Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jagen op ’arrogante’ reuzenpad

Home

Tim Dekkers en Darwin

Reuzenpadden lijken in het noorden van Australië een onuitroeibare plaag. De honderden miljoenen padden bedreigen het voorbestaan van een aantal inheemse diersoorten.

„Ik haat ze; ze zijn vies en arrogant.” Het is zaterdagavond in een buitenwijk in Darwin. Een groepje van elf vrijwilligers is bij een waterreservoir komen opdraven voor een avondje Toad Busting: padden vangen. Een van de deelnemers is een vrouw van in de veertig. Ze draagt een wit shirt met daarop het logo van de paddenvangers: een rode streep door een reuzenpad. Ze heeft geen enkele moeite om haar haat voor de amfibie onder woorden te brengen. „Ik zie het als een persoonlijke strijd, ja.”

Graeme Sawyer is al drie jaar lang de coördinator van de paddenvangst rond Darwin. Hij doet de vrijwilligers voor hoe ze het beest met de hand en met een net moeten vangen. En dan gaan ze op pad, allen ’gewapend’ met een zaklantaarn en een plastic tas om de gevangen padden in te doen. Bundels licht priemen door de nacht. „Het is nu de droge tijd en dat betekent dat de padden allemaal naar het water trekken. Het is vrij simpel om ze te vangen”, zegt coördinator Sawyer. Hij voegt de daad bij het woord en grijpt een suikerrietpad soepel van de grond.

De paddenplaag begon in 1935. Toen haalden twee boeren in de buurt van Cairns, tweeduizend kilometer naar het oosten, een paar honderd reuzenpadden uit Zuid-Amerika naar hun suikerrietplantages in Queensland. De padden waren in Zuid-Amerika uitstekende vangers van een keversoort die de plantages bedreigde. Maar het suikerriet was in Australië hoger. De schadelijke kevers zaten te hoog om opgegeten te worden. Het experiment mislukte jammerlijk en de boeren lieten de amfibieën los in de natuur.

Dat hadden ze beter niet kunnen doen. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden plantten de padden zich explosief voort. Een vrouwtje kan per jaar 60.000 nakomelingen krijgen, zodat de paar honderd padden uit 1935 zijn uitgegroeid tot minstens tweehonderd miljoen exemplaren.

Sommige padden zijn wel twee kilo zwaar. De beesten zijn opgerukt tot Darwin en dreigen West-Australië binnen te trekken.

„Het erge is dat de suikerrietpad inheemse diersoorten uitroeit”, vertelt coördinator Sawyer terwijl hij in de buurt van Darwin paddenvallen leeghaalt. „De pad heeft in de huid op zijn rug een enorme hoeveelheid gif; elk beest dat de pad wil opeten, wordt subiet gedood. Op deze manier zijn de guana (een grote hagedis) en een aantal slangensoorten al bijna uitgestorven. Maar op de een of andere manier gebruikt de pad zijn gif niet als hij door mensen wordt opgepakt.”

De hoop is gevestigd op de wetenschap. Er wordt hard gewerkt aan een gen, waardoor een vrouwtjespad alleen maar mannelijke nakomelingen kan krijgen. Dan zou het probleem zijn opgelost. Maar dat duurt nog wel even. Sawyer brengt de gevangen padden naar een grote diepvriezer, waarin ze een pijnloze dood sterven. De dode padden worden vervolgens verwerkt tot een vloeibare kunstmest. De paddenmest is te koop in flessen met een zelfgemaakt etiket: Toad Jus.

Deel dit artikel