Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Japanners: de blanken van Azië?

Home

Sybilla Claus

Japanners, dwangmatig uniek © Trouw

Japanners denken graag dat zij een uniek ras zijn dat uit één homogene groep bestaat. Het tegendeel is waar. Er zijn diverse minderheden, zoals de Ainu op Hokkaido, die er bekaaid vanaf komen.

'Mijn taak is onze trots, die gebaseerd is op onze geschiedenis en tradities, te beschermen en Japan sterk te maken", zei de nieuwe nationalistische Japanse premier Shinzo Abe onlangs in het parlement. Trots en identiteit zijn voor veel Japanners sterk verweven, en de interesse in hun etnische origine is bijzonder groot. Maar de trots maakt dat zij de feiten liever terzijde schuiven.

Tot het verliezen van de oorlog in 1945 leerden schoolkinderen dat de keizerlijke familie rechtstreeks van de goden afstamt. Ook na de nederlaag is de mythe sterk gevoed dat Japanners een raciaal uniek volk zijn, met een unieke cultuur en een zuivere bloedlijn.

Taboe
"Maar de keizerlijke familie stamt af van Chinezen en Koreanen. Dat feit is in de Japanse media taboe. Het zou een groot schandaal zijn, als het zo op tv gezegd zou worden," zegt antropologiehoogleraar Takami Kuwayama in zijn kamer in de ondergesneeuwde campus van de Hokkaido Universiteit in Sapporo.

Japanners vinden Chinezen en Koreanen, en eigenlijk alle Aziaten, namelijk inferieur. Het is zelfs zo dat Japanners zichzelf geen Aziaten noemen. De verkrampte manier waarop Japan zijn keizer als volbloed Japans wil zien is tekenend voor hoe het land met zijn minderheden omgaat.

Genetisch onderzoek
De discussie over de Japanse identiteit - nihonjinron - is al decennia een belangrijk thema. Over genetisch onderzoek wordt ruim gepubliceerd en op tv bericht, dus het is echt wel bekend dat het zogeheten unieke 'Yamato-ras' in feite geen ras is, maar een mix van vele etnische invloeden. Toch blijft die mythe van de Japanse raciale homogeniteit enorm populair. "Daar voelen wij ons lekker bij, zeker nu er meer buitenlanders naar Japan komen."

Zo verkopen de boeken van de nationalistische mangatekenaar Yoshinori Kobayashi vele honderdduizenden exemplaren. Kortgezegd is zijn boodschap: 'Japanners zijn geen gele Aziaten, maar een zuiver ras. Er is dan wel gemixt tussen eilandbewoners onderling, maar niet met Chinezen of Koreanen. Dankzij zijn homogeniteit is Japan de nederlaag van 1945 te boven gekomen. Minderheden veroorzaken slechts problemen, kijk maar naar Europa en de VS.'

Japanse academi weten beter: "Wij hier in Oost-Azië zijn een en al regionale mix. Mijn haar krult een beetje, dat is de Zuidoost-Aziatische invloed", zegt Kuwayama. Wie oplet, ziet erg veel verschillen tussen Japanners. DNA-onderzoek toont aan dat de Japanse genen voor 25 procent overeenkomen met de 'onbeschaafde' Chinezen en voor 25 procent met de 'domme' Koreanen. Au. De verklaring: deze rijstbouwers kwamen zo'n 2000 jaar geleden over een landbrug naar het hoofdeiland van Japan.

Die feiten zijn nog niet in het nationale onderwijscurriculum opgenomen. Er zijn in Japan eigenlijk twee strata van verhalen die de ronde doen: de feiten en de mythes. "Een academisch boek dat in 1995 de fabeltjes van tafel veegde, werd heel invloedrijk. Ik vermoed dat dat mangatekenaar Kobayashi in de oppositie dwong."

Noordelijke mensen
Bij gevoelige onderwerpen gebruiken Japanners graag een eufemisme dat emoties vermijdt. Dus noemen zij die nieuwkomers van 2000 jaar geleden geen Chinezen of Koreanen maar hoppo, 'noordelijke mensen'. Deze rijstbouwers vermengden zich met de oorspronkelijke inwoners, jagers-verzamelaars, maar verdreven hen ook - naar het uiterste noorden (het huidige Hokkaido) en zuiden (het huidige Okinawa) van Japan.

De Japanners blijken dus een mix van al die volken waarop zij zo neerkijken. Dat de primitieve Ainu de oorspronkelijke Japanners zijn, gaat er aan nationalistische zijde helemaal niet in. Het Ainuvolk (minstens 23.000, waarschijnlijk 100.000), de oorspronkelijke bewoners van de noordelijke provincie Hokkaido, lijken op Russen en de mannen zijn - zeker vergeleken met de vasteland Japanners - erg behaard. Japan annexeerde Ainu Mosir ('Vreedzaam land waar mensen wonen') in 1868. De Ainu kenden geen landbezit. Zij leefden van zalm vissen en jagen, totdat dat door de nieuwe heersers werd verboden.

