Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jan van Aken: Breng mij een heel religieus persoon, dan wil ik hem weleens op zijn teen stampen

Home

Arjan Visser

Jan van Aken: 'Er is geen enkele reden tot optimisme en toch word ik altijd vrolijk wakker.' © Mark Kohn
Tien geboden

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden. Deze week spreekt hij schrijver Jan van Aken (Herwen en Aerdt, 1961). Hij debuteerde in 2000 met 'Het oog van de basilisk'. Dit jaar verscheen 'De ommegang'. De roman werd in februari Boek van de maand bij het tv-programma 'De Wereld Draait Door'.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

Lees verder na de advertentie

"God, dat is zo'n ruim begrip. Ik vind het hele idee van een persoonlijke God absurd. En ik heb al helemaal een hekel aan alles wat wil monopoliseren. Mocht ik op een dag uit de dood ontwaken om er achter te komen dat God tóch bestaat, dan zou ik hogelijk verbaasd en bovendien bijzonder teleurgesteld zijn; ik zou het zo'n kinderachtige, simplistische werkelijkheid vinden... Een God die wil dat een stel van die beestjes op zo'n planeet hem aanbidden? Wat is dat voor een zielepoot? Nee, het beeld van de monotheïstische God is volslagen ongeloofwaardig. Ik geloof - met Nietzsche - dat wij, in het Westen, veel te rationeel zijn geworden om in een God te kunnen geloven. Hier is godsdienst een soort folklore geworden, iets wat erbij hoort maar niet écht doorvoeld of doorleefd wordt. Ik denk niet dat er nog veel christenen in Nederland te vinden zijn die blijmoedig de brandstapel opklimmen om te getuigen van hun rotsvaste geloof in Jezus. Dat is het ook probleem met het wereldwijd opkomende fundamentalisme: iedereen probeert steeds maar allerlei oorzaken te verzinnen voor de religieus geïnspireerde geweldsexplosies - want nee, met islam, boeddhisme, christendom heeft het niets te maken! - maar we kunnen ons gewoon niet meer voorstellen dat er wel degelijk een compleet, alles verzengend, religieus vuur in de mens kan branden."

Breng mij een heel religieus persoon, dan wil ik hem weleens op zijn teen stampen zodat we kunnen vaststellen dat ik gelijk heb

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"God is maar een woord. We kunnen er op honderdduizend manieren mee variëren - getverdemme, gatverdamme, potverdikkie, grutjes nog aan toe - maar eigenlijk heb ik een hekel aan eufemismen, aan al die politiek-correcte termen voor van alles en nog wat. Als iemand zijn teen stoot, zegt hij godverdomme. Ook als hij religieus is. Nee? Goed, breng mij een heel religieus persoon, dan wil ik hem weleens op zijn teen stampen zodat we wetenschappelijke kunnen vaststellen dat ik wel degelijk gelijk heb. Overigens: ik vind atheïsten ook vaak erg irritant in hun ijver om hun standpunt over te dragen. Soms heb ik het idee dat ze vooral zichzelf willen overtuigen. Ik wil mijzelf überhaupt niet positioneren ten opzichte van een God, ik zie geen enkele grond om zoiets te veronderstellen. Voor mij is religie iets anders dan 'godsdienst'; het is een functie van het bewustzijn. Wel geloof ik in religieuze ervaringen. Dat zijn de momenten waarop je een grootsheid ziet, die je opheft, en waardoor je je verbonden weet met alles om je heen. Het is moeilijk uit te leggen, maar dat is ook precies het kenmerk van zo'n ervaring. De Tao waarover gepraat kan worden is niet de echte weg. Het is het onzegbare.''

