmondden in mishandeling - ter sprake.

“En bij al die mensen”, zegt Van Lierop, “ook degenen die we voor ons afstudeerproject hebben ondervraagd, bleek dat ze tevergeefs hulp hebben gezocht bij het maatschappelijk werk of bij therapeuten. Want die angsten, die gevoelens van eenzaamheid, die depressiviteit. . . dat kon toch niet komen van het gepest zijn op school. 'Dat heeft immers iedereen wel eens meegemaakt', wordt er dan gezegd.”

Elkerbout en Van Lierop studeren vandaag samen af aan de Hogeschool Eindhoven, waar ze beiden de opleiding Maatschappelijk werk en dienstverlening volgden. Het laatste jaar hebben ze zich verdiept in de psychische, sociale en lichamelijke gevolgen van pesterijen in de jeugd. Omdat ze in de vakliteratuur weinig zijn tegengekomen over de gevolgen bij volwassenen, hopen zij hun scriptie binnenkort in boekvorm uit te geven. En als maatschappelijk werkers gaan ze vervolgens aan de slag met een eigen bureau. Ze gaan trainingen verzorgen “om de fysieke en mentale weerbaarheid van groepen en individuen te vergroten”.

De interesse van Elkerbout in het afstudeerproject was duidelijk. Van haar zevende tot haar negentiende is ze flink gepest en getreiterd.

“Hoe? Nou gewoon van alles: geschopt, geslagen, geduwd, getrokken, uitgescholden, achternagezeten, behandeld alsof ik een besmettelijke ziekte had. Als kinderen tegen me aankwamen, bliezen ze even later de denkbeeldige luizen van hun armen af. En later toen ik werk had (Elkerbout heeft eerst MBO-agogisch werk gedaan) ging het door, dat niet-geaccepteerd worden. Misschien ook door mijn eigen gedrag en mijn eigen twijfels. Als je dag in dag uit, jaar in jaar uit, vreselijk gepest bent, beïnvloedt het je gedrag. Dat zien we ook bij de tien mensen die we voor ons project hebben ondervraagd.”

Kinderen die stelselmatig worden gepest, kunnen zich niet meer vrolijk en spontaan bewegen en gaan sociale contacten liever uit de weg uit angst voor nare gevolgen - zo blijkt ook uit de boeken van dé deskundige als het om pesten gaat, Bob van der Meer, auteur van 'De zondebok in de klas'.

“Slachtoffers van pesterijen trekken zich terug in hun lichaam”, zegt Elkerbout, “ze zijn stil, nemen weinig ruimte in en zijn erg onzeker. Als je in je jeugd voortdurend bezig bent geweest jezelf weg te cijferen, dan heb je dus nooit geleerd hoe je spontaan met mensen om kunt gaan. Collega's merken dat en vinden dat je je 'raar' gedraagt. Dus gaan ze je uit de weg en roddelen met elkaar over 'die rare'. Soms weet je niet eens óf ze over je roddelen, maar denk je dat gewoon, omdat je gewend bent dat mensen jou 'een rare' vinden.”

Een van de ondervraagden vertelde Elkerbout en Van Lierop hoe hij zich voelde: alsof hij leefde in een glazen kist. “Je ziet alles om je heen, leeft mee in die wereld, maar kunt er geen contact mee maken.”

Van Lierop vond het samenwerken met Elkerbout heel confronterend. Ze merkte dat er tijdens het project behoorlijk wat emoties loskwamen bij haar medestudente. Pas halverwege het project durfde ze haar te 'bekennen' dat zij in haar jeugd zelf een pester is geweest. Ze schreef het in een brief: “Ik heb andere kinderen gepest, ze opgewacht, boekentassen verstopt, enzovoorts. Ik ben zelfs even een aanvoerster geweest. Toen wist ik niet wat ik deed, ik voelde me goed, had macht, werd op ieder feestje uitgenodigd.”

