Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jan Kruis wint eerste Marten Toonderprijs

Home

Ellis Ellenbroek

De oeuvreprijs die striptekenaar Jan Kruis gisteren kreeg, dankt hij met name aan ’Jan, Jans en de kinderen’.

Tachtig collega’s tekenden hun interpretatie van ’Jan, Jans en de Kinderen’. Tekenaar Jan Kruis kreeg het gebundelde resultaat gisteren in de Groningse Der Aa-kerk overhandigd. Dat voormalig minister van cultuur Plasterk, die het cadeau zou geven, vanwege zijn aftreden nu alleen de groeten liet overbrengen aan de aanwezigen, maakte de ontroering er bij de 76jarige Kruis niet minder om.

Het boek en een bedrag van 25.000 euro vormden de eerste Marten Toonderprijs. Jan Kruis werd door de jury unaniem aangewezen als eerste winnaar van deze nieuwe prijs. Die werd na verongelijkte geluiden uit de stripwereld – de strip zou niet serieus genomen worden – ingesteld door het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

Jan Kruis won de oeuvreprijs in de eerste plaats voor ’Jan, Jans en de kinderen’, de strip die al bijna veertig jaar wekelijks in Libelle staat, ook al tekent hij de afleveringen al tien jaar niet meer zelf. Burgemeester Peter Rehwinkel van Groningen onthulde gisteren dikwijls een Libelle open te slaan in de boekwinkel, speciaal voor de strip.

„Strips zijn voor mij de rode draad”, zegt Kruis, die ook ’Sjors en Sjimmie’ tekende. En komend najaar verschijnt deel twee van een door hem ’verstripte’ bewerking van Multatuli’s Woutertje Pieterse. Minder bekend is dat Kruis ook portretten maakte, zoals van Mies Bouwman en Marten Toonder, in wiens studio hij in zijn jonge jaren werkte.

Een greep uit het werk van de tekenaar hangt op de tentoonstelling ’Het theater van Jan Kruis’, tot en met 5 september te zien in het Nederlands Stripmuseum in Groningen. Daar is een piepklein schouwburgje gemaakt, waar bezoekers kunnen aanschuiven aan de ontbijttafel bij Jan, Jans en de kinderen. Ze moeten wel de reclamespot voor het museum voor lief nemen.

Deel dit artikel