Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jan Prins 1944-2008

Home

Willem Pekelder

Jan Prins, oud-hoofredacteur van het Rotterdams Dagblad, was een pionier in de journalistiek. Nieuwe ideeën uit de internationale uitgeverswereld bracht hij naar Nederland.

Op een morgen, ergens in de jaren tachtig, gooide Jan Prins een exemplaar van USA Today op de eindtafel, mompelend: „Kijk, díe kleur blauw bedoel ik.” Voordat de eindredacteur een blik op de krant had kunnen werpen, was hij een aansteker armer en zag hij hoe zijn hoofdredacteur met een dampende Gauloise in de mond wegbeende naar zijn werkkamer, onderweg verzeild rakend in een onhandige botsing met het kopieerapparaat, dat vervolgens de rest van de ochtend de mededeling undefined problem with the mechanic uitspuwde. De eindredacteur schudde zijn hoofd en hervatte zijn werk.

Maar de nieuwe blauwe steunkleur ’uit Amerika’ kwam er. ün, uniek voor die dagen: de inhoudsopgave van de krant verscheen voortaan bóven de titel Rotterdams Nieuwsblad (RN), die daartoe een decimeter zakte.

Jan Prins was snel, zijn troepen konden hem vaak nauwelijks bijhouden. Toen hij begin jaren zeventig chef nieuwsdienst was bij de Haagsche Courant verraste hij sportverslaggevers die een WK in Japan versloegen met de opdracht om ook even studentendemonstraties bij het vliegveld mee te pikken.

Het harde werken was Prins met de paplepel ingegoten. Hij werd geboren in een arbeidersgezin in Zaandam, waar hij samen met zijn zus opgroeide en vader de kost verdiende als gemeentelijk schilder. De PvdA was de partij van de Prinsen, hoewel er ook familieleden waren die overhelden naar het communisme. Marcus Bakker was een oom van Jan Prins, maar dat was bij Sijthoff Pers min of meer bedrijfsgeheim.

Als jongen wist hij al dat hij de journalistiek in wilde, daartoe aangespoord door een docent Nederlands. Zijn eerste interview verscheen in een alternatief scoutingblad. Hij had niemand minder dan streekgenoot Albert Heijn gestrikt en daarbij ook nog bedongen dat het interview alleen doorgang kon vinden als de grootgrutter een advertentie plaatste.

Na de mulo trad hij op zijn zeventiende in dienst als leerling-journalist bij De Zaanlander, voor een jaarsalaris van 2785 gulden. Zijn gouden jaren beleefde hij vanaf 1976, toen hij – inmiddels in het bezit van een in de avonduren behaald hbs-diploma – adjunct-hoofdredacteur werd van het RN, in 1986 gevolgd door het hoofdredacteurschap van alle Sijthoff-dagbladen. Prins ontpopte zich als een pionier op het gebied van opmaak en inhoud. Hij verkende de internationale uitgeverswereld en bracht nieuwe ideeën naar Nederland. Als een van de eersten introduceerde hij het lezersonderzoek om de krant te verbeteren.

Op zijn afscheidsbijeenkomst in de Rotterdamse Sint Laurenskerk noemden sommigen hem een visionair en daardoor ook een beetje een Einzelgünger. Veel van zijn ideeën, hoe wild op het eerste gezicht ook, waren een schot in de roos. Zo legde hij bij het honderdjarig jubileum van het RN in 1978 de basis voor de Wereldhavendagen en de Rotterdam Marathon. Een goede stadskrant moest in de ogen van Prins civic journalism bedrijven: niet alleen bovenop het nieuws zitten, maar ook de burger er zo veel mogelijk bij betrekken, zonder populistisch te worden. De gemeente kende hem vanwege zijn verdiensten kort voor zijn overlijden de Wolfert van Borselenpenning toe.

In 1991 kwam aan het bestaan van het RN een einde. Samen met het eveneens zieltogende Vrije Volk was het Rotterdams Nieuwsblad opgegaan in het Rotterdams Dagblad (RD). Prins zag in het nieuwe dagblad, dat hij samen met Leo Pronk leidde, een nieuwe kans voor de regionale journalistiek. Het RD was de eerste drie jaren een groot succes: de oplage steeg van 112.000 naar 115.000. Maar daarna zette ook voor de nieuwe krant de afkalving in: 70.000 exemplaren in 2005.

Vanaf 2003 volgden voor Prins de moeilijkste jaren uit zijn loopbaan. Hij was directeur geworden van de Algemene Mediagroep, uitgever van onder meer het RD en het AD, een baan waaraan hij weinig plezier beleefde. Het gevecht om het RD zelfstandig te laten voortbestaan – desnoods via een Paroolachtige constructie – verloor hij. Dat stemde hem somber. Op de eerste vergadering waar de fusie tussen het AD en het RD aan de orde kwam, eind 2004 in Jan Tabak in Bussum, draaide hij ’als een echte Zaankanter’ zijn stoel om en staarde de hele vergadering zwijgend naar buiten. Toen een jaar later de fusie onvermijdelijk bleek, ging hij met vervroegd pensioen.

Een periode van reizen, vooral naar Zuidoost-Azië, en museumbezoek (het liefst elke week), leek voor de boeg te liggen. Totdat zich in november, toen hij met zijn vriendin Imelda Hoenderop op reis was in Vietnam, een ongeneeslijke long- en hersentumor openbaarde. Jan Prins laat twee kinderen en kleinkinderen na. Zijn moeder van 95 kon niet in de Sint Laurenskerk aanwezig zijn, maar draagt haar verdriet in stilte.

Deel dit artikel