Elkerbout schreef terug: “Ik word niet boos op je, terwijl ik weet hoe erg het kan zijn geweest voor het slachtoffer van jouw pesterijen. Ondertussen, als volwassene en als maatschappelijk werkster, weet ik dat het kinderen niet is aan te rekenen dat ze pesten of gepest worden. Het is de verantwoordelijkheid van de volwassenen om hen heen. Ouders en leerkrachten die dit behoren te corrigeren. Op hén voel ik me boos. Zij hadden het kunnen stoppen en hebben het niet gedaan.”

De brieven zijn opgenomen in het boek dat Elkerbout en Van Lierop willen publiceren onder de titel: 'Platgetrapt'.

Door de aandacht die met name Bob van der Meer altijd heeft gevraagd voor het pestprobleem op scholen zijn her en der initiatieven ontstaan om het pesten onder leerlingen tegen te gaan of al vanaf de kleuterklassen te voorkomen. Van cursussen sociale vaardigheid of zelfverdediging op basisscholen en in het voortgezet onderwijs tot het werken met zogeheten 'pestprotocollen', die twee jaar geleden via een landelijke campagne onder de aandacht zijn gebracht. Het gaat om contracten met gedragscodes ('je mag niemand buitensluiten' of 'je moet elkaar respecteren') die de leerlingen ondertekenen. Zelf controleren ze ook de naleving van het contract.

“Er wordt op scholen inderdaad steeds meer aan preventie gedaan”, zegt Van Lierop. “Maar over de gevolgen die pesterijen in de jeugd nog hebben op volwassenen, is nauwelijks iets bekend. Niet zo verwonderlijk dus, dat hulpverleners het niet zien als mogelijke oorzaak van psychische, sociale of lichamelijke problemen bij cliënten. Wat daarbij ook meespeelt, is het beeld dat de maatschappij heeft over pesten. Zo van: dat hoort erbij, dat is een spel tussen kinderen, iedereen is weleens gepest en daar word je hard van.”

“Het hoort er misschien wel bij”, zegt Elkerbout, “maar het maakt verschil of het je 'wel eens' overkomt of dat je dag in dag uit door de hele klas wordt getreiterd.”

Ze heeft er twee jaar therapie voor nodig gehad om 'zichzelf terug te vinden'. Het heeft ook al lang geduurd voor ze een hulpverlener vond die de pesterijen uit haar jeugd serieus nam.

Heel lang heeft ze een hekel gehad aan alles wat met Friesland te maken had. Daar, in een klein dorpje, was dat getreiter immers begonnen. Het gezin Elkerbout kwam 'van buiten'. Uit de Randstad. En de kleine Joan was een domineesdochter. Voor de schoolgenoten redenen genoeg om haar te belagen.

Afgelopen weekend ging ze met Van Lierop terug naar dat Friese dorpje. Om de videofilm te maken die vandaag bij het afstuderen wordt gepresenteerd. Ze liep over het fietspad waar ze ooit van haar fiets was getrokken en bont en blauw werd geschopt. En ze bezocht die mooie oude pastorie met dat koetshuis erachter.

“Dat was een heel veilige plek voor me. Als ik tenminste in de tuin bleef en niet te dicht bij de heg kwam, want daar konden 'ze' doorheen komen. De tuin grensde aan een begraafplaats. Daar, tussen de grafstenen, heb ik veel gespeeld, want daar durfden de andere kinderen niet te komen. Een paar jaar geleden zou ik er in paniek zijn geraakt. Als ik iemand Fries hoorde praten, stonden mijn haren al recht overeind. Nu pas kon ik erheen en vond ik het zelfs fijn om te zien hoe mooi het huis verbouwd en onderhouden is. Ik heb mijn emoties nu onder controle en dat wil ik als maatschappelijk werkster ook graag aan andere slachtoffers van pesterijen laten zien.”

Deel dit artikel