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Ik word iedere ochtend om vijf, zes uur wakker. Heel even overweeg ik te blijven liggen, maar na een minuut begin ik de eindeloze mogelijkheden te overdenken die de komende dag biedt en dan móet ik opstaan. In principe wil ik dan schrijven. Vaak komt het daar helemaal niet van. Er zijn zoveel interessante dingen te doen. Halverwege de dag stort ik in, slaap anderhalf uur, kijk daarna misschien nog een paar filmpjes op bed en dan probeer ik me weer aan het schrijven te zetten. Dat is het ritme van alle dagen. Ik weet vaak niet eens welke dag het is. Ik vind het ook niet erg. Zie je die klok daar? Is het je al opgevallen hij nog steeds op tien over tien staat? Heel fijn is dat. Nu heb ik geen idee meer hoe lang ik heb liggen niksen en hoef ik me daar dus ook niet meer schuldig over te voelen."

IV Eer uw vader en uw moeder

"In mijn jeugd had je nog het generatieconflict. Dat schijnt nauwelijks meer voor te komen. Ik zie de dingen nu in een bredere context dan ik vroeger deed. Mijn ouders zijn van voor de oorlog en groeiden op in de jaren veertig, vijftig, in katholieke dorpjes in de Achterhoek. Ze hebben die gezapige jaren vijftig meegemaakt, terwijl de enorme versnelling van de jaren zestig met de afbraak van alle heilige huisjes enigszins aan hen voorbijging, want wij woonden als gezin in de jaren zestig op Aruba waar mijn vader als onderwijzer werkte op een katholieke basisschool. Ik heb altijd het idee gehad dat de Nederlanders daar leefden in een tijdloze luchtbel van de cultuur waar ze uit voortkwamen terwijl elders in de wereld een enorme ontwikkeling gaande was.

"Op mijn twaalfde of dertiende verhuisden we terug naar Nederland. Ik had aanpassingsmoeilijkheden. Ik begreep de culturele, maatschappelijke codes niet. Op Aruba zat ik een paar jaar als het enige blanke kind van de klas op een katholieke zwarte school en moest ik altijd spitsroeden lopen. Maar ook in later jaren, op een gemengde, protestantse school, leerde ik vooral om iedereen die me iets aandeed onmiddellijk voor zijn bek te slaan. Dat bleef ik in Nederland nog een tijdje doen. Ook thuis kon de botsing niet uitblijven, ik wilde niet in het gareel blijven lopen. Op mijn zeventiende ben ik het huis uitgegaan. Het ging er in mijn optiek zo streng, zo onredelijk aan toe dat ik wel weg móest. Er was geen keuze meer. Als ze mij gewoon met rust hadden gelaten, was alles misschien heel anders gelopen. Hoe meer je mij onder druk zet, hoe meer ik denk: wegwezen hier.

Ik wil nog wel eens fantaseren over hoe ik de mensen zal mishandelen die me in mijn leven hebben dwarsgezeten

"Later, toen ik volwassen werd en zelf ouder was geworden, begon ik in te zien dat het helemaal niet zo eenvoudig is om kinderen op te voeden. Het lijkt me geen goed idee om mijn ouders hier, nu, te bekritiseren. Ik zou van alles over mijn jaren op Aruba kunnen zeggen, maar ik weet dat ik hun daar verdriet mee zal doen omdat ze een andere beleving hebben van die tijd, dus waarom zou ik? Ik heb dat vroeger al gedaan en die periode staat nu zo ver van me af, dat het een ander persoon lijkt te betreffen. Ik ben dol op mijn ouders. Het lijkt me een heel goed idee om je ouders te eren. Behalve, natuurlijk, als het volslagen idioten zijn die je aan de verwarming vastbinden, je een bak hondenvoer te vreten geven, en zelf vervolgens op vakantie naar het buitenland gaan."

V Gij zult niet doden

"In mijn geest ben ik gewelddadig, altijd al geweest. Mijn oude leraar Nederlands zei ooit tijdens een interview op een literaire avond dat hij zich na al die jaren nog precies kon herinneren wat hij dacht toen hij mijn eerste opstel las: 'Deze jongen kan schrijven.' En zijn tweede gedachte was: 'Deze jongen is knettergek.' Het was een en al moord- en doodslag, het bloed droop ervanaf. Dat was dus in de brugklas, mijn eerste jaar in Nederland. Maar ik zit nog steeds vol geraas en furie en ik wil nog wel eens fantaseren over hoe ik de mensen zal mishandelen die me in mijn leven hebben dwarsgezeten."

