Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jakko Jan Leeuwangh is dit seizoen dé verrassing

Home

JOHAN WOLDENDORP

NAGANO - Vierde worden op Olympische Spelen; iets treurigers kan een ambitieuze sportman zich niet voorstellen. Vanzelfsprekend baalde Jakko Jan Leeuwangh ook dat hij bijna drie-tiende seconde te kort kwam om het erepodium op de duizend meter helemaal oranje te laten kleuren. Maar dat gevoel maakte snel plaats voor intense vreugde. “Ik denk dat ik het meest blij ben van alle mensen die hier als vierde eindigen. Als ik kijk waar ik vandaan kom, is dit supergoed.”

Leeuwangh groeide dit seizoen zover boven zichzelf uit, dat sprintcoach Peter Müller zonder nadenken op de vraag wie de grootste verrassing uit zijn ploeg is, antwoordt: “Jakko Jan.” De Amerikaan vertelt over het nietige toeval dat de weg naar de mondiale top plaveide voor de Alkmaarse student planologie. Tijdens de eerste sprintwedstrijd op Nederlandse bodem, blesseerde kernploegschaatser Jeroen Straathof zich dusdanig dat gewestelijk schaatser Leeuwangh werd uitgenodigd voor wereldbekerwedstrijden in Roseville en Calgary.

In de Verenigde Staten won hij één van de twee duizend meters en hoefde in de andere slechts wereldrecordhouder Wotherspoon voor te laten gaan. Daarmee had hij zijn olympische nominatie verdiend. Op de NK afstanden bevestigde hij die status, waarna eind december de uitnodiging voor Nagano kwam. “Het is te gek voor woorden, maar zonder Müller had ik hier niet gezeten”, straalt Leeuwangh in de perszaal in de M-Wave.

“Wanneer Jeroen niet gewond was geraakt, was Jakko Jan nu waarschijnlijk niet top of the world geweest”, vult Müller aan. “Kleine dingen kunnen het leven tekenen. Iemand kan straatzwerver worden doordat het hem één keer in zijn leven even heeft tegengezeten. En je hoeft soms maar één keer mazzel te hebben om je bedje gespreid te vinden.” Leeuwangh ging vorig seizoen ten onder aan de continue tweestrijd tussen de kernploeg van Müller en de opleidingsselectie van Leen Pfrommer, waarin Bos, Timmer en Wennemars gloriëerden. Omdat van twee selecties één moest worden gemaakt, viel de onvoldoende presterende Leeuwangh uit de boot. De spanning van die 'eeuwige' competentiestrijd velde hem.

Clandestien hield Müller hem bij de groep. Als hij op eigen kosten naar de trainingskampen reisde, regelde de Amerikaanse vakman wel een slaapplaats voor hem. Zo raakte Leeuwangh niet helemaal het contact met de toppers kwijt. In selectiewedstrijden moest hij het uiteraard zelf zien te rooien, totdat begin november die ene onverwachte kans kwam. Het was, om in voetbaltermen te spreken, een 'assist' waaruit hij in één keer een hattrick scoorde.

Nadat de sectie langebaan van de KNSB hem met succes voordroeg voor de 500 en 1000 meter in Nagano, plaatste hij zich op de NK sprint ook voor de mondiale titelstrijd in Berlijn. Met de zevende plaats bevestigde Leeuwangh zijn goede vorm. Gisteren schaatste hij in Japan een seconde harder dan in de Duitse hoofdstad: 1.12,26. Snel genoeg om alle Canadezen voor te blijven, maar niet toereikend om de Japanner Shimizu van het podium te stoten. Die verklaarde op de persconferentie trouwens onverbloemd dat hij en een aantal landgenoten vleugels hadden gekregen van zijn gouden medaille op de 500 meter.

Leeuwangh, getooid met een oranje kleurspoeling in het haar, presenteerde zich de afgelopen dagen als iemand met een reële kijk op de zaken des (sport)levens. Over zijn beide 500 meters kon hij onmogelijk tevreden zijn - in het totaalklassement stond zijn naam achter plaats 21 - maar de kilometer was veruit de beste uit zijn loopbaan. “Het is voor mij heel belangrijk om de tweede bocht goed door te komen. Toen dat lukte, wist ik dat ik een hele goede race zou rijden. Na afloop zei Peter dat ik 1.10 had moeten schaatsen voor een medaille. Daar had ie gelijk in. Ik had gewoon harder moeten rijden, het lag niet aan het ijs. Aan de andere kant: ik ben op de Spelen en word vierde. Dat is toch fantastisch?”

Hij voelt tegelijkertijd mee met zijn coach, die volgaarne Jan Bos had zien zegevieren. “Ik heb Ids uiteraard gefeliciteerd. Iedereen wil gewoon winnen. Maar Peter blijft een Amerikaan, die ziet zichzelf graag als coach van het winnende team. Hij wist ook dat Postma een supergoede sprinter is. Hij zei tegen mij: als ik mag kiezen tussen jou en Postma, dan neem ik Postma. Daar is hij heel eerlijk in.”

Ofschoon Leeuwangh deze winter het juiste pad is opgewandeld, staat hij toch te twijfelen op een kruispunt van wegen. Dat hij weer liefdevol wordt opgenomen in de kernploeg, lijdt geen twijfel. Maar er is meer. “Ik moet echt wat kunnen verdienen, wil ik doorgaan. Anders heeft het voor mij geen zin. Ik moet ook nog een studie afmaken. Ik moet het in alle opzichten leuk blijven vinden. Het is niet altijd prettig om in het buitenland te zitten. Eén week is leuk, daarna niet meer. En zeker niet op trainingskamp. Je kunt zeggen dat ik de leeftijd heb om zeker nog vier jaar door te gaan. Ik ben dan 29. Maar ik vind het een beklemmende gedachte. Ik kijk een jaar vooruit en zie dan wel. En ik blijf alleen als Peter zijn contract verlengt.”

Dat laatste ligt wel in de rede. Hij wil de tekst nog even door een 'advocaat' (“mijn vrouw”) laten bestuderen, maar Müller heeft de intentie voorlopig in Nederland te blijven werken. “Ik houd van deze groep. De KNSB heeft mij daarnaast altijd goed behandeld. Het contract ziet er goed uit. De aarzelingen liggen niet op het financiële vlak. Omdat ik nu succes heb, ga ik niet zeggen: ik wil twee keer zoveel geld hebben.”

Müller geniet, zoals bekend, vooral bekendheid en aanzien (in de ploeg) door zijn vermogen de sporters op te peppen tot het leveren van een optimale prestatie. Bos bijvoorbeeld, wil de krachttraining intensiveren. Hij zegt daarvoor Müller niet nodig te hebben, maar voor de mentale voorbereiding niet zonder hem te kunnen. Leeuwangh: “Peter vertelde me dat hij ook een paar keer vierde was geweest in grote wedstrijden. Hij werd onder meer ook olympisch kampioen. Tegenover mij trok hij die lijn door. Eens word je eerste, zei hij. Maar ik probeer een beetje bright side te kijken. Vooral na alles wat we dit jaar hebben gepresteerd. Ik ben altijd een voorvechter van het sprinten geweest. Daarom vind ik het fijn dat het goed gaat met Nederland. Ik heb ook meegemaakt dat we op het WK net aan twintigste werden. Dat we blij waren dat we op die manier nog een extra startplaatsje voor het volgende jaar veroverden.”

Deel dit artikel