Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jaap Hillen 1923-2008

Home

Christo Lelie

Een leven lang van de ene zangvereniging naar de andere: Jaap Hillen was de laatste grand old man in de Nederlandse koorwereld.

Zo clement als Jaap Hillen tegen amateurs was, zo streng veroordeelde hij amateuristisch gedrag van beroepsmusici. Een paar jaar geleden kwam ik hem toevallig op straat tegen in Amsterdam. Hij vertelde geagiteerd dat hij de avond tevoren een pianist op een huisconcert had horen spelen. „Die zak haalde aan het eind van ieder stuk zijn handen al van de toetsen af, terwijl hij het pedaal nog liet doorklinken! Hoe haalt iemand die zich vakman noemt dat in zijn hoofd!”

Twaalf dagen voor zijn overlijden dirigeerde Hillen zijn honderdste cantatedienst in de Nieuwe Badkapel in Scheveningen. Na afloop vertelde hij dat dit zijn laatste optreden was: een paar dagen eerder was een ernstige vorm van kanker bij hem geconstateerd. Voor de twee andere leden van het trio dat die cantatediensten organiseerde, predikant Leo de Leeuw en organist Bert Mooiman, was dat een hele schok. Dat Hillens ziekte zo snel zou toeslaan, had ook niemand gedacht.

Jaap Hillen werd in 1923 geboren in Mexico, waar zijn vader voor Shell werkte. Hij studeerde orgel, piano en directie aan het Utrechts Conservatorium bij Hendrik Andriessen, Simon C. Jansen, Hans Brandts Buys en Jaap Spaanderman.

In 1949 kwam de organistenpost vrij in de Grote Kerk te Breda. Hillen, pas afgestudeerd, solliciteerde. Niet omdat hij die baan ambieerde, maar bij wijze van grap. Dat hij werd uitgekozen verbaasde hem zo, dat hij aanvankelijk overwoog de betrekking te weigeren. Maar uiteindelijk is hij tot zijn dood aan de Grote Kerk verbonden gebleven. Met 59 dienstjaren is hij een van de langst op één post zittende organisten ooit.

Overigens had hij er de laatste drie decennia niet veel werk, nadat de kerk onttrokken werd aan de wekelijkse erediensten. Alleen op kerkelijke hoogtijdagen en in de zomermaanden worden sindsdien nog diensten gehouden. Hillen speelde er zo'n tien keer per jaar, de laatste keer op Hemelvaartsdag.

Maar als het enigszins kon, ging Hillen elke week naar Breda om te kijken hoe het orgel erbij stond. Eén keer constateerde hij dat het fout was gegaan. Een inbreker had zich ’s nachts verborgen tussen de pijpen van het bovenwerk, met alle kwalijke gevolgen van dien. Hillen was in alle staten dat ’zijn’ orgel was beschadigd.

Met recht kon hij van ’zijn’ orgel spreken. Onder zijn supervisie werd het in de periode 1966-1969 gebouwd door de firma Flentrop uit Zaandam. In het in aanleg nieuwe instrument werd gebruik gemaakt van historisch materiaal, onder meer uit het voormalige, vele malen herbouwde orgel dat uit 1534 stamde. Hillens invloed bij de bouw ging ver: in België wist hij een compleet binnenwerk van een orgel uit circa 1760 op te kop te tikken. Hij kreeg voor elkaar dat dit in Breda als een ’borstwerk’ ging fungeren. Zo ontstond één van de grootste mechanische orgels met vier manualen in ons land.

Hoewel Jaap Hillen orgelconcerten gaf, heeft hij zijn reputatie bovenal te danken aan zijn activiteiten als koordirigent. Aanvankelijk vulde hij zijn povere organistensalaris aan door met een brommer door Brabant van de ene zangvereniging naar de andere te rijden. In 1959 werd hij gevraagd het Utrechts Studenten Koor en Orkest (USKO) te dirigeren als opvolger van zijn vroegere leraar Hans Brandts Buys, die plotseling was overleden. Dat zou hij tot 1984 blijven doen. Hij genoot ervan om met jonge mensen te werken en onder zijn leiding groeide het ensemble in drie jaar uit tot 375 leden. In dezelfde periode werd Hillen cantor aan de Utrechtse universiteit.

Jaap Hillen is dirigent van onnoemelijk veel koren geweest, zoals de Bredase Christelijk Oratorium Vereniging en de Toonkunstkoren van Utrecht en Arnhem. Voor dat laatste koor stond hij dertig jaar. Ook dirigeerde hij zang- en oratoriumverenigingen in Middelburg en later in Scheveningen en Den Haag. Van 1964 tot 1992 was hij een geliefd docent aan de Kurt Thomas Cursus, een semiprofessionele trainingscursus in de zomer voor (amateur)dirigenten. Tussen 1961 en 1964 was hij ook nog directeur van de muziekschool te Schiedam.

Jaap Hillen was de laatste grand old man in de Nederlandse koorwereld. Hij werkte liever met goede amateurs dan met middelmatige professionals. Ds. de Leeuw, die zelf als student in Utrecht een paar jaar in Hillens USKO had gezongen, ontdekte eenmaal als predikant in Scheveningen dat Jaap Hillen vlak achter zijn Nieuwe Badkapel woonde en zijn werk als dirigent aan het afbouwen was. Hij vroeg Hillen in 1986 of hij een cantorij wilde opzetten.

De Leeuw bleek die vraag te stellen op een cruciaal moment in Hillens leven, op zoek als hij toen was naar een nieuwe invulling. Hillen schiep een fantastische cantorij met overwegend ongeoefende zangers. De Leeuw: „Hij was altijd positief, stimulerend en sleepte je mee. Hij kende honderden manieren om alles precies zo te krijgen als hij het wilde. We zongen soms het moeilijkste repertoire, zoals delen uit het Requiem van Mozart, maar Jaap had ook geen bezwaar tegen bijvoorbeeld een liedje op melodie van Joop Stokkermans. Hij was geen purist.”

„Zijn grote gave was het om het beste uit de mensen halen. Daarin kon geen collega hem overtreffen”, zegt organist Bert Mooiman.

Hillen stak ook graag de handen uit de mouwen. Eigenhandig timmerde hij bankjes waar de koorleden op kunnen staan en schroefde lampen aan de galerij zodat de cantorijleden hun muziek konden lezen.

In de Nieuwe Badkapel trad Hillen behalve met de cantorij met het Haags Barokgezelschap op, dat hij zelf had opgericht. Wat begonnen was als een klein clubje, wist Hillen uit te bouwen tot een ’kaartenbakkoor en -orkest’ van zo’n 120 zangers en instrumentalisten die steeds weer in andere formaties projectmatig optreden.

Jaap Hillen ontving voor zijn verdiensten de erepenning van de gemeente Den Haag, de Nassau-Breda Prijs en hij was ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij laat zijn tweede vrouw achter en uit zijn eerste huwelijk zes kinderen. Drie van hen zijn actief in de muziek.

Na een dienst kon Hillen je bij zich thuis op de koffie uitnodigen, om zijn verzameling instrumenten (een negentiende-eeuws secretaire-orgel, Frans drukwindharmonium, vleugel en tafelpiano) te bewonderen en over muziek te praten. Hij had het zeldzame vermogen om écht te bewonderen. Kleinere geesten kunnen dat niet, bang als ze zijn voor mensen die ergens goed in zijn. Hillen wel.

Jacobus Eduardo (Jaap) Hillen werd op 2 december 1923 in Tampico, Mexico geboren. Hij is op 27 juni 2008 in Den Haag overleden.

Deel dit artikel