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Vroeger was alles vies. En raar. Om te beginnen waren er vieze woorden waarvan ik niet eens wist wat ze betekenden. Dan kwam ik thuis met 'poep', 'pies' of 'piemel' en was de wereld te klein. Kut? Daar kan ik bij mijn moeder nog steeds niet mee aankomen! Het werd niet expliciet gemaakt - daar was een kind niet aan toe - maar je moest nóóit met vreemde mannen meegaan, want die zouden 'rare dingen' met je doen. Daardoor besloot ik al snel om eens naar zo'n vreemde man op zoek te gaan in de hoop dat ik hem kon ontfutselen wat hij nou eigenlijk precies voor rare dingen in gedachten had. Tja, onkuisheid... De ideeën daarover veranderen ook voortdurend. Honderd jaar geleden was homoseksualiteit nog onkuis, nu is het zo gewoon dat hetero's zich al bijna abnormaal beginnen te voelen. Onkuisheid is een glijdend begrip. Laten we het daar maar op houden."

VII Gij zult niet stelen

"Ik ken de cijfers niet, maar heb wel eens gehoord dat er zelfhulpgroepen zijn voor ex-koloniale kinderen die in Nederland in de problemen raakten. Ik heb er zelf verschillenden gekend die de fout in gingen. Ik ging ook gebruiken, al ben ik nooit zo'n junk geworden die zijn familie ging bestelen of zo. Sterker nog: ik had het redelijk onder controle. Ik gebruikte cocaïne en heroïne, maar ik at ook altijd twee keer per dag warm, ging regelmatig naar de sportschool en ik kon makkelijk na een nacht van drank en drugs nog een heel eind gaan hardlopen. De vriendin met wie ik op mijn zeventiende ging samenwonen, was echt verslaafd. We kregen een kind toen ik negentien was. Nog voor zijn eerste verjaardag zijn we uit elkaar gegaan. In die tijd gebruikte ik zelf niet of nauwelijks, dat begon pas een paar jaar later

Drank en drugs zitten mijn werk enorm in de weg. Schrijven is voor mij het belangrijkst

"Het ging heel lang goed met me, ik gebruikte beheerst, met tussenpozen, maar na een ernstig auto-ongeluk waarbij mijn nieren en mijn rugwervels ontzet werden, begon ik steeds meer te gebruiken. Tegen de pijn. Ik moest toch 's ochtends mijn kind naar school brengen? Even een snuifje of een trekje en ik kon er weer tegenaan. Tot ik er op een dag genoeg van had, afkickte en opnieuw begon. Uiteindelijk ben ik ambulant afgekickt, kon gewoon thuis blijven wonen. Ik was volgens mijn psycholoog een junkie van het ergste soort. Eentje die er mee om kon gaan en nooit de bodem had gezien. Het klinkt misschien gek, maar ik hou er helemaal niet van om verslaafd te zijn. Dat past niet bij mij. Als iemand me nu iets aanbiedt - 'Wil je een snuif?' - dan zeg ik weleens 'O, ja, leuk' maar het is niet zo dat ik dan de volgende keer weer moet gebruiken. Sterker nog: drank en drugs zitten mijn werk enorm in de weg. Schrijven is voor mij het allerbelangrijkst. Dat zorgt ook voor een roes. De roes van de creativiteit, het stromen van de verbeelding, veel fijner dan alles wat drank en drugs te bieden hebben."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Wat ik je zojuist vertelde staat ongeveer zo in 'Het Fluwelen Labyrint', de historische en antihistorische roman die ik in 2005 heb geschreven. Het is een totaal versplinterd portret, het zijn de aan elkaar geplakte scherven van een stukgeslagen spiegel. Gaat het over mij? Ja en nee. Ik heb de hele vorm van het boek, met een koor aan onbetrouwbare vertellers, gekozen om te laten zien hoe moeilijk het is om jezelf te kennen, om de tijd waarin je leeft te doorzien. Ik zie mezelf als een voortdurend veranderende entiteit. Ik ben de hoofdpersoon in mijn eigen rapsodische vertelling, maar aan het einde van het boek vragen de vertellers zich af of ze nu de echte persoon hebben laten zien, of dat het een mislukte archeologische reconstructie is, een monster van Frankenstein, gemaakt van aaneengenaaide lappen."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Trouw vind ik ook een complex begrip, het betekent voor mij waarschijnlijk iets anders dan voor jou. Ik heb het huwelijk nooit als iets vanzelfsprekends gezien. En de romantische liefde ook niet. Bruiloften: wat een poppenkast! Ik ga er niet meer heen. Wat me het meest tegenstaat is de monopolisering van het huwelijk: dit is het en zo hoort het voor altijd te zijn. Inmiddels kennen we gelukkig vele soorten huwelijken en samenlevingsvormen. Ik vind dat alle waarden voortdurend omgedraaid en bekeken moeten worden. Is dit, wat wij nu hebben, echt wel zo gewoon? En wat die onkuise begeerte betreft: wie van ons kan zeggen dat hij zonder begeerte is?"