Domme, vieze Ainu
Sommige hoogopgeleide nationalistische schrijvers en politici voeren een obsessieve strijd tegen de Ainu. Arts Matoba Mitsuaki schrijft boeken over de domme, vieze Ainu die door alcoholisme uitsterven, politicus Maseru Onodera van de regerende, conservatieve LDP weet het parlement van Hokkaido mee te krijgen bij wetgeving tegen Ainu-rechten.

De verbetenheid verbijstert buitenstaanders én hoogleraar Kuwayama. De Ainu zijn namelijk al zo succesvol gemarginaliseerd dat een doorsnee Japanner niet eens van hun bestaan weet: "Op school kreeg ik er niks over te horen. Het boeit niemand. Hooguit ga je op een schoolreisje naar Hokkaido. Dan dansen ze voor je in een folkloristisch museum", zegt een studente antropologie uit Tokio.

Bijna elk stadje op Hokkaido heeft zijn eigen Ainu-museum. Daarmee lijkt de inzet van de overheid om het bestaan van de Ainu los te koppelen van de strijd voor politieke en landrechten, volkomen geslaagd. Folklore is makkelijk te tolereren. Elke provincie moet zijn eigen toeristische hoogtepunten aanprijzen, dus wat traditionele zang en dans komt mooi uit.

Woord kolonisatie vermeden
In de saaie musea ligt de nadruk op oude ambachten en historische foto's. Nergens wordt het woord kolonisatie gebruikt. Na de annexatie volgde een periode van gedwongen assimilatie. In 1872 moest elke Ainu een Japanse achternaam aannemen. De Ainu-taal is nooit onderwezen, de discriminatie was zo sterk dat die bijna is uitgestorven. Pas in 1992 werden de Ainu erkend als etnische minderheid.

"Kijk, deze laarzen zijn gemaakt van zalmhuid", zegt Shiro Kayano in het museum ter nagedachtenis van zijn beroemde vader, Shigeru, in het dorp Nibutani. Kayano sr. was van 1994 tot 1998 parlementariër in Tokio. Eigenlijk een beetje bij toeval, omdat er een zetel vrijkwam. Dan zijn er nog de kimono's gemaakt van boomschors. Ja, op het traditionele weefgetouw, te zien in vitrine 26.

In dit landsdeel dat de helft van het jaar bedekt is met een dikke laag sneeuw, is het zoeken naar de enkele grijsaard die nog Ainu spreekt. Originele namen als Tekatte en Totkaram zijn verdwenen. Kayano kent slechts twee baby's met Ainu-namen: Noja (Plant) en Atoi (Oceaan).

Het kwetst Kayano diep dat Hokkaido-parlementariër Onodera zelfs ontkent dat de Ainu een etnische groep zijn. "Waarschijnlijk omdat hij anders moet erkennen dat zijn voorouders ons land hebben ingenomen", probeert hij te verklaren. De Verenigde Naties hebben in 2005 en 2010 de Japanse regering vergeefs opgeroepen anti-discriminatiewetgeving te formuleren.

"Als Onodera zou zeggen dat ík geen Ainu ben, kon ik een rechtszaak beginnen. Maar een hele groep aanvallen kan, omdat het valt onder vrijheid van meningsuiting", zegt Kayano.

Slechts een handjevol activisten strijdt voor meer rechten maar is ook nog eens onderling verdeeld. Jongeren hebben er een hekel aan dat ouderen zich zo laten inkapselen terwijl de meeste Ainu achtergesteld blijven: zij verlaten vaker een school zonder diploma en zijn vaker werkloos. In diverse Ainu-vertegenwoordigende instanties vormen Ainu een kleine minderheid. "Dat strookt niet met het VN-verdrag voor de rechten van inheemse volkeren", zegt assistent-hoogleraar inheemse educatie Jeffry Gayman van de Hokkaido Universiteit. "Dat heeft juist zelfbeschikking als kern, in onderwijs, cultuur, taal en politiek."

In de Ainu-wet uit de negentiende eeuw - die gold tot 2003 - werden de Ainu barbaren genoemd. Onder zware internationale druk tekende Japan in 2008 het VN-verdrag voor de rechten van inheemse volkeren. Maar qua beleid of wetgeving is er sindsdien niets gebeurd, zegt Kayano teleurgesteld. Integendeel. Doordat parlementariër Onodera een fraudegeval met subsidie slim uitspeelde, moesten in 2008 dertien Ainu-taalscholen ermee stoppen. Alleen de lokaal betaalde klasjes in Nibutani functioneren nog. Deze parlementariër liet diverse telefoontjes met een verzoek om een interview onbeantwoord.

Historische gronden
Antropoloog Kuwayama denkt dat de agressieve aanpak richting de Ainu staat voor meer: "De angst voor claims op historische gronden. Er zijn maar weinig Ainu, maar als zij rechten weten af te dwingen, kunnen ook andere minderheden compensatie vragen." Zoals de twee miljoen Burakumin, een lage kaste die eeuwenlang als uitschot is behandeld; de 600.000 etnische Koreanen die na vier generaties nog steeds niet de Japanse nationaliteit hebben, en de 655.000 Chinezen.