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Ons dienstmeisje op Aruba woonde in een huis met een grote tuin. Achterin die tuin, vol bananenbomen, groentebedden en planten in van die grote Blue Bandblikken, stond een tuinhuisje. Het huisje was volgepakt met boeken. Er was alleen nog ruimte voor een fauteuil. Ik was acht of negen en ik dacht: zoiets wil ik later ook hebben. Een mooie tuin en een schrijvershuisje vol boeken. Nou, kijk: hier zit ik, in Ruigoord, op precies zo'n plek. Help me eraan herinneren dat ik je straks een maaltje Japanse wijnbessen meegeef. En wat pruimen. Als de vogels ze nog niet hebben opgegeten. Hier kan ik de grootsheid ervaren waarover we in het begin hebben gesproken. Ik heb het goed. Met mijn huisje, mijn werk en de mensen van wie ik hou. Tegelijkertijd zie ik hoe er allerlei verschuivingen op komst zijn. Wie een beetje realistisch is, begrijpt dat het helemaal fout gaat met de aarde. We hebben idioten aan de macht geholpen, waanzinnigen die de klimaatverandering een hoax durven noemen. Alle pijlen wijzen op een enorme ramp. En al leven we in een complexe wereld waarin voorspellingen, zeker voor de lange termijn, zelden uitkomen, de trends zijn duidelijk: hongersnood, natuurgeweld, oorlogen. Er is geen enkele reden tot optimisme en toch word ik altijd vrolijk wakker. Ik las ooit, ik geloof in de Mahabharata (omvangrijk religieus en filosofisch epos uit India - A.V.), dat iemand het bestaan vergelijkt met een monnik die op de vlucht is voor een tijger, uitglijdt, het ravijn in dondert, maar zich nog net kan vasthouden aan een boomwortel. Onder hem hapt een krokodil naar zijn opgetrokken benen. Boven zijn hoofd staat de tijger te grommen. En dan ziet de monnik ineens een bloemetje uit de rotswand steken. Hij laat één hand los, vangt met zijn gestrekte wijsvinger een druppel honing en steekt die tevreden in zijn mond. Dat is het leven. Die monnik, dat ben ik."

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden. Lees alle interviews in dit dossier. 

Deel dit artikel

Breng mij een heel religieus persoon, dan wil ik hem weleens op zijn teen stampen zodat we kunnen vaststellen dat ik gelijk heb

Ik wil nog wel eens fantaseren over hoe ik de mensen zal mishandelen die me in mijn leven hebben dwarsgezeten

Drank en drugs zitten mijn werk enorm in de weg. Schrijven is voor mij het belangrijkst