Veelzeggend is dat Kayano niet op de foto wil voor een traditioneel rieten Ainu-huis op het museumterrein: "Straks denken de Japanners dat ik daar woon." Voor zijn grote Nissan wil hij wel gefotografeerd worden.

Volbloed ras
Minderheden als de Ainu en Okinawanen zijn nooit een volbloed ras geweest, betoogt mangatekenaar Kobayashi in zijn boek 'De waarheid over Okinawanen en Ainu' uit 2009. "Zij gaan toch verdwijnen, dus waarom proberen die culturen te bewaren? Het Yamato-ras daarentegen is wel zuiver. Japan is niet multi-etnisch."

Kobayashi levert de intellectuele basis voor politici als Onodera, zegt Jeff Gayman. "Hij is reuze kritisch op alle subsidie die naar Ainu, of naar musea of onderzoek over Ainu gaat." Zo krijgt Hokkaido dit jaar eindelijk een schoolboek waarin gesproken wordt over de 'unilaterale annexatie door Japan in 1868 zonder toestemming van de Ainu'. "Met een handtekeningenactie wist Onodera dat bijna te voorkomen." Overigens is dit boek niet verplicht voor scholen.

"Invloedrijke politici die niets willen weten over diversiteit in het onderwijs beheersen de homogeniteitsdiscussie. De meeste Japanners zijn gewend passief informatie te ontvangen van media en onderwijssysteem", zegt Gayman. "En velen zijn bang om iets in te brengen tegen die claim op homogeniteit."

Ironisch genoeg doen juist degenen die de kar voor meer Ainu-rechten zouden moeten trekken, geen moeite politici als Onodera te weerstaan: "Zij negeren de potentiële mensenrechtenschendingen. De (etnisch Japanse) directeur van het Centrum voor Ainu en Inheemse Studies is zo'n man zonder ruggengraat."

Afgewezen subsidieaanvragen
Tegenover deze gevestigde groeperingen zitten de slecht opgeleide Ainu gevangen in een machteloze positie. Zij klagen dat een subsidieaanvraag door etnische Japanners wordt afgewezen vanwege spelfouten. Als welwillende academici eens bepleiten rechten van Ainu als etnische groep wettelijk vast te leggen, verdwijnt hun rapport in het zwarte gat waar politici en hoge ambtenaren de dienst uitmaken. Recent is er discussie ontstaan over de correcte definitie van een Ainu. Zolang die te ambigu is, willen Onedera en de zijnen geen subsidie meer geven.

Dat gaat voorbij aan het probleem dat het nooit voordelig is geweest voor een Ainu om voor zijn of haar identiteit uit te komen. Door het uitblijven van emancipatie zijn er op heel Hokkaido nog geen vijftig Ainu die hun afkomst durven vermelden, zegt Gayman. "Als niemand nog Ainu is, is er geen discriminatie meer en is het probleem vanzelf opgelost", vat een lokale jurist samen.

Wel komt er nog een nieuw nationaal Ainu-museum in het gehucht Shiraoi. Duurder dan alle andere samen, het moet klaar zijn in 2020. Het thema: harmonie.

Vooroordelen over niet-Japanners en minderheden
Vóór de Tweede Wereldoorlog bezette Japan buurlanden als Taiwan, Korea, Vietnam, China, Indonesië en de Filippijnen. De ideologische rechtvaardiging hiervoor was de hogere Japanse beschaving bij te brengen aan de ontwikkelingslanden in de regio. Japanners voelen zich anno 2013 nog steeds geen 'Aziaten' of lid van 'het gele ras'. Zij zijn Japánners; de blanken van het Oosten.

Hieronder wat vooroordelen die binnenskamers leven over buren:

Koreanen zijn stinkende knoflooketers en simpel van geest. Zij proberen, vergeefs natuurlijk, Japanner te worden. De wegwerpcamera was zo simpel ontworpen, dat zelfs Koreanen hem konden bedienen, en heette dan ook baka (stom) chon (verkortingswoord voor Korea) camera.

Chinezen lopen nog verder achter dan de Koreanen. Ze zijn gierig, hebberig, onbeschaafd en chaotisch. Door hun 'valse beschuldigingen' over het bloedbad van Nanking (1937/'38) wordt Japan nu internationaal gezien als slechterik.

Het liefst negeert Japan het bestaan van zijn binnenlandse minderheden. In 2010 verleende het slechts aan 47 vluchtelingen een verblijfsstatus.

Een paar voorbeelden van vooroordelen van Japanners over deze minderheden:

De etnisch-Koreaanse Japanners (ruim een half miljoen) zijn criminelen

Inwoners van de zuidelijke provincie Okinawa (1,4 miljoen) zijn lui, dom, sloom en behaard. Zij spreken beroerd Japans.

Deel dit artikel